De vrije beroepen staan voor een onzekere toekomst. Daar bereiden ze zich op voor : langzaam en onder druk van de ondernemingen, die een betere dienstverlening verwachten.
...

De vrije beroepen staan voor een onzekere toekomst. Daar bereiden ze zich op voor : langzaam en onder druk van de ondernemingen, die een betere dienstverlening verwachten.Beoefenaars van vrije beroepen zijn maatschappelijk niet erg populair. Dikbetaald, dure auto en riante villa : het zijn slechts een paar van de stereotype elementen van het algemeen vooroordeel over die dienstverleners. Dat zij overigens zelf stimuleren door te gepasten en vooral te ongepasten tijd over hun (té lage) honoraria te kniezen. Maar zo'n beeld kan snel omslaan in iets positiever. De vrije beroepen bezetten immers een steeds belangrijker plaats in de Belgische diensteneconomie. Voorts kenmerkt een vervrouwelijking de groei van de beroepsgroep één op drie is vrouw , wat een schone evolutie is. Daarentegen dreigt de snelle toename van het aantal medische en paramedische zorgenverstrekkers uit te lopen op een professionele en financiële verstikking. Advocaten, notarissen en deurwaarders, artsen, tandartsen, apothekers en kinesisten, bedrijfsrevisoren en belastingconsulenten, architecten en landmeters, verzekeraars en tolken en de dertig andere vrije beroepsgroepen die in de officiële statistieken zijn opgenomen onder meer nog kunstenaars vormen allen samen een respectabele bedrijfstak. De werkgelegenheid steeg van 120.000 in 1983 tot zo'n 140.000 nu en ligt, met een serieus grijs circuit, in werkelijkheid nog een stuk hoger. Het vrije beroep is als werkgever belangrijker dan de auto-assemblage, de textiel en kleding of de chemie en telt zeventig procent meer werknemers dan de banken. Het is een bedrijfstak van kleine ondernemingen met veel vrouwen in dienst. De vrije beroepen, die spontaan het beeld oproepen van ?het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven?, komen nu in een maatschappelijke stroomversnelling terecht, die hun organisatie en werking in de komende jaren revolutionair kan wijzigen. Haalt het vrije beroep de 21ste eeuw, vraagt de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB) zich af. De vraag is voorlopig oratorisch, maar het antwoord zou wel eens ?neen? kunnen luiden. De verwachting wil dat iedereen met een min of meer grote vrijheid in de kennismaatschappij van de volgende een intellectueel beroep zal uitoefenen. Toch zijn er een aantal kenmerken die de beoefenaars van het vrije beroep tot een specifieke groep samensmeden. Wat is dan wel een vrij beroep ? ?De definitie ligt moeilijk en evolueert,? zegt Katrien Penne, secretaris van de federatie. ?In het Europees Secretariaat voor Vrije Beroepen bestaat een consensus dat het bij een vrij beroep gaat om een dienstverlening, die hoofdzakelijk bestaat uit een intellectuele prestatie, die een belangrijke voorafgaande opleiding en permanente vorming vergt. De beoefenaar is gebonden aan een deontologie, draagt persoonlijke verantwoordelijkheid, verstrekt diensten in een totale onafhankelijkheid en in een permanente beschikbaarheid. Op die elementen steunt de vertrouwensrelatie met de cliënt.? WERKNEMER MET EEN VRIJ BEROEPDat klinkt hooggestemd, de mensen met een vrij beroep zijn zeer gehecht aan het prestige van die definitie. Maar de beschrijving camoufleert een evolutie naar het vrije beroep in loondienst. Interne accountants zijn werknemers, nogal wat bedrijfsrevisoren werken onder het gezag van een werkgever, medewerkende notarissen zijn alleen op papier zelfstandig, niet weinig advocaten in ietwat grotere kantoren presteren in werkelijkheid in dienstverband, sommige architecten zijn exclusief aan de slag voor één bouwpromotor en een gelijkaardige evolutie doet zich in de medische sector voor. Is het mogelijk het vrije beroep te combineren met het statuut van werknemer ? ?Dat is mogelijk,? antwoordt nogal verrassend Kris Peeters, secretaris-generaal van het NCMV, de vereniging van zelfstandige ondernemers, die dezelfde functie bekleedt voor de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen. ?De werknemer met vrij beroep is onderworpen aan de deontologische en de tuchtregels van een extern instituut en moet onpartijdigheid respecteren. Dat waarborgt hem een autonomie en legt persoonlijke beroepsverantwoordelijkheid op. Daarin verschilt hij van de andere werknemers.? Op dezelfde wijze doet de evolutie naar het samengaan van beoefenaars van een vrij beroep in dienstverlenende bedrijven, zowel van beroepsgenoten als interdisciplinair, geen afbreuk aan het statuut van het vrij beroep. De beste tijd van de dorpsadvocaat is voorbij en de eenzaam plannen tekenende architect heeft meer verleden dan toekomst. Dat geldt voor nagenoeg alle vrije beroepen, die zich moeten aanpassen aan een maatschappij die wettelijk en organisatorisch steeds moeilijker te vatten valt, en aan de razendsnel evoluerende technologie. Afgezien van de artsen, die er sterke syndicale kamers op nahouden, hebben mensen die een vrij beroep uitoefenen, geen aangeboren aanleg om hun belangen en hun toekomst collectief te behartigen. Er is echter een evolutie aan de gang. In de economische sector steken accountants en revisoren de koppen bij mekaar om over de toekomst van hun beroepsgroep na te denken. De notarissen debatteren heftig over een wetsontwerp dat hun kantoren grondig hertekent. Bij de advocaten daarentegen beweegt niet veel. De oudere stafhouders van de balies brengen geen dynamiek op gang en ook jonge advocaten concentreren zich blijkbaar op de eigen carrière om ?het te maken?. Het groepsbelang ontbreekt. ?Dat ergert mij zeer,? zegt Kris Peeters. ?Vooral omdat de advocaat voor een belangrijke keuze staat ten aanzien van zijn ondernemingscliënten. Wordt hij, naar Nederlands voorbeeld, de grote specialist van de procedure en het Gerechtelijk Wetboek ? Of evolueert het beroep naar zakenadvocatuur, met advocaten die advies geven en trachten weg te blijven van de rechtbank en de tijdverspilling die daaraan verbonden is ? Dat laatste is pecuniair zeker zo interessant. De grote advocatenkantoren kiezen ervoor.? De jongste tijd echter groeit het vrij beroep tot een actieve medespeler in het zogenoemde maatschappelijk middenveld. De motor van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen is, onder de vleugels van het NCMV ?het gaat om zelfstandige ondernemers,? motiveert Kris Peeters , sneller gaan draaien. De koepelorganisatie is in opbouw en ze kan deelnemen aan het sociaal-economisch overleg, via lobbying de eigen beroepsbelangen verdedigen en, niet in het minst, het imago van het vrij beroep verfraaien. IEDEREEN IN ZIJN EIGEN HOKJEHet NCMV sloot daartoe akkoorden met een zevental beroepsorganisaties, met de Koninklijke Federatie van Notarissen als voorlopig laatste in de rij. Met de Nationale Orde van Advocaten bestaat er een akkoord, maar dat werd nog niet ondertekend. De contacten met de medische vrije beroepen lopen voortreffelijk, maar zonder formele samenwerking, behalve dan met de Unie van Zelfstandige Kinesitherapeuten die vanuit de politieke wereld nogal wat donderwolken boven zich ziet samenclusteren. Naar de apothekers toe voert het NCMV blijkbaar een charme-offensief. Bijvoorbeeld met zijn recente eis dat de ziekenfondsen hun apotheken moeten verkopen en dat apotheken voor minstens 51 procent eigendom moeten zijn van de apotheker zelf. Ongetwijfeld draagt die nieuwe groepsvorming van het vrije beroep bij tot de modernisering ervan. Overal gaat de prioriteit naar de vorming van de interprofessionele juridische vennootschap, in de omgang ?juridische polikliniek? genoemd. Secretaris-generaal Kris Peeters : ?De kleine en middelgrote ondernemers vragen van het vrije beroep een full-service voor juridisch, fiscaal en boekhoudkundig advies en verdediging. Ze hebben er geen boodschap aan de raad van hun accountant om ook nog eens naar een advocaat te lopen omdat er juridische problemen in de rekeningen steken. Ze willen één aanspreekpunt, één loket.? In de juridische polikliniek kunnen notaris, advocaat, accountant, bedrijfsrevisor en wellicht nog enkele aanvullende beroepen dat zal de markt wel uitwijzen samenwerken. Elk van de beoefenaars van een vrij beroep bezet immers slechts een segment van de juridisch-economische wereld, maar samen bestrijken zij het geheel. Voor de notaris die een nieuwe vennootschapakte schrijft, zou het niet onnuttig zijn een collega-fiscalist te kunnen raadplegen. Bovendien wordt de wetgeving steeds complexer en ze heeft in België de onaangename neiging om voortdurend te veranderen. Beoefenaars van een vrij beroep die denken alle juridische wijsheid te combineren, nemen risico's. De synergie van de samenwerking leidt tot hogere efficiëntie, snelheid en, niet in het minst, goedkopere dienstverlening aan de KMO's. Die samenwerking ligt echter moeilijk. Ze bevindt zich in het grensgebied tussen deontologie en wetgeving, tussen conservatieven en progressieven. Tussen de juridische en boekhoudkundige vrije beroepen loopt een Chinese muur, opgebouwd uit deontologische regels. Het beroepsgeheim van de advocaat en de notaris is inderdaad strikter dan dat van accountants en bedrijfsrevisoren. Er is een verschil in intensiteit, zoals het Arbitragehof dat formuleert. Kris Peeters : ?Het beroepsgeheim, of ruimer de deontologie, mag er niet de oorzaak van zijn dat wij in ons land vasthouden aan een verstarde hokjespolitiek.? België ligt op dat vlak lichtjaren achter op Nederland en ook andere Europese lidstaten staan verder. ?De vraag is of België met Brussel als hoofdstad van Europa waar, die dienstensector heel belangrijk is , ook op dit gebied weer achter het net gaat vissen,? waarschuwt Peeters. VLAAMSE ADVOCATEN LIGGEN DWARSIntussen krijgen grote ondernemen het pakket met een volledige juridische dienstverlening toch aangeboden. De grote internationale accountantskantoren de Big Six, met ondernemingen als Ernst & Young en Price Waterhouse reiken hun bedrijfsklanten een complete dienst aan : van managementadvies over juridische bijstand tot sociaal secretariaat. Internationale law firms streken in Brussel neer en aarzelen niet om, net als de Belgische grote advocatenhuizen als De Bandt, Van Hecke en Loeff, Claeys, Verbeke, over het juridisch grensgebied te werken. Samenlevingscontracten zijn gesloten tussen onder meer consultant Arthur Andersen en de advocatenpraktijk Burnion, Bolle, Houben & Co. De juridische departementen van die revisorenkantoren nemen het juridisch advies voor hun rekening, terwijl mensen van de advocatenkantoren gaan pleiten voor de rechter, naar verluidt tot grote ergenis van de Orde van Advocaten. De Franstalige balie van Brussel werkte aan een gestructureerde samenwerking tussen haar leden en de boekhoudkundige beroepen, maar de Nederlandstalige balie kelderde de gedachte. ?Die tegenstand tegen de samenwerking is niet zonder risico,? vindt de secretaris-generaal van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen. ?Zowel de Big Six als de law firms betonen meer en meer belangstelling voor de kleine en middelgrote ondernemingen. Zij dreigen de cliënten van de kleine advocaat en de eenzame accountant weg te snoepen. Als die niet opletten, blijven ze zitten met de financieel oninteressante klodden.? Sommigen beginnen het licht te zien. De accountants en de bedrijfsrevisoren werken aan de oprichting van één enkel beroepsinstituut, waarin zij ook de belastingsconsulenten integreren. Bedrijfsrevisoren kunnen nu al wettelijk met aanverwante beroepen in vennootschap gaan. Het nieuwe wetsontwerp op het notariaat voorziet evenzeer in een samenwerking, via een middelenvennootschap, met andere beoefenaars van juridisch-economische beroepen. De advocaten blokkeren, zij koesteren nu eenmaal hun reputatie van eigenzinnigheid. ?Het is hoog tijd dat de advocatuur zich over de toekomst gaat bezinnen,? klaagt Peeters. Ze zullen dat volgens hem wel moeten doen, nu de regering ?tussen de soep en de patatten? de oprichting van fiscale rechtbanken (van eerste aanleg) goedkeurde. De advocaten behouden er hun pleitmonopolie, wat tot serieuze conflicten zal leiden met de economische vrije beroepen. Die behartigen onder meer de belastingzaken van de ondernemingen en verdenken hun juridische collegae van een gebrek aan fiscale knowhow. ?De juridische polikliniek lost dit interne conflict op. Het debat daarover wordt de komende maanden zeer levendig,? voorspelt Kris Peeters. Guido Despiegelaere Moeten advocaten hun toga aan de kapstok hangen ? Is de toekomst aan advocaten die van rechtbanken kunnen wegblijven ?