De Belgische linguïst Cedric Boeckx, verbonden aan de Universiteit van Barcelona, beweegt zich in zijn werk op de grens tussen taalkunde en neurobiologie. Dat levert uiteenlopende inzichten op. In Nature presenteert hij met enkele collega's een universele nomenclatuur voor de biologie van twee boodschappermoleculen in de ...

De Belgische linguïst Cedric Boeckx, verbonden aan de Universiteit van Barcelona, beweegt zich in zijn werk op de grens tussen taalkunde en neurobiologie. Dat levert uiteenlopende inzichten op. In Nature presenteert hij met enkele collega's een universele nomenclatuur voor de biologie van twee boodschappermoleculen in de hersenen. Het eerste is oxytocine, het hormoon dat ons een goed gevoel geeft bij sociaal contact. Het tweede is vasopressine, dat onder meer agressief gedrag reguleert. Genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat beide prikkeloverdragers sterk verwant zijn. Ze zijn ontstaan uit één gen dat zich in het begin van de evolutie van gewervelde dieren dupliceerde: één gen produceerde daarna oxytocine, het andere vasopressine. De genetica van vasopressine zou het dichtst bij het enkelvoudige origineel aanleunen. Beide hormonen binden zich aan specifieke receptoren op celoppervlakken in de hersenen. De onderzoekers konden er zes identificeren. Alle zes stammen ze af van één oerreceptor uit het begin van de evolutionaire geschiedenis van de gewervelden. Op die genetische verwantschap baseren Boeckx en co. een gemakkelijk bruikbare nomenclatuur voor de combinatie van prikkeloverdragers en receptoren. In Trends in Cognitive Sciences lanceert een ander team rond Boeckx de hypothese dat een vermindering van zijn agressieve gedrag cruciaal was voor de mens om complexe taal te ontwikkelen. Hij zou een vorm van zelfdomesticatie ondergaan hebben, doordat stresshormonen minder impact kregen op zijn hersenwerking. Het is bekend dat chronische stress de taalontwikkeling van kinderen kan hinderen.