Een derde van al het geweld in en rond het huis wordt veroorzaakt door buren." (British Crime Survey, 1933)
...

Een derde van al het geweld in en rond het huis wordt veroorzaakt door buren." (British Crime Survey, 1933)"Toen Ken Kennet zijn buurman Colin Bourne aansprak over een beschadigd tuinhek schoot de laatste hem van dichtbij in de borst met een kruisboog." (The Big Issue) "John en Phyllis Holt hebben hun buren aangeklaagd wegens het snoeien van hun struiken in seksueel suggestieve vormen. De Holts eisten de verwijdering van heesters en hagen die zo gesnoeid waren dat ze op fallussymbolen leken." (San Diego Union) Berichten over burenruzies leiden niet zelden tot ongeloof, leedvermaak, opluchting of herkenning, naar gelang de persoonlijke woonomstandigheden van de lezer. De Engelse auteur Christopher Fowler maakt in Psychoville uiterst slim gebruik van herkenbare, al of niet sluimerende gevoelens van onbehagen over degenen die naast ons wonen. Of vier huizen verderop. Als schrijver van "horrorthrillers met fantasy-aspecten" gaat hij natuurlijk een stapje verder - om een understatement te gebruiken - en eindigen pesterijen en vernederingen in een vreselijk bloedbad. Het boek begint met een handleiding voor het maken van een brandbom en een beschrijving van de eerste moord, gepleegd door de verteller. Hij is vijfentwintig jaar, niet krankzinnig, maar tot krankzinnigheid gedreven vanaf zijn veertiende, toen er een eind aan zijn leven begon te komen. "Sindsdien heeft elke dag die verstreek geleid naar het verschrikkelijke, glorieuze moment waarop ik wraak kon nemen." Hij verontschuldigt zich, net als de man die McDonald's binnenliep met een machinegeweer, niet voor zijn gedrag, maar wil toch dat lezers zijn motieven begrijpen. Het gezin March woont in een Londense volksbuurt, die moet wijken voor een snelweg. Ze worden noodgedwongen verbannen naar het villadorp Invicta Cross in Sussex, waar hen een betere toekomst zal wachten. De moeder, 42 jaar, voortijdig grijs, heeft twee baantjes en weinig reden om te lachen. De vader, 44, Elviskuif, rustig en ordelievend, is werkloos. De zoon, Billy, 14 jaar, is verslaafd aan griezelfilms - The Plague of the Zombies - die hij bekijkt in een verlopen bioscoop, die in het kader van renovatie binnenkort zal worden omgebouwd tot bingohal. Na zijn bioscoopbezoek heeft hij altijd even het gevoel dat fantasie en werkelijkheid zo dichtbij elkaar liggen dat alles mogelijk lijkt. MODERNE VERSIE VAN FAUSTDe verhuizing naar het smetteloze slaapstadje is desastreus. Mannen die 's morgens naar hun werk in de grote stad vertrekken, vrouwen die thuisblijven, huizen waar af en toe een gordijn beweegt, en Billy gaat naar de plaatselijke school, "die eruitzag als de bunker waarin Hitler zichzelf had doodgeschoten". Hun aanwezigheid als arbeidersklasse is een belediging voor de andere bewoners. Billy krijgt één vriend, de zoon van een begrafenisondernemer, en één vriendin, de eigenzinnige dochter van een verdwaasde vrouw. "Normale mensen zijn onze gemeenschappelijke vijanden." Hij houdt een rood leren dagboek bij, waarin hij voorspelt dat er verschrikkelijke dingen gaan gebeuren. Het gezin wordt door de andere bewoners getreiterd, vals beschuldigd, Billy's hondje wordt onder verdachte omstandigheden doodgereden, zijn moeder komt naar aan haar einde; hij keert met zijn vader terug naar Londen, waar het leven er ook niet makkelijker op geworden is. Tien jaar later vestigt een aantrekkelijk, jong echtpaar zich in dezelfde buurt in Invicta Cross, dat inmiddels is uitgeroepen tot Britain's Favorite New Town. Tijd voor positieve actie: "triomfen worden gevierd en schuldigen worden gestraft," staat er in het rode dagboek, dat na een decennium stilzwijgen weer in gebruik is genomen. Gruwelijk, maar ook zwartgeestig, pakt Fowler uit in zijn eerste boek dat meer een thriller is dan een horrorroman. Hiervóór schreef hij - naast zijn werk als directeur van een filmpromotiebedrijf - onder meer Dakwereld, Spanky, De donkerste dag en De komst van het kwaad. Moderne horror, die vaak wortels heeft in het verleden, maar zich in het heden afspeelt. Met name in Londen, Fowlers woonplaats, waar hij meer dan genoeg sinistere plaatsen ontdekte, die hij tot settings maakte voor zijn duistere, soms hilarischkrankzinnige verhalen. Occulte rituelen op de daken van de stad; een multinational die op fatale wijze eeuwenoude magie combineert met hedendaagse techniek; geheime genootschappen, stammend uit de Victoriaanse tijd (favoriet bij horrorauteurs), die nu dood en verderf zaaien; zombies, ingezet als moordenaars; een moderne versie van Faust, die na de verleiding lichaam en leven van zijn slachtoffers opeist; en een regelmatig terugkerend thema: de kwelling van de upperclass, die maar niet wil deugen. In Psychoville geen occulte zaken, maar een slim uitgewerkt verhaal over vernedering en wraak, met een zeer onverwachte plot, die de lezer even van de sokken slaat. Dat de mensen niet deugen en ook niets van het verleden leren, wordt ons in het nawoord nog eens fijntjes ingewreven. Christopher Fowler, "Psychoville", Luitingh-Sijthoff, Amsterdam, 318 blz., 800 fr.Ineke van den Bergen