Als amateur-etymoloog, die zich door de eigen onbevoegdheid ter zake niet gehinderd voelt om enthousiast uitstapjes in dit domein van de wetenschap te maken, stootte ik onlangs op een merkwaardig manco in onze taal. Wij zijn als Nederlandstaligen niet in staat behoorlijk uit te drukken dat we ons ontspannen. De woorden waarover we beschikken, verhullen alleen maar wat ze moeten onthullen door te spreken over wat ze niet willen zeggen. Op één na, misschien.
...

Als amateur-etymoloog, die zich door de eigen onbevoegdheid ter zake niet gehinderd voelt om enthousiast uitstapjes in dit domein van de wetenschap te maken, stootte ik onlangs op een merkwaardig manco in onze taal. Wij zijn als Nederlandstaligen niet in staat behoorlijk uit te drukken dat we ons ontspannen. De woorden waarover we beschikken, verhullen alleen maar wat ze moeten onthullen door te spreken over wat ze niet willen zeggen. Op één na, misschien. Neem 'ontspanning' zelf. Hoe misleidend dat zonderlinge woord is, blijkt al uit het feit dat weinig bezigheden zo ontspannend zijn als het lezen van een spannend boek. Het is niet nodig zich te ont-spannen om zich te ontspannen, integendeel, de zenuwen aan-spannen kan erg ontspannend zijn. Liefhebbers van avontuurvakanties leven zich uit in de meest hachelijke situaties waarin ze elke vezel van het lichaam moeten spannen als de touwen van een tent in de storm. Niets is zo ontspannend voor wie de rest van het jaar op een kantoorstoel zit. Ontspanning heeft meestal ook iets met vermaak te maken, maar dat woord doet het niet beter. Het wijst op een ver-maken, of een anders maken, alsof degene die zich vermaakt, hermaakt wil worden. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Misschien wil de vermoeide ziel die wat ontspanning zoekt wel een opknapbeurt, maar daarom nog niet een vermaakte, verbasterde versie van zichzelf. 'Amusement' is ook niet goed. Zelfs nog slechter. In 'amuseren' kan men 'a-muziek' herkennen, wat 'zonder muziek' betekent, of 'zonder de muze', alsof degene die zich amuseert zich niet langer wil laten inspireren door de kunsten en de wetenschappen! Dat is een volstrekt ongegronde interpretatie. Het tegendeel is vrijwel altijd het geval: wie amusement zoekt, doet dat meestal juist onder het genot van de kunsten, en meer bepaald van de muziek. Het lichtere genre dat daartoe veelal de voorkeur geniet en 'amusementsmuziek' heet, zou dan in de letterlijke betekenis 'muziek zonder muziek' zijn. Het kan alleen een toeval zijn dat dit meestal ook werkelijk het geval is.De ware betekenis van 'amusement' is zo flagrant in strijd met wat het woord zelf zegt, dat men zich moet afvragen hoe deze enormiteit ontstaan kan zijn. Een etymologisch woordenboek (Van Veen, Van Dale Lexicografie) geeft onder het trefwoord 'amuseren' alleen een weinig verhelderende verwijzing naar middeleeuws Latijn (van musare, (gaan kijken), wat zelf komt van musum (snuit)) en verder de vermelding: etymologie onbekend. Dat kan ik aannemen. In afwachting van meer licht in deze kwestie gebruiken we het misbaksel beter niet. Wat dan wel? 'Recreatie' misschien. Dat betekent letterlijk 'herschepping'. Het woord staat naar betekenis dicht bij 'vermaak' en lijkt daarom ook niet geschikt. Minder nog zelfs, want herscheppen is 'opnieuw maken', wat een radicaler ingreep is dan 'vermaken'. Wat is er nog? 'Relaxatie'? Dat komt, volgens het woordenboek, van het Latijn relaxare, waarin men laxus herkent, wat wijd, los, slap betekent. Relaxeren is dus losmaken, verslappen, of, met een ander woord, ontspannen. De bezwaren daartegen werden hier al uiteengezet. 'Verpozen is een mooi woord, maar wat betekent het? Ik heb er drie etymologische woordenboeken op nageslagen, maar geen die het vermeldt. Het is echter wel duidelijk dat verpozen verband houdt met 'poos' (zoals in tussenpoos), wat zelf weer verwant is aan pauze. Over pauze spreken de boeken wel: het is afkomstig van het Griekse pausis, wat 'het stoppen' betekent. Zich verpozen, zou dan betekenen: stoppen, ermee ophouden. Wie zo spreekt, verraadt dat hij de dagelijkse arbeid de normale tijdsbesteding acht en de verpozing een tijdelijke onderbreking daarvan. Mag de taal ons echter verdoemen om dat tobberige standpunt blijvend in te nemen? Men zou het omgekeerde wensen: zich verpozen, is doorgaan met het normale leven, en werken een onderbreking daarvan. Misschien vloeit alle verwarring rond het ontspanningsvocabularium voort uit het feit dat niet helder voor ogen staat wat onder ontspanning verstaan moet worden. Laat me daarom een definitie voorstellen. Een algemene bepaling zou kunnen zijn: De ontspanning is een tijdsbesteding waaraan men zich ook zonder noodzaak of verplichting overgeeft'. Alleen een bezigheid (of rust) waarvoor men in volle vrijheid kiest of zou kiezen, kan dan ontspannend zijn. De vrijheid is op zichzelf al een deugddoende ervaring, en die genieting is een wezenlijk kenmerk van de ontspanning.Maar als een aangenaam gevoel een essentieel aspect van de ontspanning is, werd de definitie te ruim genomen, want niet elke vrije handeling is een aangename. Vaak knagen de consequenties aan het plezier. Allerhande risico's, kosten, verantwoordelijkheden, klachten, schadevergoedingen kunnen de pret zo grondig bederven dat wat aanvankelijk in vrijheid ondernomen werd en als ontspanning bedoeld was, ongenietbaar wordt. Ook gunstige consequenties, zoals financiële opbrengsten, genezende effecten, sociale contacten, kunnen de ontspanning als zodanig aantasten en omvormen tot een streven naar voordeel of succes. Wie zich écht ontspant, bekommert zich om geen voor- of nadelen. Daarom voldoet de volgende bepaling wellicht beter: 'de ontspanning is een vrij gekozen bezigheid die voor de betrokkene geen enkele consequentie heeft'. Een partijtje schaak bijvoorbeeld, een Sherlock Holmes-verhaal lezen, of ongezien met een parachute van de IJzertoren springen. Volstrekt nutteloos. Buitengewoon plezierig. Alleen een bezigheid waartoe niemand dwingt en waarvoor men aan niemand rekenschap verschuldigd is, kan een echte ontspanning zijn. Alles wat men dan doet of laat, heeft geen andere oorzaak dan de allereigenste ingeving van diegene die ertoe beslist. Dan is elke handeling een volkomen originele daad, een waarachtige bijdrage, hoe klein ook, tot het totale geluk van de wereld. Daarom is elke echte ontspanning een authentieke schepping. Maar omdat de steller van deze scheppingsdaad zelf een schepsel is, vermoeid en op zoek naar ontspanning voor het herstel van zijn krachten, is zijn daad eerder een herschepping dan een originele schepping. Een re-creatie. Recreatie dus toch. Gerard Bodifée