‘WAAROM DOET DE KUNSTWERELD ZO NEERBUIGEND OVER EEN VERMEER VAN 12 EURO UIT IKEA?’

© ANDREW CROWLEY / CAMERA PRESS

Waar dient kunst eigenlijk voor? Die in culturele kringen verboden vraag stelt de Britse filosoof Alain de Botton in zijn nieuwe boek Kunst als therapie. Volgens hem kan kunst helen en motiveren, maar scheelt er iets aan de manier waarop het onderwijs en de musea kunst aan ons voorstellen. ‘Ik ga met dit boek veel vijanden maken.’

Musea, beweert Alain de Botton, zijn de verkeerde kant opgegaan. Curatoren en museumdirecteurs laten zich te veel leiden door de kunstgeschiedenis en te weinig door het echte leven. Ze benaderen kunst academisch en afstandelijk en verliezen uit het oog wat kunst echt interessant maakt. De meeste mensen zijn maar een beetje geïnteresseerd in de concrete informatie achter een kunstwerk: welke artistieke invloeden de kunstenaar heeft ondergaan of wanneer het schilderij gemaakt is. Wat een museumbezoek meestal echt geslaagd maakt, is wanneer een bezoeker één of twee werken vindt die hem op een persoonlijke manier raken.

In zijn schrijvershol in het noorden van Londen hebben we amper onze taperecorder aangezet of Alain de Botton (44) begint honderduit te vertellen over de opzet van zijn nieuwe boek Kunst als therapie. Daarin doet de Britse zelfhulpfilosoof opnieuw waar hij ondertussen voor bekend staat: op een populariserende manier laten zien wat filosofie en psychologie vandaag nog kunnen betekenen in uw leven.

‘Het punt dat ik wil maken is dat we kunst meer zoals muziek, film en literatuur zouden moeten behandelen. Over die cultuurvormen durven we zeggen: “Dit werk doet mij iets.” Als je droevig bent, luister je naar andere muziek dan wanneer je blij bent. Mensen maken playlists, sturen elkaar liedjes door. Iedereen kent ook het gevoel dat je overhoudt na het zien van een indrukwekkende film. Je komt opgeladen de bioscoopzaal uit en neemt jezelf voor dat je op een andere manier wilt gaan leven. Kunst heeft ook die kracht, alleen wordt ons niet geleerd op die manier naar een schilderij of installatie te kijken.’

De Botton schreef zijn nieuwste salontafelboek samen met kunsthistoricus John Armstrong. ‘John is al lang een vriend. Het was sympathiek van hem om mee te gaan in mijn visie op kunst. Zijn collega’s zijn sceptischer.’ (lacht) Het boek is groot, glossy en gevuld met afbeeldingen van schilderijen en sculpturen, met toelichtingen over hoe die werken benaderd kunnen worden op een meer therapeutische manier. Meest interessant zijn de passages met voorbeelden van mensen die door hun ervaringen met kunst zijn veranderd. Goethe en Nietzsche werden zachtere mensen na hun reizen naar Italië, waar ze zowel kunst als culinair genot ontdekten.

‘Volgens mij is kunst belangrijk omdat ze kan troosten en hoop geven. En omdat we onszelf er beter door kunnen leren kennen’, betoogt De Botton. ‘Wat een kunstwerk tot een goed kunstwerk maakt, heeft niet zozeer te maken met iets dat in het werk zelf vervat ligt, maar met iets dat in jou gebeurt als je naar het werk kijkt. De waarde van het werk ligt in de mate waarin het je helpt om de dingen anders te zien. We moeten ophouden met kunstwerken te zien als belachelijk dure objecten waar enkel kunstconnaisseurs in moeilijke woorden over mogen spreken. Als we kunst nu eens leren zien als bron voor de persoonlijke ervaring? Die discussie wil ik op gang brengen.’

Als curatoren minder als professoren en meer als therapeuten leren denken, zouden musea veel verrassender en nuttiger zijn, schrijft u. Hoe ziet uw ideale museum er dan uit?

Alain de Botton: In plaats van een museum chronologisch in te delen volgens kunststromingen – schilderkunst in de zestiende eeuw, het expressionisme in de twintigste eeuw – zouden we het kunnen opbouwen rond menselijke thema’s. Waarom geen verdieping over liefde, een zaal over werk, eentje over angst en een galerij over de dood? Behalve kunsthistorische informatie zouden de infobordjes bij de kunstwerken kunnen inspelen op menselijke vragen: waarom haal ik niet meer voldoening uit mijn job? Hoe kan ik een betere geliefde of vriend zijn? Hoe ga ik om met de dood?

Hebt u al veel reacties uit de kunstwereld gekregen op uw alternatieve kunstvisie?

De Botton: Ik heb boze e-mails ontvangen van mensen die beweren dat kunst geen nut hoeft te hebben en dat wat ik schrijf beledigend is voor de hele kunstgeschiedenis. De kunstwereld is heel sceptisch en conservatief, dus we zullen ongetwijfeld veel vijanden maken met dit boek. Het enige wat John en ik willen aantonen, is dat kunst op een andere manier gepresenteerd en geduid kan worden dan louter kunsthistorisch. Ik ben geïnteresseerd in een psychologische benadering van cultuur: wat heb ik aan dit gedicht, aan die tentoonstelling of film? Het is onze bedoeling lezers op een nieuwe, meer therapeutische methode naar kunst te leren kijken.

Een aantal musea hebben John en mij al gevraagd als gastcurator. Volgend jaar mogen we in het Rijksmuseum in Amsterdam, de Art Gallery of Ontario en the National Gallery of Victoria in Melbourne een expo opzetten.

Hoe gaan jullie dat aanpakken?

De Botton: We willen een selectie maken van kunstwerken die iets zeggen over menselijke thema’s als geld, politiek, leed en liefde. Daarbij zullen we begeleidende teksten maken over zaken waar mensen mee worstelen: waarom lijken mijn vrienden een glamoureuzer leven te leiden dan ik? De tijd gaat zo snel, hoe haal ik meer uit het leven? Dat soort vragen. De expo zal een beetje aansluiten op de interactieve website www.artastherapy.com die we hebben gelanceerd om het boek te promoten. Meer dan een miljoen mensen hebben die al gebruikt.

De mens en zijn tekortkomingen staan centraal in jullie boek. Waarom denkt u dat kunst zo’n therapeutische kracht kan hebben?

De Botton: Omdat kunst, en daarmee bedoel ik cultuur in de ruime zin, ons bombardeert met beelden en verhalen. En veel van wat fout gaat in een mensenleven heeft te maken met verkeerde beelden die we ons in het hoofd halen. Mensen zeggen letterlijk dingen als: ‘Ik had een ander beeld in mijn hoofd.’ Of: ‘Ik had me daar iets anders bij voorgesteld.’ Beelden zijn belangrijk. Ze bevatten ideeën en beïnvloeden wat we normaal en abnormaal vinden, hoe we onszelf beoordelen. De culturele wereld verspreidt veel beelden die onbewust onze kijk op het leven, ons gedrag en onze verwachtingen beïnvloeden. Neem nu de liefde. Gelukkig samenleven met iemand anders is een van de grootste uitdagingen in een mensenleven. Maar waar is jouw relatiebeeld op gebaseerd? Op het huwelijk van je ouders, gesprekken met vrienden, romantische Hollywoodfilms, tragische literatuur? Iemand die zich bij een goede relatie alleen twee mensen kan indenken in een roeibootje, loopt met een gevaarlijk naïef relatiebeeld rond. Echte relaties zijn complexer dan wat Hollywood ons voorhoudt. Een expo over de liefde, waarin verschillende fasen van een relatie aan bod komen, kan ons helpen inzien dat een louter romantisch relatiebeeld onrealistisch is. En dat een huwelijk niet hoeft te eindigen omdat je al eens discussieert met je partner of verliefd wordt op iemand anders.

Maar een schilderij zal geen scheiding kunnen voorkomen.

De Botton: De kunst en cultuur waarmee we ons omringen, lossen persoonlijke problemen niet op. We denken ook snel dat we alleen zijn met onze zorgen. Zelfs met onze beste vrienden praten we zelden oprecht over wat zich afspeelt in ons binnenste. Zouden musea dan geen geschikte plek kunnen zijn om bijvoorbeeld na te denken over hoe de liefde werkelijk in elkaar zit? Om ons minder eenzaam te voelen bij liefdesverdriet?

Ik beweer uiteraard niet dat iedereen anders naar kunst moet leren kijken. Sommige mensen hebben geen begeleiding nodig als ze een museum bezoeken. Ze creëren hun eigen verhaal en dat is maar goed ook. Zij zijn niet ons doelpubliek. John en ik proberen vooral mensen te inspireren die denken dat ze enkel iets over kunst mogen zeggen als ze kunstgeschiedenis hebben gestudeerd.

U schrijft ook dat kunsthandelaars hun job anders zouden kunnen invullen. In plaats van een schilderij te veilen aan de hoogste bieder – ‘Three Studies of Lucian Freud’ van Francis Bacon ging onlangs bij Christie’s onder de hamer voor 106 miljoen euro – zouden ze beter op de hoogte moeten zijn van het privéleven van kunstverzamelaars en kunst aanraden die de ziel van de koper raakt.

De Botton: We denken doorgaans dat een kunstkoper heel precies weet wat hij of zij wil. Maar volgens mij kunnen kunstdealers en galeristen nog beter inspelen op de behoeften van de koper als ze zouden uitgaan van diens persoonlijke situatie. Waar staat hij in zijn leven en waar heeft hij nood aan?

De prijzen die tegenwoordig betaald worden voor kunstenaars als Warhol of Picasso vind ik volstrekt belachelijk. Was het net niet de grote belofte van de technologische revolutie dat we allemaal reproducties aan onze muur gingen kunnen hangen? Zo werkt het ook in de literaire wereld: we hoeven toch niet het originele manuscript van een boek te lezen om te kunnen genieten van het verhaal? Waarom doet de kunstwereld dan zo neerbuigend over een Vermeer van twaalf euro uit Ikea? Uiteraard heeft een origineel werk een grote waarde, zowel economisch als kunsthistorisch. Maar ik zie niet in waarom mensen met minder geld zich moeten schamen omdat ze reproducties in huis halen.

Bestaat er zoiets als slechte kunst?

De Botton: Zeker. Tuinkabouters, bijvoorbeeld, die kun je bezwaarlijk goede kunst noemen. Het is gemakkelijke, sentimentele kunst. Mensen die een tuinkabouter in hun voortuin zetten willen doorgaans iets zeggen over schattigheid, lieflijkheid en huislijkheid. Op zich zijn dat belangrijke dingen om in je leven te hebben. Maar ik weet niet of een tuinkabouter daar het beste middel voor is. Slechte kunst is doorgaans haastig gekozen kunst. Het soort kunst dat Russische parvenu’s mooi vinden: schilderijen met veel goud, opgehangen in een decor met pompeuze lusters. Ze willen laten zien dat ze een goed leven leiden en zijn ongeduldig in het bij elkaar kopen van hun nieuwe leven. Op zich is er niets mis met de kunstwerken die ze kopen, ze zijn eerder ‘slecht’ omdat ze hen niet echt helpen om een betere mens te worden.

Wat hangt er bij u thuis aan de muren?

De Botton: Ik ben geen verzamelaar, maar ik heb over de jaren heen wel wat kunst in huis gehaald. Het soort kunst waar ik van hou, zijn afbeeldingen van het dagelijks leven: een citroen, een kom eieren, een tafel. Simpele, gewone dingen, maar mooi getekend of gefotografeerd. Ik heb dat nodig om tot rust te komen na een chaotische dag. (lacht)

Alain de Botton en John Armstrong, Kunst als therapie, Phaidon -Terra, 240 blz., 35 euro. www.artastherapy.com

DOOR ELKE LAHOUSSE

‘De culturele wereld verspreidt veel beelden die onbewust onze kijk op het leven, ons gedrag en onze verwachtingen beïnvloeden.’

‘Zouden musea geen geschikte plek kunnen zijn om na te denken over hoe de liefde werkelijk in elkaar zit?’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content