Digitale fotografie was zijn ding niet. Johnny Harsch, 'een monument van de Limburgse persfotografie', deed het tot aan zijn dood in november 2005 met een klassiek fototoestel, waarvan hij wist dat het hem niet in de steek zou laten. De negatieven van zijn beelden sloeg hij op in ontelbare dozen, vaak zonder er veel informatie over het tijdstip, de plaats en het onderwerp bij te voegen. Een selectie van het werk van Harsch, dat een wezenlijke bijdrage levert aan het documenteren van de recente geschiedenis van Limburg, Genk en de andere (voormalige) mijngemeenten, is nog tot zaterdag te zien op een tentoonstelling in het Genkse stadhuis.
...

Digitale fotografie was zijn ding niet. Johnny Harsch, 'een monument van de Limburgse persfotografie', deed het tot aan zijn dood in november 2005 met een klassiek fototoestel, waarvan hij wist dat het hem niet in de steek zou laten. De negatieven van zijn beelden sloeg hij op in ontelbare dozen, vaak zonder er veel informatie over het tijdstip, de plaats en het onderwerp bij te voegen. Een selectie van het werk van Harsch, dat een wezenlijke bijdrage levert aan het documenteren van de recente geschiedenis van Limburg, Genk en de andere (voormalige) mijngemeenten, is nog tot zaterdag te zien op een tentoonstelling in het Genkse stadhuis. Johnny Harsch werd geboren op 2 april 1929 in Antwerpen, in een familie met Zwitserse wortels. Hij droomde van een loopbaan als gevechtspiloot, maar een onzachte landing tijdens zijn opleiding brak die ambitie af. Als beroepsmilitair kreeg hij nadien in Korea het fotografievirus te pakken. Hij besloot freelancefotograaf te worden. Autodidact Harsch maakte voor het eerst naam in 1966 (door zijn huwelijk was hij dan al enige tijd naar Genk verhuisd) met treffende foto's van de mijnstaking in Zwartberg. Die staking mondde uit in harde confrontaties met de ordehandhavers en kostte het leven aan twee mijnwerkers, Jan Latos en Valère Sclep. Harsch werkte voor kranten en persagentschappen. Hij maakte beklijvende beelden van de rellen in Voeren in de jaren zeventig, de mijnsluitingen in de jaren tachtig en de overstromingen van de Maas in de jaren negentig. Hij was ook een verwoed sportfotograaf, met een voorliefde voor autoraces, maar hij versloeg net zo goed het einde van het Roemeense regime van Nicolae Ceausescu in 1989 en de noodtoestand in Somalië. Maar Genk bleef toch zijn echte standplaats. Daar maakte Harsch foto's van het leven in de mijncités, de opbouw van nieuwe woonwijken en de economische ontwikkeling van zijn stad - van de afbraak van de mijnzetels tot de successen van Ford, ALZ en andere grote bedrijven. Harsch, die ook uitmuntte als luchtfotograaf, werd meermaals bekroond. In de periode 1966-1969 prijkten foto's van hem op de tentoonstellingen van World Press Photo. In 1967 verscheen een fotoreeks over het toenmalige prinselijke paar Albert en Paola, die op een eretribune in Melsbroek een stormwind trotseren, in het jaarboek van World Press Photo. Harsch kon 'wachten tot het gebeurt'. Zijn beelden 'pakken' niet alleen het moment van een handeling of een gebaar. Ze focussen ook op een emotie en laten ruimte voor wat een goede persfoto moet doen: een bevroren fragment zijn van een verhaal dat de toeschouwer verder zelf kan bedenken of mag verzinnen. 'Met zijn beelden verleende hij waardigheid aan de meest eenvoudige dingen en ontluisterde hij vormen van verwaandheid', zegt Pool Andries van het FotoMuseum Antwerpen in een cahier dat voor de retrospectieve over Harsch is gemaakt. Daarin duikt een merkwaardige tegenstelling over zijn 'fysieke standpunt' tijdens de mijnstakingen en andere demonstraties op. Zowel Andries als hoofdredacteur Ivo Vandekerckhove van Het Belang van Limburg merkt op dat Harsch duidelijk de kant van de stakers en betogers koos, en dat journalistieke neutraliteit zijn sympathie voor de underdog niet wegnam. Maar ondanks dat 'ideologische standpunt' stelde hij zich volgens Andries 'meestal op achter de chargerende of wakende rijkswachters', om scherper 'het ongelijke karakter van de strijd' te ontmaskeren. Vandekerckhove, die als journalist samen met Harsch aan de mijnpoorten stond, herinnert zich de zaken anders. 'Hij bleef bij de demonstranten. Daar was de actie, daar werden de beste foto's gemaakt. Niet ingesloten door de politie.' Aan de selectie voor de tentoonstelling met een vijfhonderdtal foto's van Harsch is twee jaar gewerkt door zijn zoon Dirk en door Ludo Thys van het Genkse kunstencentrum FLACC. De stad Genk heeft voor 16.000 euro het volledige foto- en beeldenarchief van Harsch gekocht. Met het oog op een verdere ontsluiting wordt het geïndexeerd en gedigitaliseerd. DE TENTOONSTELLING JOHNNY HARSCH LOOPT NOG TOT EN MET 5 APRIL IN DE FOYER VAN HET STADHUIS VAN GENK (DIEPLAAN). DAGELIJKS OPEN VAN 09.00 TOT 17.00 UUR. DOOR PATRICK MARTENS