De vernieuwingen van de voorbije vijf jaar in het onderwijs in Vlaanderen worden positief onthaald door de schooldirecties. In het basisonderwijs willen zes op de tien directeurs nog meer experimenteren en in het secundair onderwijs zelfs zeven op de tien. Dat blijkt uit een rondvraag van de Koning Boudewijnstichting, waaraan 995 schooldirecteurs hebben deelgenomen.
...

De vernieuwingen van de voorbije vijf jaar in het onderwijs in Vlaanderen worden positief onthaald door de schooldirecties. In het basisonderwijs willen zes op de tien directeurs nog meer experimenteren en in het secundair onderwijs zelfs zeven op de tien. Dat blijkt uit een rondvraag van de Koning Boudewijnstichting, waaraan 995 schooldirecteurs hebben deelgenomen. De directeurs zeggen dat de leraren zich meer inzetten voor de school, meer samenwerken en de leerlingen beter coachen met activerende onderwijsvormen. In veel secundaire scholen wordt daarbij gewerkt rond concrete (leer-)projecten. Dat resulteert ook in een betere verwerving van vaardigheden en (leer-) attitudes door de leerlingen. Tegenover die vooruitgang staat dat de prestaties van de leerlingen nog niet wezenlijk verbeterd zijn. Ze zijn ook niet minder schoolmoe. Bij de studiekeuze blijft het 'watervalsysteem' intact: ouders en leerlingen kiezen eerst voor algemeen secundair onderwijs (a.s.o.) om, als het niet lukt, 'af te zakken' naar technisch, beroeps- of deeltijds onderwijs. Een positief punt is wel dat het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs (vooral de derde graad) licht daalt. Scholen met een door minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) gesteunde proeftuin voor onderwijsvernieuwing evolueren sneller. Zo'n proeftuin kan bijvoorbeeld betrekking hebben op ouderbetrokkenheid, de overgang tussen basis- en secundair onderwijs, of het aanscherpen van de interesse voor wetenschap en techniek. Overigens blijken scholen in het buitengewoon en deeltijds onderwijs en ook scholen in Brussel het meest dynamisch te zijn. A.s.o.-scholen zijn behoudsgezinder. Nochtans loont vernieuwing: scholen die dat pad opgaan, winnen leerlingen. De schooldirecteurs willen dat de minister voorrang geeft aan een soepeler regeling om het takenpakket van de leraren vast te leggen, aan een sterker management en bestuur van de scholen, en aan meer middelen voor de opleiding en begeleiding van jongeren uit kansarmere gezinnen. Wat dat laatste betreft, worden ze door Vandenbroucke enigszins op hun wenken bediend. Zijn nieuw financieringsdecreet voor het basis- en secundair onderwijs is vorige week door het Vlaams Parlement goedgekeurd. Scholen worden voortaan op dezelfde manier gefinancierd. Niet het onderwijsnet waartoe ze behoren, maar het socioculturele profiel van de leerlingen (met criteria zoals de thuistaal, de opleiding van de moeder en het wonen in een achtergestelde buurt) is van belang voor de verdeling van de werkingsmiddelen. Tegelijk kan het basisonderwijs volgend jaar in vergelijking met 2004 rekenen op 171 miljoen euro meer en het secundair onderwijs op 113 miljoen meer. Daarnaast stijgt het budget voor gelijke onderwijskansen volgend schooljaar tot 101 miljoen. Die toename is goed voor 480 extra voltijdse banen in het basis- en secundair onderwijs. HET RAPPORT VIJF JAAR VERNIEUWING IN SCHOLEN KAN WORDEN GEDOWNLOAD VAN DE WEBSITE www.kbs-frb.be. Patrick Martens