Een conferentie voor vrede in de Balkan bracht vorige week tachtig vrouwen uit alle strijdende partijen bijeen in Brussel.
...

Een conferentie voor vrede in de Balkan bracht vorige week tachtig vrouwen uit alle strijdende partijen bijeen in Brussel. JAREN VOOR ER van een concreet vredesproces voor het Midden-Oosten echt sprake was, en er in de schaduw van de officiële diplomatie door meestal onbekende vrijwilligers aan gewerkt werd om de strijdende partijen op een vreedzame manier met elkaar in contact te brengen hier Palestijnen en Israëli's, in de tijd dat praten met Israëli's voor militante Palestijnen nog ?verraad? heette, en praten met PLO-leden voor Israëli's bij wet verboden was , ontstond tussen Brussel, Parijs en Caïro een initiatief dat de naam Give Peace a Chance ! meekreeg. De eerste grote manifestatie van Give Peace a Chance, mede geïnspireerd door de Franse socialistische politicus Pierre Mendès-France en vooral georganiseerd door het Brusselse echtpaar Simone en David Susskind, kreeg de vorm van een colloquium in Brussel. Daar kwamen de kopstukken, aan beide kanten, bijeen van wat later de ?vredesbeweging? zou gaan heten. Op de eerste vergadering volgde een tweede en een derde. Een specifieke ?vrouwenconferentie? had plaats onder de titel Give Peace a Chance - Women speak out. Het vredesproces voor het Midden-Oosten raakte later op gang, en de netwerken die ontstonden dankzij Give Peace a Chance, hebben geholpen om een hoop weerbarstige dingen voor de betrokken bevolkingen verteerbaar te maken. Want daar ging het om : door praten en persoonlijke contacten tussen de strijdende partijen mensen aan elkaar te laten wennen, om zo van het gediaboliseerde vijandbeeld af te raken. Na een oorlog die honderd jaar geduurd heeft, is dat een werk dat niet te onderschatten valt. De Jerusalem Link was iets anders. Mede met Simone Susskind als drijvende kracht, ontstond onder die naam voluit Jerusalem Link - A Women's Joint Venture for Peace een soort vrouwenwerkgroep die vooral in Israël en de Palestijnse Bezette Gebieden zelf werkzaam was. Haar leden waren en zijn Israëlische en Palestijnse vrouwen die elkaar ontmoetten door de linies heen, in een poging om, via hun netwerken, mee te helpen de wederzijdse haat en argwaan af te breken en de basis te leggen voor een mogelijke vrede, en voor samenwerking in de wederopbouw, eens de oorlog gedaan zou zijn. De onderliggende idee is dat vrouwen misschien beter geplaatst zijn dan mannen om in te zien dat de vicieuse cirkel van wederzijdse haat en angst moet doorbroken worden, al was het maar voor hun kinderen. En dat rond dat inzicht georganiseerde vrouwen wellicht ook invloed kunnen uitoefenen om hun mannen dichter bij vrede te brengen. Op 30 en 31 mei, vorige week dus, ontving Brussel een nieuwe conferentie. Give Peace a Chance - Women speak out in the Balkans bracht meer dan zeventig vrouwen bijeen in het Brusselse Egmontpaleis op initiatief van Anne-Marie Lizin (in haar rol van vice-voorzitster van de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken), en Simone Susskind, voor Give Peace a Chance. De bedoeling was en dat is volledig geslaagd vrouwen bijeen te brengen uit de verschillende landen die voorheen samen Joegoslavië vormden, en die na veel oorlog, nu onafhankelijk van elkaar de gebroken potten trachten te lijmen. Meer dan zeventig vrouwen uit Bosnië-Hercegovina, Kroatië, Servië, Macedonië, Montenegro en Slovenië kwamen bijeen om te luisteren en van gedachten te wisselen niet noodzakelijk met elkààr, maar toch over de mogelijke invloed van vrouwen op het gebeuren van oorlog en vrede in hun deel van Europa. Israëlische en Palestijnse vrouwen van Jerusalem Link voerden hun netwerk in het Midden-Oosten aan als voorbeeld, uit het sinds 1974 verdeelde eiland Cyprus waren vrouwen aanwezig van zowel de Turkse als van de Griekse kant. Kortom, de halve Middellandse Zee meldde present en had het erover hoe vrouwen zouden kunnen samenspannen om de vrede op te leggen. Bijvoorbeeld in een netwerk, dat de naam zou krijgen Women's Link for Peace, en dat van hier verder moet uitgebouwd worden. Maar hoe ? Dat nam de meest verschillende kleuren aan. Tijdens een gesprekje na de werkzaamheden had de Servische Sonja Biserko (van het Helsinki comité voor mensenrechten in Servië) het graag over het erkennen van de ?waarheid? en het opnemen van verantwoordelijkheden. SONJA BISERKO : Ik zit in een moeilijke positie aangezien ik uit Belgrado kom, uit een agressieve staat wij hebben hier ook een officiële delegatie lopen, die standpunten over vrede voorstaat waar wij nog nooit van gehoord hebben , dus als ik hier over vrede begin, toont dat een beetje achterhaald. Maar ik geloof dat wij, in Servië, vóór we beginnen praten met de anderen in de regio en zeker met de Bosniërs , ons met onze eigen verantwoordelijkheden moeten confronteren, voor wat er gebeurd is. We zijn daar nog altijd niet klaar mee. En ook de internationale gemeenschap niet de Dayton-akkoorden blijven er vaag over, het is niet duidelijk of Servië nu verslagen is of niet. Het is verslagen, maar niet op een klassieke manier, zodat we eigenlijk kunnen kiezen, of we verslagen willen zijn of niet. Zoals de zaken er voorstaan in Belgrado, lijken de meesten van ons liever niét verslagen te zijn. Dus, we praten daar niet over. Dat wordt dan een moeilijk onderwerp als we de andere kanten ontmoeten, zeker de Bosniërs. Want voor je constructief kan zijn, moet je weten waar je het over hebt. Je moet een uitgangspunt hebben. En het nadenken daarover, is bij ons nog niet begonnen. Er heerst een soort consensus dat de waarheid moet onder controle gehouden worden. Wat je nu overal hoort in Belgrado, is dat al de kanten even veel verantwoordelijkheid dragen, en dat is niet aanvaardbaar. Op die manier, denk ik, dat wij hier voor de moeilijkste taak staan, omdat we moeten definiëren, voor onszelf, wat er gebeurd is, om in staat te zijn met de anderen te spreken.? Biljana Kasic, van het Centrum voor Vrouwenstudies in Zagreb, Kroatië, heeft een meer uitgesproken feministische invalshoek. BILJANA KASIC : Deze conferentie is essentieel, om twee redenen. Ten eerste omdat de vrouwen doodmoe zijn van al wat er in de Balkan gebeurd is, en zij nooit de kans gekregen hebben om hùn oplossingen even onder de aandacht te brengen. Vrouwen werden, bijvoorbeeld, niet bij onderhandelingen betrokken : onderhandelaars waren mannen, en die hadden daar soms vreemde opvattingen over. Dus ik geloof wel dat vrouwen tot de vrede kunnen bijdragen, maar we zijn ook niet zo naïef te geloven, na vier, vijf jaar oorlog, dat vrede eenvoudig zal zijn. Dat wordt een lang proces. De ervaringen van de vrouwen van Jerusalem Link zijn heel inspirerend voor ons. Het is duidelijk dat er in verschillende gemeenschappen, waar er bijvoorbeeld gesloten grenzen zijn als op Cyprus, verschillende strategieën voor vrouwen moeten ontworpen worden, politiek, en via vrouwengroepen en netwerken, kleine stappen, om te komen tot een groot netwerk, niet alleen in de Balkan, en projecten op te zetten waar we op de langere termijn aan kunnen werken. Programma's voor opvoeding tot vrede en zo. We weten toch al dat vrouwen beter zijn in het oplossen van conflicten dan mannen. Reconstructieprogramma's voor vernielde gemeenschappen. We hebben een hoop ideeën, maar...? De Bosnische, Senada Spahic uit Sarajevo, is het met Sonja Biserko eens dat het belangrijk is de waarheid te achterhalen. SENADA SPAHIC : Het moet het begin zijn van een nieuw proces. Eerst en vooral moeten we weten wat er écht gebeurd is, in Bosnië, in Servië, in Kroatië, en met wat voor problemen die landen nu zitten. Voor mij is het belangrijkste natuurlijk wat er in Bosnië-Hercegovina gebeurd is. We weten al lang dat dat een verhaal van oorlog en agressie is. We leven daarmee. Iets anders is, dat we nu vrede willen stichten, en dat we willen doen wat we kunnen, in het economische, sociale, politieke leven, om die vrede te bewaren. Daarom is het belangrijk dat die band tussen ons allen hier bestaat, dat wij het dààrover eens zijn, en alle échte inspanningen voor vrede zullen steunen niet alleen van ideologie of politieke regimes. Het feit dat we hier tot een échte dialoog zijn kunnen komen, over de waarheid, dat is dan een mooi begin voor dat proces. Want aan vergaderingen en verklaringen waar niets van kwam, heeft het de afgelopen vier, vijf jaar niet ontbroken, zoals u weet.? Voor politicologe Mine Kûfi, van Noord-Cyprus (het Turkse deel van het eiland), en Kate Clerides, dochter van de president van Grieks Cyprus en pas verkozen parlementslid, liggen de zaken betrekkelijk eenvoudiger. ?In Cyprus wordt sinds 1974 niet meer gevochten,? zegt Mine Kûfi (dat is het jaar toen de Turkse invasie van Noord-Cyprus een soort burgeroorlog stillegde), ?maar wij hebben geen contact met elkaar. Het komt er voor ons op aan vertrouwen te kweken in elkaar, en naar de onderliggende redenen van ons conflict te zoeken. In die zin staan wij verder dan de Balkanstaten.? En Kate Clerides (de twee vrouwen wonen in de hoofdstad Nicosia, respectievelijk Levkosa, elk aan een kant van de door een muur in twee gedeelde stad) : ?Het is belangrijk in te zien dat er een hoop gemeenschappelijke elementen in conflicten zit, ook al is elk conflict verschillend van de andere. Het opsluiten van de vijand in stereotiepen, bijvoorbeeld, daar moeten we voorbij. Onze bi-communautaire groep op Cyprus is daar al een tijd mee bezig. Misschien is dat een ervaring die we kunnen delen met mensen van ex-Joegoslavië, waar alles nog zoveel recenter, en zoveel pijnlijker is.? BISERKO : Misschien hebben wij een klein voordeel, met dat internationale tribunaal dat, als het ernstig zou beginnen werken, misschien onze geschiedenis voor ons zou kunnen schrijven. Dat is volgens mij de enige manier om tot een serieuze boekhouding te komen van wat er gebeurd is. Zonder manipulatie van de verschillende kanten die dan weer voor nieuwe animositeit tussen de verschillende groepen zorgt. Op die manier is dat tribunaal een garantie voor onze toekomst. De internationale gemeenschap moet dat echt de hele tijd steunen en aan het werk houden : financieel, moreel, en politiek. Voor de Balkan is het van primordiaal belang dat die waarheid wordt opgeschreven door iemand anders, iemand die géén betrokken partij was. Sus van ElzenSenada Spahic, Biljana Kasic en Sonja Biserko (van links naar rechts) : de waarheid achterhalen.Kate Clerides en Mine Kûfi (van links naar rechts) : de muur van stereotiepen doorbreken.