Hongarije

Zaterdag 8 oktober 2016 kreeg journalist Andras Dési vroeg in de ochtend telefoon van een bevriende collega. 'In mijn ervaring bellen mensen alleen zo vroeg als er iemand overleden is', vertelt Dési. En dus stelde hij half gekscherend de vraag: wie is er dood? Waarop zijn collega antwoordde dat Népszabadság, het dagblad waarvoor Dési 26 jaar lang heeft gewerkt, niet meer in leven was.
...

Zaterdag 8 oktober 2016 kreeg journalist Andras Dési vroeg in de ochtend telefoon van een bevriende collega. 'In mijn ervaring bellen mensen alleen zo vroeg als er iemand overleden is', vertelt Dési. En dus stelde hij half gekscherend de vraag: wie is er dood? Waarop zijn collega antwoordde dat Népszabadság, het dagblad waarvoor Dési 26 jaar lang heeft gewerkt, niet meer in leven was. De dag voordien had de redactie van Népszabadság voor de laatste keer de krant gemaakt in de oude kantoren in Pest. De redactie zou zondag rond de middag samenkomen om haar nieuwe kantoren in Boeda in te huldigen met pizza en een drankje. Maar zaterdag stond op de website van Népszabadság, op dat moment het grootste dagblad van Hongarije, te lezen dat de krant door financiële problemen onmiddellijk werd stopgezet. De stopzetting bleek grondig gepland: de kantoren werden vergrendeld en de mailboxen van de redactie geblokkeerd. 'We hebben nog geprobeerd om een doorstart te maken - tevergeefs', zucht Dési. 'Bedrijven wilden gewoon het risico niet nemen, ze zijn bang om problemen met de overheid te krijgen. Ik zeg niet dat Népszabadság de perfecte wereld was: natuurlijk hebben wij fouten gemaakt. Het is wel doodjammer en ontoelaatbaar dat de krant zo aan zijn einde is gekomen.' Népszabadság werd in 2014 opgekocht door Heinrich Pecina, een Oostenrijkse zakenman die later ook verschillende regionale kranten kocht. Enkele dagen nadat Pecina Népszabadság stopgezet had, verkocht hij zijn bedrijf aan Lorinc Mészáros, een voormalige gasfitter en jeugdvriend van Orbán die via overheidscontracten de rijkste man van Hongarije werd. Sinds Viktor Orbán met zijn partij Fidesz in 2010 een absolute meerderheid bij de parlementsverkiezingen behaalde, voltrekt dat proces zich steeds vaker: bevriende zakenmannen kopen mediabedrijven op en richten ze in naar hun eigen smaak en politieke voorkeur. 'U moet zich het Hongaarse medialandschap voorstellen als een grote, Fidesz-gezinde oceaan', zegt Dési. 'In die oceaan zijn er enkele kleine eilandjes van kritische journalistiek. Maar het zeeniveau stijgt, en de eilandjes zijn aan het krimpen.' Het Hongaarse medialandschap kwam vanaf 2010 in een perfecte storm terecht. Net als in de rest van de wereld zette de opkomst van het internet het klassieke verdienmodel onder druk. Bovendien was Hongarije zwaar getroffen door de economische crisis van 2008, waardoor bedrijven minder adverteerden. Orbán greep de crisis aan om een noodtaks op advertentie-inkomsten voor mediabedrijven in te voeren. Daarbij speelde hij in op het feit dat veel Hongaarse uitgevers in handen zijn van buitenlandse bedrijven, die zo aangemoedigd werden om hun Hongaarse bezittingen van de hand te doen. Tegelijk dirigeerde de overheid alle advertenties van overheidsbedrijven naar Fidesz-getrouwe media, wat hun slagkracht vergrootte. Ook buitenlandse bedrijven snapten al snel dat het niet wijs was om te veel in kritische media te adverteren. Dat maakte het voor onafhankelijke media nóg moeilijker om inkomsten te vergaren. De druk manifesteerde zich al snel op de redactievloer. András Pethö werkte op dat moment voor Origo, 's lands bekendste nieuwswebsite. Pethö bracht in 2014 een schandaal uit over de buitenlandse reizen van János Lázár, de kabinetschef van Viktor Orbán. Toen het kabinet weigerde om Pethö informatie te geven, besloot hij naar de rechtbank te stappen om die informatie op te eisen. 'Maar plots kregen we het verzoek om te wachten', vertelt Pethö. 'Later kregen we zelfs de vraag om de zaak te laten vallen. Het was redelijk duidelijk dat er politieke druk was op het management.' In 2015 bezweek ook Origo onder de druk, en werd de website verkocht aan een Fidesz-gezinde mediagroep. Origo is vandaag de brallerigste megafoon van het regime. Orbán heeft nooit een geheim gemaakt van zijn ambitie om Hongaarse media zo veel mogelijk in Hongaarse handen te brengen. In 2018 werden honderden regeringsgezinde televisiekanalen, radiozenders, kranten en weekbladen ondergebracht in KESMA, een conglomeraat dat meer dan 40 procent van het Hongaarse medialandschap behelst. 'Orbán beschouwt controle over de media als een kwestie van nationale veiligheid', zegt Peter Krekó, directeur van het Political Capital Institute in Boedapest en 's lands bekendste politoloog. 'Hij is ervan overtuigd dat Hongaarse media met een buitenlandse eigenaar een bedreiging zijn voor de Hongaarse soevereiniteit.' Omdat de Hongaarse regering KESMA bestempelt als van vitaal nationaal belang, ontsnapt het conglomeraat aan EU-wetgeving. Andras Dési vergelijkt de regimegetrouwe media met 'een stel bloedhonden'. 'Fidesz gaat constant op zoek naar nieuwe vijanden. De ene week is de vijand bijvoorbeeld zakenman George Soros, en dan schrijven al die kranten massaal over Soros. De volgende week is het misschien acteur George Clooney, en dan richt de meute zich op George Clooney.' Maar de functie van overheids- gezinde media gaat verder dan louter politieke propaganda. Ook niet-politieke tegenstanders zijn geregeld het doelwit van georkestreerde mediacampagnes. Zo was Peter Krekó begin januari het doelwit van een absurde hetze, nadat hij op de nieuwswebsite Politico gewaarschuwd had voor Orbáns drang om het onpopulaire Russische corona-vaccin Sputnik te promoten. Dat zou de bereidheid van Hongaren om zich te laten vaccineren kunnen ondermijnen. De rechtsconservatieve krant Magyar Nezmet, de luidste acoliet onder de regimepers, beweerde dat Krekó 'een plan om de regering omver te werpen' had onthuld. 'Ze lieten het uitschijnen alsof ik de oppositie aanmoedigde om een antivaccinatiecampagne te voeren', vertelt Krekó. 'Het is duidelijk dat ze mijn woorden expres hebben verdraaid. Zelfs iemand die maar matig Engels begrijpt, kan die zin nooit zo fout interpreteren.' In de daaropvolgende dagen verschenen maar liefst 200 artikels over meer dan dertig publicaties waarin Krekó werd neergezet als een samenzwerende antivaccinatieactivist. Er kwamen bedreigingen tegen Krekó en zijn familie. Voor Krekó is het ondertussen bijna de normale gang van zaken. In december won hij nog een proces tegen drie overheidsgezinde media die hem ervan beschuldigd hadden 'een geheime Britse psychologische oorlogscampagne' te voeren. Maar de laatste aanval is een stuk indrukwekkender, vindt Krekó. 'Dit is haatzaaierij op industriële schaal. Het is bijna onmogelijk om jezelf te verweren.' De ruimte voor onafhankelijke media blijft ondertussen krimpen. In 2018 werd ook de populaire nieuwswebsite Index overgenomen door een gezagsgetrouwe zakenman. Hoofd- redacteur Szabolcs Dull stelde prompt een online barometer in, die de mate weergaf waarin zijn redactie onafhankelijk kon werken. In maart van vorig jaar verwierf de Orbángezinde zakenman Miklos Vaszily een meerderheidsaandeel. Op 21 juni ging de barometer op oranje: de redactie achtte haar onafhankelijkheid in acuut gevaar. Toen Dull op 22 juli werd ontslagen, nam meer dan de helft van de redactie uit protest ontslag. Premier Viktor Orbán toonde zich tevreden dat de 'fabriek van fake news' was lamgelegd. Maar het voormalige Index-team slaagde erin om een doorstart te maken. Een zeventigtal journalisten ging enkele maanden later aan de slag bij Telex, dat via een opmerkelijke crowdfundingcampagne meer dan 350 miljoen forint vergaarde (ongeveer 1 miljoen euro). Telex publiceert uitsluitend online en trekt dagelijks tot 500.000 lezers. Hoofdredactrice Veronika Munk schat dat ze maandelijks om en bij de 50 miljoen forint (ongeveer 150.000 euro) nodig heeft om het schip drijvende te houden. Het is een straaltje hoop in een steeds duister wordende omgeving. Ze benadrukt dat, ondanks de toenemende druk, de zaak allesbehalve verloren is. 'Hongarije is Rusland niet', zegt Munk. 'Journalisten worden hier niet gedood of in de gevangenis gegooid. Er is geen rode telefoon waarmee Viktor Orbán belt om te zeggen wat we moeten schrijven. Maar het wordt ons wel zeer moeilijk gemaakt om ons werk te doen. Het is voor onafhankelijke journalisten bijvoorbeeld onmogelijk om een antwoord van de overheid te krijgen. Van de 52 keer dat we in onze eerste 100 dagen een vraag aan een ministerie hebben gesteld, hebben we amper 9 keer antwoord gekregen. Dat is een democratie onwaardig.' Die blokkade gaat bijzonder ver, vervolgt Munk. 'Het is tijdens deze coronacrisis bijna onmogelijk om een dokter of een viroloog te spreken. Het volledige medische personeel werkt eigenlijk voor de overheid, en heeft een formeel verbod gekregen om met journalisten te spreken. Dat maakt het verschrikkelijk moeilijk om over de pandemie te schrijven. Het is haast onmogelijk om aan informatie te komen.' Voor journalisten is het moeilijk om de schreeuwerigheid van het Hongaarse medialandschap te weerstaan en onpartijdig verslag te doen. Munk benadrukt dat ze zichzelf niet als 'het verzet' ziet. 'Ik ben geen activist', zegt ze met klem. 'Wij zien dit niet als een oorlog. Wij zijn journalisten die op basis van feiten ons werk proberen te doen. Wij zijn geen oppositiemedium. Een schandaal bij de oppositie krijgt van ons evenveel aandacht als een schandaal bij de regering.' De vraag hoe Europa met Hongarije moet omgaan, vindt Andras Pethö, die tegenwoordig het onderzoeksjournalistieke platform Direkt36 leidt, irrelevant. 'Het is niet aan mij om aan politiek te doen.' Maar tegelijk zou het al een hele hulp zijn als de EU iets behulpzamer zou zijn wanneer we Hongaarse corruptie proberen te onderzoeken, vindt Pethö. 'Telkens als wij naar de Europese instellingen gaan om informatie te vragen over het Europese belastinggeld en hoe dat wordt besteed, worden we afgescheept met nietszeggende antwoorden. Hoe wil je dat wij onze journalistieke taak volbrengen? Als de Europese Unie echt corruptie in Hongarije wil bestrijden, moet ze ons helpen om onze job te doen.' Toen de rechts- conservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (Prawo i Sprawiedliwosc of PiS) in oktober 2015 aan de macht kwam, wachtten Poolse overheidsbedrijven niet op de nieuwe marsorders. Zelfs voordat de nieuwe regering kon aantreden, werden alle uitstaande advertenties bij Gazeta Wyborcza, de toonaangevende krant van het land, geannuleerd. 'De meeste topambtenaren wisten dat ze vervangen zouden worden, maar sommigen probeerden toch in de gratie te raken', vertelt adjunct-hoofdredacteur Bartosz Wielinski. 'Ze gingen ervan uit dat wij het kind van de rekening zouden worden.' De glazen bol van de topambtenaren bleek feilloos ingesteld: sinds PiS een parlementaire meerderheid heeft, is het nagenoeg onmogelijk om in een Pools ministerie de Gazeta Wyborcza op de kop te tikken. Alle abonnementen werden prompt opgezegd. 'Alleen de persdienst van PiS heeft nog een abonnement', zegt Wielinski grinnikend. 'Wellicht om zich te kunnen ergeren aan wat we schrijven.' Mediabeleid bleek de absolute prioriteit te zijn voor de nieuwe regering. Vrijwel onmiddellijk kreeg het ministerie van Overheidsfinanciën via een noodwet het personeelsbeleid van de publieke omroep toevertrouwd. In juni 2016 werd de Nationale Mediaraad opgericht, een toezichthouder die de richting van de staatsomroep moet uitzetten. Die raad wordt bevolkt door politici die benoemd worden door het parlement, waar PiS een meerderheid heeft, en de president, die ook tot de partij behoort. Het geeft PiS de unieke mogelijkheid om haar stempel op de publieke omroep te drukken. De regeringspartij zelf ziet dat uiteraard anders. Bij rechts-conservatieven leeft de oprechte overtuiging dat zowat alle grote media tegen hen waren. Nu wordt het evenwicht hersteld na jaren van liberaal geneuzel. 'PiS heeft ingezien dat ze na hun eerste regeerperiode, van 2005 tot 2007, de verkiezingen verloren hebben omdat ze de culturele elite tegen zich hadden', zegt Aleks Szczerbiak, hoogleraar Europese politiek aan de Universiteit van Sussex. Ze willen nu verhinderen dat het hele medialandschap zich opnieuw tegen hen keert als ze niet meer aan de macht zijn.' In tegenstelling tot landen als Rusland, Turkije of Hongarije heeft Polen nog altijd een divers medialandschap, maar dat landschap is wel extreem gepolariseerd. Er is geen gebrek aan kranten, radio's en televisiekanalen die hun afkeer voor PiS van de daken schreeuwen. 'Als je het journaal van een staatszender en het journaal van een commerciële zender na elkaar bekijkt, zou je denken dat het om een ander land gaat', aldus Szczerbiak. 'In zekere zin gaat de polarisering in de media verder dan in de politiek zelf. Als politici op televisie met elkaar in debat gaan, gaat het er altijd bits aan toe. Maar eens het debat voorbij, zie je dat politici collegiaal met elkaar omgaan. Het verschil is dat journalisten elkaar écht haten. Een proregeringsjournalist zal nooit een glas gaan drinken met iemand die voor een oppositieblad werkt.' 'Staatsmedia hebben altijd onder politieke invloed gestaan', zegt Dariusz Rosiak, die tot 2019 een show over internationale politiek presenteerde op de Poolse radio. 'Er is altijd een soort stilzwijgende aanvaarding geweest dat wie de verkiezingen wint zijn mannetjes kan benoemen bij de publieke televisie en radio. Maar de manier waarop PiS het doet, is ongezien. De voorbije jaren zijn de staatsmedia een propagandamachine geworden. Voorheen kon je nog voor de overheidsmedia werken zonder gecompromitteerd te worden. Dat is nu onmogelijk geworden.' Rosiak ondervond al snel de druk van de nieuwe bazen. 'De eerste jaren lieten ze me met rust, omdat ze ervan uitgingen dat buitenlands nieuws toch niemand interesseerde. Maar door de opkomst van Donald Trump en de brexit is álles politiek geworden.' Plots kreeg hij geregeld telefoontjes van hogerhand met goede raad over hoe bepaalde onderwerpen gecoverd moeten worden. 'Die inmenging ging soms ver', herinnert Rosiak zich. 'Toen de bekende Poolse filmregisseur Andrzej Wajda overleed, kreeg de nieuwsredactie de goede raad om hem niet als een groot regisseur te bestempelen. Hij was te liberaal voor de huidige regering.' Begin 2019 werd Rosiaks contract zonder opgave van reden niet verlengd. Zijn programma zet hij nog steeds door, in de vorm van een podcast. 'Alles is veranderd', beaamt Dorota Nygren, die als redactrice werkt voor het persagentschap van de Poolse staatsradio. Ook zij erkent dat de situatie voor 2015 'niet ideaal' was. 'Maar de redactionele onafhankelijkheid is nooit in het gedrang gekomen. Je kreeg weleens subtiel de tip: "Het zou goed zijn dat je naar die persconferentie gaat." Maar er waren geen dagelijkse orders over wat we moesten brengen.' Sinds de benoeming van de PiS-gezinde chefs zijn tal van onderwerpen taboe. 'We mochten niet schrijven over de vrouwenprotesten tegen abortus', aldus Nygren. 'Of over de protesten van rechters tegen de hervorming van de rechterlijke macht. De chefs vroegen ons om "niet tegen het nationale belang in te gaan" en "christelijke waarden te respecteren".' Voor veel journalisten is het een moeilijke oefening. 'Ze proberen je medeplichtig te maken', vertelt Nygren. 'Je beseft dat je in de gaten wordt gehouden en het risico loopt om ontslagen te worden. En journalisten hebben ook een gezin en een hypotheek. Dan is het echt niet gemakkelijk om je principes te blijven verdedigen.' Ook Nygren raakte in onmin met haar overste. Ze werd overgeplaatst naar het archief, een degradatie die ze succesvol voor de rechtbank aanvocht. 'Mensen vragen zich af waarom ik hiermee doorga. Maar waarom zou ik ontslag nemen? Waarom zou ik mij moeten aanpassen omdat ik mijn job goed wil doen?' Was de staatsomroep vroeger al zelden scherp voor het regeringsbeleid, dan geldt hij tegenwoordig als een regelrechte propagandazender. 'Dit gaat veel verder dan gewoon politieke beïnvloeding', zegt Andrzej Krajewski, een oude rot uit de Poolse journalistiek en lid van de Poolse journalistenvereniging. 'De openbare omroep in Polen is niet proregering. Ze ís de regering. Enkele dagen geleden had het avondjournaal op de staatszender een reportage over de mis die werd opgedragen voor de achtste verjaardag van de dood van de moeder van PiS-leider Jaroslaw Kaczynski. Ze hebben Kaczynski's speech live uitgezonden. Dat is toch onvoorstelbaar? Zelfs tijdens het communisme ging propaganda niet zo ver.' Ook commerciële media komen onder druk te staan. 'Er lopen momenteel vijfenvijftig rechtszaken van PiS-politici tegen Gazeta Wyborcza', zegt Wielinski. Werd de krant vroeger hoogstens eens aangeklaagd door een misnoegde zakenman, dan loopt er tegenwoordig bijna elke week wel een klacht binnen. 'De aanleidingen zijn vaak ronduit absurd. We worden geregeld aangeklaagd omdat een minister zich beledigd voelt door een opiniestuk.' Bang om te verliezen is Wielinski niet, al geeft hij toe dat al die aanklachten de druk opvoeren. 'Onze advocaten zijn totaal overwerkt. Het kost enorm veel tijd en energie om ons telkens te verdedigen. Op den duur begin je je af te vragen of een stuk wel de moeite waard is.' In december 2020 raakte bekend dat het Poolse staatsoliebedrijf PKN Orlen de mediagroep Polska Press had overgekocht van het Duitse mediabedrijf Verlagsgruppe Passau. Op die manier kreeg PKN Orlen twintig regionale en honderd lokale kranten en tijdschriften en een uitgebreid netwerk aan websites in handen. De aankoop doet vaag denken aan de manier waarop het Russische Gazprom in het begin van de jaren 2000 kritische media opkocht en aan banden legde. Volgens de Poolse regering past die opmerkelijke aankoop in haar zogenoemde repoloniseringsplannen: ze wil Poolse bedrijven in buitenlandse handen weer in het bezit van de vaderlandse zakenwereld krijgen. Veel Poolse mediabedrijven zijn na de val van het communisme in buitenlandse en vooral Duitse handen gekomen. De grootste commerciële nieuwszender in Polen is eigendom van de Amerikaanse Discovery Group. Die buitenlandse investeringen golden aanvankelijk als een noodzaak, omdat het kapitaal of de knowhow in Polen zelf ontbrak. Vandaag is het Poolse soevereinisten een doorn in het oog. Tegelijk dient de repolonisering ook de PiS-agenda, bemerkt Aleks Szczerbiak. 'PiS wil absoluut een deel van de Poolse zakenwereld voor zich winnen. Ze snappen dat ze hun doelen nooit kunnen verwezenlijken als ze niet minstens een deel van de ondernemerswereld achter zich krijgen.' Het is vermoedelijk niet de bedoeling om van Polska Press een nieuwe propagandamachine te maken. De publicaties die de mediagroep verzorgt hebben een relatief oud maar trouw lezerspubliek dat zich vooral in de rurale gebieden bevindt, waar PiS traditioneel het sterkst staat. 'Dat publiek zal nooit aanvaarden dat zijn vaste krant in een propagandablad verandert', benadrukt Szczerbiak. Bartosz Wielinski wijst op misschien wel het belangrijkste aspect van de Polska Press-aankoop: de meer dan 17 miljoen onlinegebruikers van de groep. 'Via hen kan PiS een enorme hoeveelheid data verzamelen en voor politieke doeleinden gebruiken.' Naast de krantentitels en websites heeft PKN Orlen ook zes drukkerijen en het distributienetwerk Ruch overgenomen. 'Dat is een bijzonder gevaarlijke evolutie', waarschuwt Andrzej Krajewski. 'In die drukkerijen rollen ook verschillende niet-overheidsgezinde kranten en tijdschriften van de persen. De overname geeft PKN Orlen de mogelijkheid om de verspreiding van die titels min of meer stil te leggen.' Dat PiS - als de partij van de macht wordt verdreven - ook de controle over PKN Orlen verliest, doet volgens Krajewski niet ter zake. 'Het is fundamenteel ongezond dat een staatsoliebedrijf zich met media bemoeit. Deze aankoop geeft de Poolse regering een manier om druk uit te oefenen op de persvrijheid. Zodra je zo'n rode knop in je kantoor hebt, is het verleidelijk om hem te gebruiken.'