In een wapenwinkel in de diamantwijk kocht Abbas zich een revolver, een Smith & Wesson. Voor de wapenvergunning kreeg hij hulp van inspecteur Albert Van Hoef van de gerechtelijke politie in Mechelen, die regelmatig op het kantoor van Abbas kwam en hem kleine diensten leverde. Abbas had hem voor vijfduizend dollar per maand een baan beloofd als chef van de bewakingsdienst in zijn diamantmijnen in Guinea, maar het duurde lang voor de zaak concreet kon worden geregeld....

In een wapenwinkel in de diamantwijk kocht Abbas zich een revolver, een Smith & Wesson. Voor de wapenvergunning kreeg hij hulp van inspecteur Albert Van Hoef van de gerechtelijke politie in Mechelen, die regelmatig op het kantoor van Abbas kwam en hem kleine diensten leverde. Abbas had hem voor vijfduizend dollar per maand een baan beloofd als chef van de bewakingsdienst in zijn diamantmijnen in Guinea, maar het duurde lang voor de zaak concreet kon worden geregeld. Het was Van Hoef die Abbas in contact bracht met de Italiaanse maffiaman Paolo Soggiu. Soggiu had in België een dekmantelbedrijf dat in marmer handelde, maar hij deed vooral in drugs voor de Calabrese maffia, de 'Ndrangheta, die een sterke basis had in en om Antwerpen. Nadat eind 1994 honderd kilo cocaïne in de Antwerpse haven onderschept was, werd Soggiu in Duitsland aangehouden, waar hij uitgebreide verklaringen aflegde als kroongetuige. Hij zei onder meer dat Abbas hem vijf miljoen frank geleend had om de cocaïne te financieren. Volgens Soggiu betaalde hijzelf 300.000 frank aan inspecteur Van Hoef om hem aan het contract voor de "marmeren villa" van Abbas te helpen - een betaling die later door Van Hoef ontkend werd. In de volgende maanden was Abbas met de Italiaanse maffia een vreemde alliantie aangegaan om een grote slag te slaan op dé criminele groeimarkt van de jaren negentig: de handel in vuil geld - dat gewisseld of witgewassen moest worden. Ze hadden onder meer operaties opgezet met enorme pakken Libisch geld, Italiaans geld en Zwitsers geld - en die laatste onderneming was op een bloederige schietpartij in Breda geëindigd. In het eindrapport dat de Duitse Kriminalpolizei over de zaakjes van Soggiu maakte, beschuldigden zij Van Hoef van "mededaderschap" en namen zij vooral aanstoot aan zijn "verraad". Volgens Soggiu had inspecteur Van Hoef hem in het voorjaar van 1994 getipt dat Soggiu's naam in een Duits drugsonderzoek werd genoemd. De Duitse politie leidde een onderzoek in tegen de inspecteur en maakte de stukken voor verdere afhandeling aan het gerecht in Mechelen over. Maar daar werd de man niet eens verhoord, laat staan gestraft. Abbas had trouwens nog wel meer vrienden bij de politie. Voortdurend werd hij op de hoogte gehouden of hij al dan niet internationaal gesignaleerd stond. Hij kreeg onder meer computeruitdraaien uit Nederland. Een vrouwelijke medewerker van de Antwerpse vreemdelingendienst liet hem tegen betaling weten of hij gezocht werd. En hij beschikte zelfs over prints van de gerechtelijke politie of Interpol. Chris De Stoop