Hilla en Bernd Becher maakten al duizenden opnamen van industriële installaties. Het begon in 1957 en ze doen het nog altijd, overal ter wereld. Ondertussen werden ze respectievelijk 68 en 71 en overladen met eerbetoon. Hun werk behoort tot de vaste collectie van belangrijke musea en werd dit jaar voor de vierde keer geselecteerd voor de Documenta in Kassel. Ze kregen de beeldhouwprijs bij de Biënnale van Venetië, de staatsprijs Nordrhein-Westfalen en halfweg oktober ook nog de Erasmusprijs in Nederland. Naar aanleiding van deze prijs toont het stedelijk museum in Amsterdam een flinke brok werk van dit echtpaar.
...

Hilla en Bernd Becher maakten al duizenden opnamen van industriële installaties. Het begon in 1957 en ze doen het nog altijd, overal ter wereld. Ondertussen werden ze respectievelijk 68 en 71 en overladen met eerbetoon. Hun werk behoort tot de vaste collectie van belangrijke musea en werd dit jaar voor de vierde keer geselecteerd voor de Documenta in Kassel. Ze kregen de beeldhouwprijs bij de Biënnale van Venetië, de staatsprijs Nordrhein-Westfalen en halfweg oktober ook nog de Erasmusprijs in Nederland. Naar aanleiding van deze prijs toont het stedelijk museum in Amsterdam een flinke brok werk van dit echtpaar. Het lijkt een saaie bedoening. De foto's zijn geschikt per onderwerp, watertorens in een groepje van vijftien en dan nog eens vijf gasbollen, negen silo's of hoogovens, of waterreservoirs. Het tentoonstellingslandschap is monotoon, ook al omdat de meeste opnamen gemaakt werden bij grijs weer en in zwart-wit, met een strakke lichtgrijze lucht, haaks, zonder mensen, zonder zon, zonder vogels, schijnbaar zonder emoties. De Bechers gebruiken een groot fototoestel en diafragma 45. Zo krijgt de foto scherptediepte (scherpte van dichtbij de camera tot bij het verst afgelegen puntje) ten koste van een iets meer briljante scherpte op een of andere plek in beeld. Alles is even scherp, niets wordt vertroebeld. De kijker kan actief alle elementen in beeld herkennen, van de ene rand tot aan de andere. We zagen bezoekers op zoek naar ergens een mens in beeld (ze zijn er!), of het kleine verschil tussen de ene mijnlift en de andere. Het werk is zo ernstig en zo consequent dat het op den duur grappig wordt. Er is wat humor bij - een minder bekend soort Duitse humor. Het ontstaat als ernstige mensen nog ernstiger worden en zo een grens overschrijden. Het uitte zich al in 1970 bij hun eerste publicatie, toen Bernd en Hilla Becher het werk omschreven als : 'Anonyme Skulpturen - eine Typologie technischer Bauten'. Het is prachtig om die grauwe bouwwerken te promoten als sculpturen (de Bechers kregen ook een beeldhouwprijs), maar tegelijk is het een provocatie. Noch in de wereld van de zware industrie, noch in de wereld van de zogenaamde hogere kunsten wordt veel gelachen. Zonder te verpinken, leveren de Bechers jaar na jaar weer van die grijze zakelijke foto's af. En omdat deze foto's in groepen vertoond worden, zijn het tegelijk installaties. De mijntorens in de buurt van Chicago worden dan vergelijkbaar met die van Wallonië, Hannover en Pas de Calais. De manier van doen en van ophangen is gewoon leuk. Het is een verstild gebeuren ver van het gedaver. Bij de toekenning van de Staatsprijs Nordrhein-Westfalen in december 2001 loofde de minister-president aldaar het documentaire karakter van de foto's. Het is slechts één aspect van de foto's. Het voornaamste aspect is puur artistiek: via een soort neutraliteit een krachtig en ingrijpend beeld maken. Het is gebleken: Hilla en Bernd Becher zijn zowat de moeder en vader van de Düsseldorfse school, zonder twijfel de voornaamste broedplaats van de hedendaagse Europese fotografie. Ze hadden Andreas Gursky, Thomas Ruffen en Thomas Struth als student. De afstandelijke manier van fotograferen heeft wel wat teweeggebracht. Ook deze mannen brengen nu geweldige foto's. Gursky fotografeerde vorig jaar nog een nachtelijk optreden van Madonna met tienduizenden toehoorders in kleur en van ver. Ook vorig jaar fotografeerde Struth het binnenste van een regenwoud, pijnlijk scherp maar zonder ergens de nadruk op te leggen. En in 2000 plukte Ruff anonieme pornofoto's van het net om ze vibrerend en levensgroot te exposeren. Het zijn variaties op dezelfde afstandelijkheid en beelden van een ongewone, haast pijnlijke humor. Johan de VosHilla en Bernd Becher, 'Industriële structuren', Stedelijk Museum Amsterdam, Paulus Potterstraat,13. Elke dag van 11 tot 17 uur, nog tot 31/12/02 info:www.stedelijk.nl.