Bezoekers aan Andrews Air ForceBase, de militaire luchthaven vlakbij de Amerikaanse hoofdstad Washington, kunnen daar in een hangar geregeld de Gulfstream zien staan waarmee de Jordaanse koning Hoessein naar de VS vliegt om zich in het Mayo-ziekenhuis in Minnesota voor kanker te laten behandelen. Hoesseins aanwezigheid op Amerikaanse bodem kwam president Bill Clinton vorige donderdagavond goed van pas.
...

Bezoekers aan Andrews Air ForceBase, de militaire luchthaven vlakbij de Amerikaanse hoofdstad Washington, kunnen daar in een hangar geregeld de Gulfstream zien staan waarmee de Jordaanse koning Hoessein naar de VS vliegt om zich in het Mayo-ziekenhuis in Minnesota voor kanker te laten behandelen. Hoesseins aanwezigheid op Amerikaanse bodem kwam president Bill Clinton vorige donderdagavond goed van pas. De gesprekken tussen de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Benjamin "Bibi" Netanyahu zaten hopeloos in de knel. Daags tevoren nog hadden de Israëli's hun koffers al eens gepakt, klaar om op te stappen. De drankjes uit de minibar van de hotelkamers waren al betaald. Een beproefde truc om druk op de ketel te zetten. Tot de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright Netanyahu op hoge toon kwam meedelen dat de Verenigde Staten zich geen ultimatum laten stellen. 's Anderendaags vorderde Clinton de fel verzwakte Jordaanse koning op om de twee opponenten een uur lang de levieten te komen lezen. Dat zij het zich niet konden permitteren om te mislukken. Dat zij het aan hun volk, hun kinderen en de komende generaties verplicht waren om tot een akkoord te komen. Dat akkoord is er ook gekomen. De Amerikanen weten hoe ze zoiets moeten ensceneren: negen dagen durende gesprekken op een landgoed aan de Wye-rivier, aan de kust van Maryland, een eind buiten Washington, de Amerikaanse president die per helikopter heen en weer pendelt om in totaal 85 uur lang zelf te komen bemiddelen, apartjes bij het haardvuur, gesprekken onder vier ogen in stemmig verlichte salons, grapjes die in de publiciteit komen, aardigheidjes erbij zoals Netanyahu die 49 jaar wordt, door Madeleine Albright uit zijn bed wordt gebeld voor verjaardagswensen en 's anderendaags een bos bloemen krijgt van Arafat, deze laatste die voor het eerst in een halve eeuw nog eens op een fiets rondpeddelt, met een golfkarretje vol veiligheidslui achter hem aan.GEEN MORZEL GROND VOOR ARAFATToen het akkoord uiteindelijk werd ondertekend, was het al zaterdag. Orthodoxe joden hebben de plechtigheid in het Witte Huis niet kunnen bekijken op de Israëlische televisie, omdat het sabbat was en orthodoxe gelovigen dan niet mogen autorijden, of geen radio- of televisietoestellen mogen bedienen. Voor de extremisten onder hen doen de details er toch niet toe: ze zijn tegen élk vergelijk. Zij beroepen zich op enige millennia joodse traditie met een zo groot mogelijk "historisch" thuisland. Dat bestendigen ze door in bezet gebied almaar nieuwe joodse nederzettingen op te trekken. En nu gewagen ze van verraad, natuurlijk, want zij waren het die Netanyahu aan zijn verkiezingsoverwinning tegen Shimon Peres hadden geholpen, want het was de bedoeling dat zo een eind zou komen aan de land-voor-vrede-politiek van de Arbeiderspartij. Van "Bibi" verwachtten zij dus niet dat die nog wat Palestijns gebied aan de Palestijnen zou teruggeven. Toch is het niet veel wat Arafats PLO er nu bij krijgt: Israël zal 13,1 procent van de Westbank afstaan, tamelijk bar land bovendien, het Israëlische leger zal zich terugtrekken uit nog eens 14,2 procent dat al onder Palestijns bestuur stond. Overigens blijft daarmee nog een zestig procent van de Westelijke Jordaanoever, die sinds 1967 wordt bezet, onder controle van Israël. En het zal nog een maand of drie duren eer de Israëli's daadwerkelijk opstappen. De woede bij de joodse kolonisten en orthodoxen vindt zijn tegenpool in de ontzetting van de Palestijnse extremisten van onder meer Hamas (zie kader). Het scheelde niet veel of ze konden de gesprekken van vorige week nog even de grond inboren met een granaataanval op een Israëlisch busstation, waarbij 64 gewonden vielen. Daar zijn het extremisten voor - dat ze tegen elk compromis gekant zijn. Ondanks alle publieke vertoon, geeft het akkoord van Wye River blijk van een groot déjà-vu. Het borduurt verder op enige details uit het Israëlisch-Palestijnse vredesakkoord van Oslo van 1993, dat inderdaad steunde op de filosofie dat de Palestijnen slechts hun grond konden terugkrijgen als ze Israël vrede konden garanderen. En omgekeerd. Rechts Israël, dat Netanyahu aan de macht bracht, heeft dit paradigma nooit aanvaard. Vaak bloedige aanslagen in Israël door zelfmoordcommando's zouden daarvoor het bewijs leveren: Arafat kon of wou de terreur niet breken die Israël vanop Palestijns grondgebied te verduren krijgt. "Oslo" stremde toen de Israëli's zich als gevolg daarvan niet meer aan het tijdschema van het akkoord van 1993 wensten te houden. Veel meer dan dat het iets nieuws zou brengen, heeft het River Wye Memorandum dan ook als grootste verdienste dat het de filosofie van het Oslo-proces enigszins in ere herstelt en de uitvoering ervan weer op gang trekt. Arafat belooft nu, in ruil voor de Israëlische ontruimingen, om de terreur strenger aan te pakken, en wel volgens het zero tolerance-principe. Opmerkelijk is dat de Amerikanen daarbij hun Central Intelligence Agency (CIA), de geheime dienst, een nieuwe, want vrij zichtbare rol willen laten spelen als bemiddelaar en coördinator tussen de Israëlische en Palestijnse veiligheidsdiensten. EEN GOED WOORDJE VAN CLINTONBij dit alles komt nog een hoop psychologie kijken, kwesties die, behalve dat ze enige praktische problemen oplossen, vooral erg gevoelig liggen. De Palestijnen krijgen twee corridors - vooralsnog alleen per makkelijk controleerbare bus of trein - over Israëlisch territorium tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Na veel armworstelen zal Israël 750 Palestijnse gevangenen vrijlaten, terwijl Arafat voortaan de volledige controle verwerft over zijn tot nu toe ongebruikte luchthaven in Gaza. Met dit alles krijgt Arafats Palestijnse Autoriteit alweer meer te doen. Dat kost geld - en dat heeft die Autoriteit niet, die bovendien ook niet bekendstaat als een voorbeeldig beheerder van de publieke financiën. Vandaar dat Arafat van Washington rechtstreeks naar Oostenrijk vloog, waar een informele Europese top aan de gang was. Wat premier Jean-Luc Dehaene (CVP) meteen de verzuchting ontlokte dat de Amerikanen graag akkoorden afdwingen, maar dat Europa vervolgens wel de factuur krijgt. Rest dan nog het feit dat het PLO-charter nog altijd voorschrijft dat Israël moet worden vernietigd. Het valt te begrijpen dat deze bepaling de Israëli's niet tot al te veel fiducie inspireert. Arafat mag dan wel al dikwijls plechtig hebben gesteld dat hij een definitieve oplossing voor het Palestijnse probleem alleen langs vreedzame weg tot stand wil brengen, hij heeft niet het eeuwige leven. Hij kan ook al niet eigenmachtig in het PLO-charter gaan knoeien en bovendien is hij niet danig populair bij zijn op vele vlakken gefrustreerde bevolking. Bill Clinton wil hem helpen. Wanneer de Palestijnse Nationale Raad in december de amendering van het charter voorgelegd krijgt, komt Clinton persoonlijk naar Gaza om een goed woordje te doen. En de tijd dringt voor iedereen. Op 4 mei 1999 wordt, zo heeft Arafat de Palestijnen beloofd, een volwaardige Palestijnse staat opgericht, met of zonder akkoord van Israël over een final status. Alleen als het oorspronkelijke tijdschema van Oslo wordt gevolgd, kan dat lukken. Maar dat betekent dat de hardste noten nog moeten worden gekraakt: de toekomstige status van Jeruzalem en de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen die bij de opeenvolgende oorlogen in de regio werden verdreven. Voor "Bibi" ziet het er politiek alvast goed uit: met het Wye River-akkoord kan hij Israëls politieke centrum voor zich winnen en heeft hij de extremisten electoraal niet meer nodig. En nu Clinton erin slaagde om Arafat en Netanyahu de vredespijp te laten roken, kan de Amerikaanse president, na zijn Monica-perikelen, ook weer wat aan postuur winnen. Maar Arafat, die moet in zijn oude dag nog hard werken. M.R.