De preventiewerkers formuleren bedenkingen bij het voorstel van binnenlandminister Johan Vande Lanotte.
...

De preventiewerkers formuleren bedenkingen bij het voorstel van binnenlandminister Johan Vande Lanotte.Moeten ouders en directie dadelijk verwittigd worden als een leerling betrapt wordt op drugs ? En hoe kaarten we het probleem aan bij de jongere zelf ? Dit zijn slechts enkele van de vragen waarmee nogal wat leerkrachten zitten. Binnenlandminister Johan Vande Lanotte (SP) heeft het plan opgevat om in 29 scholen in 29 Belgische steden waarvan 19 in Vlaanderen, waar de situatie het meest schrijnend is , geld van de veiligheidscontracten vrij te maken voor drugspreventie. Vlaams gemeenschapsminister voor Onderwijs Luc Van den Bossche (SP) zou daarenboven elf leerkrachten parttime inzetten zodat de actieradius nog kan uitbreiden. Bedoeling is om in een aantal scholen ?drugsleerkrachten? vrij te stellen voor begeleiding van leerlingen. Daarenboven wordt de opleiding van ?groene leerlingen? overwogen, die hun leeftijdsgenoten in positieve zin zouden ondersteunen en doorverwijzen. De gesprekken over dit voorstel zijn door de vroege media-aandacht en de daaropvolgende controverse tussen de betrokken politici op een zacht vuurtje gezet, maar ze lopen wel door. Enkele punten van het voorstel stoten echter op kritiek van preventiewerkers. Zo wordt er, bijvoorbeeld, slechts een klein aantal scholen bereikt, wat de scholen ontmoedigt, die al op vrijwillige basis en met eigen middelen werken aan een drugsbeleid. Die selectiviteit geeft mogelijk ook aanleiding ook tot concurrentie tussen scholen, die nu samenwerken op het scholenoverleg. Tweede kritisch punt : burn-out vormt een reëel risico, als slechts één leerkracht ineens alles wat met drugs te maken heeft, op zijn dak krijgt. Beter twee leerkrachten elk een kwart van hun tijd vrijstellen, dan één leerkracht halftijds, opperen de preventiewerkers. Dan kunnen ze elkaar bijstaan. Een manier om op deze bedreiging te anticiperen, zou er kunnen in bestaan de leerkracht te integreren in een begeleidingscel met andere leerkrachten en PMS-mensen. De fundamentele vraag blijft echter : moet een leerkracht er zijn voor een psychosociale begeleiding bovenop zijn lesgeversopdracht ? De combinatie doet bovendien vragen rijzen over de tegenstrijdigheid van de twee taken : kan een leraar enerzijds als vertrouwenspersoon fungeren en anderzijds als controleur. Moet de leraar in kwestie misschien telkens een ander petje op zijn hoofd zetten ? Jeugdwelzijnswerkers zien meer heil in een soort coach voor verschillende scholen in een regio, mogelijk iemand van een dienst als het PMS of een Centrum voor Geestelijke Gezondheid (CGG). Zo iemand achten ze beter geplaatst om een drugsbeleid op scholen te ondersteunen. Hij of zij zou scholen kunnen bijeenbrengen in een platform en leerkrachten assisteren in hun gesprekken met leerlingen.