Sommige analisten, dikwijls in de hoek van de filosofie, zullen het weer niet op prijs stellen, maar een analyse van experimenten met hersenscans, gepubliceerd in Social Cognitive and Affective Neuroscience, wijst uit dat onze hersenen geprogrammeerd zijn voor vriendschap. Dat is dus niet iets wat wij etaleren op basis van culturele contacten, maar iets waarvoor we voorbestemd zijn. De resultaten zijn duidelijk: de hersenen van proefpersonen reageerden niet wanneer een hen onbekend persoon bedreigd werd met een elek...

Sommige analisten, dikwijls in de hoek van de filosofie, zullen het weer niet op prijs stellen, maar een analyse van experimenten met hersenscans, gepubliceerd in Social Cognitive and Affective Neuroscience, wijst uit dat onze hersenen geprogrammeerd zijn voor vriendschap. Dat is dus niet iets wat wij etaleren op basis van culturele contacten, maar iets waarvoor we voorbestemd zijn. De resultaten zijn duidelijk: de hersenen van proefpersonen reageerden niet wanneer een hen onbekend persoon bedreigd werd met een elektroshock, maar wel wanneer het ging om iemand met wie ze bevriend waren. 'Het is alsof de mensen die ons na aan het hart liggen deel worden van onszelf, en dat niet in een metaforische maar in een puur wetenschappelijke betekenis', stelde de hoofdonderzoeker van het werk. Vriendschap kan verschillende functies hebben in een mensenleven. Het belang van betrouwbare bondgenoten kan niet worden overschat in een complexe sociale context. Vriendschap zou de evaluatie van contacten vergemakkelijken, want elk sociaal systeem moet waakzaam zijn voor mee-eters: fraudeurs die profiteren van de mogelijkheden van een soort sociale zekerheid om zelf minder te hoeven doen. Je moet dus nauwkeurig bijhouden wie wat doet (of niet doet) om te vermijden dat je constant opdraait voor anderen van wie je geen sociale return krijgt. Vriendschap kan de boekhouding van contacten wat soepeler maken, omdat je van vrienden veronderstelt dat je op hen kunt rekenen, dat ze je niet zullen misbruiken, zodat je ze niet permanent hoeft te evalueren. Op een totaal andere schaal leggen neuroloog Pierre Vanderhaeghen en zijn ploeg van de ULB in het vakblad Neuron uit hoe hersencellen zich in lagen en kolommen organiseren om optimaal te functioneren. De miljarden cellen in ons hoofd vormen een eindeloos aantal verbindingen met elkaar, een wirwar van connecties, lijkt het wel, maar toch blijkt er orde in de chaos te zitten, structuur, om het geheel beter te laten functioneren. De lagen en kolommen worden al in de embryonale fase gevormd. Signaalstoffen als efrine-B1 spelen een rol als gids om alles in goede banen te leiden. Hoe meer er van die stoffen beschikbaar zijn, hoe meer kolommen er worden gevormd. De kolommen zijn dan ook smaller, en waarschijnlijk efficiënter, dan in minder gecontroleerde omstandigheden. Er is vastgesteld dat afwijkingen in de kolomstructuur van de hersenen tot ziektes, zoals epilepsie, kunnen leiden. De wetenschappers zoeken nu naar genen die de productie van de signaalstoffen bepalen, in de hoop er oplossingen voor de ziekteverschijnselen uit te kunnen puren.