In de tuin van het kasteel van Laken staat een sprookjesachtig Zwitsers chalet, waar de jonge prinses Elisabeth graag op haar schommelschaapje wiebelt. Haar overgrootvader, koning Leopold III, bouwde die zogenaamde Prinsenchalet als speelhuisje voor zijn drie kinderen, Joséphine-Charlotte, Boudewijn en Albert. De idylle van Leopold, zijn charmante Zweedse schone Astrid en hun drie piepjonge kinderen gaf België hoop toen het land door een van zijn donkerste depressies ging. Maandagochtend stierf Joséphine-Charlotte, de oudste van de drie, op 77-jarige leeftijd in het Château de Fischbach, een pittoresk kasteeltje in het Luxemburgse Mersch-kanton. Ze laat een echtgenoot en vijf kinderen na.
...

In de tuin van het kasteel van Laken staat een sprookjesachtig Zwitsers chalet, waar de jonge prinses Elisabeth graag op haar schommelschaapje wiebelt. Haar overgrootvader, koning Leopold III, bouwde die zogenaamde Prinsenchalet als speelhuisje voor zijn drie kinderen, Joséphine-Charlotte, Boudewijn en Albert. De idylle van Leopold, zijn charmante Zweedse schone Astrid en hun drie piepjonge kinderen gaf België hoop toen het land door een van zijn donkerste depressies ging. Maandagochtend stierf Joséphine-Charlotte, de oudste van de drie, op 77-jarige leeftijd in het Château de Fischbach, een pittoresk kasteeltje in het Luxemburgse Mersch-kanton. Ze laat een echtgenoot en vijf kinderen na. Joséphine Charlotte Ingeborg Elisabeth Marie-José Marguerite Astrid werd op 11 oktober 1927 in het paleis van Brussel geboren. Haar eerste naam kreeg ze van Joséphine de Beauharnais, de beruchte overspelige vrouw van Napoleon Bonaparte over wie prinses Astrid tijdens haar zwangerschap een biografie had gelezen. Maar het is vooral haar tweede naam die het leven van de jonge prinses zal bepalen: doopmeter groothertogin Charlotte van Luxemburg, die later haar schoonmoeder zou worden, heeft vanaf het begin een grote invloed op de verlegen dochter van Leopold. Als kind blijkt Joséphine-Charlotte uiterst goed te kunnen opschieten met Jan, de troonopvolger van het groothertogdom. Dat die twee gingen trouwen, stond in de sterren geschreven. Wanneer de twee oudste kinderen Joséphine-Charlotte (dan 7 jaar) en Boudewijn (4) op 28 augustus 1953 de nachttrein van Lüzern naar Brussel nemen om zich bij hun jonge broertje Albert te vervoegen (14 maanden), besluiten Leopold en Astrid hun Zwitserse vakantie een paar dagen te rekken. Het jonge vorstenpaar wil nog wat toeren met zijn gloednieuwe Packard 120 décapotable, die de koning op het laatste Autosalon had gekocht. Leopold kruipt in Tirolerkostuum achter het stuur, Astrid wijst met de wegenkaart op haar schoot de weg. Maar de Zweedse sneeuwprinses zal de trip langs het Vierwoudstedenmeer niet overleven. Küssnacht wordt voor de koningskinderen een ondraaglijk drama - een jaar eerder hadden ze ook al hun geliefde opa Albert I verloren op de rotsen van Marches-les-Dames. Leopold III komt uit Zwitserland terug als een gebroken man. Joséphine-Charlotte, de oudste en de weerbaarste, moet zich over haar jonge broertjes ontfermen. Het internationale politieke klimaat wordt ondertussen steeds grimmiger, er hangt oorlog in de lucht. Om de rouwende koning wat op te monteren, doet ene Lilian Baels, de dochter van de West-Vlaamse gouverneur, haar intrede op het koninklijk hof. Leopold valt meteen voor de opgewekte Lilian, en trouwt in volle oorlogstijd met zijn prinses van Retie, zonder de goedkeuring van de ondertussen gevluchte Belgische regering. België in oorlog verneemt het huwelijk pas maanden later. De koning speelt nog meer soloslim tijdens de Duitse bezetting. Leopold onderhandelt met Adolf Hitler, tegen de politiek van de Belgische regering in. Bij de landing in Normandië wordt de koninklijke familie naar Duitsland gedeporteerd, en vervolgens naar Oostenrijk verkast, waar Amerikaanse troepen haar in mei '45 bevrijden. Tegen dan heeft Leopold III zich vooral in Wallonië onmogelijk gemaakt als Belgisch staatshoofd. In 1951 staat hij de troon af aan Boudewijn. Door de Salische wet wordt Joséphine-Charlotte als troonopvolger gepasseerd. De Lex Salica of Salische wet dateert uit de periode van de Merovingische koning Clovis, die tot de Salische Franken behoorde. Volgens de wet kunnen belangrijke functies alleen aan mannelijke nakomelingen worden doorgegeven. Pas in 1991 zal België, als een van de laatste landen in Europa, de regeling voor de troonopvolging aanpassen. In België kan Joséphine-Charlotte onmogelijk staatshoofd worden, maar via haar doopmeter sleept ze een fraaie troostprijs in de wacht. Ze trouwt in 1953 met Jan van Luxemburg en wordt zo, in 1964, de first lady van het groothertogdom. De Luxemburgers zijn dol op hun koninklijke familie en de nieuwe groothertogin voelt zich er algauw in haar sas. Joséphine-Charlotte kwijt zich uitstekend van haar officiële taken, bouwt voor haar privé-genot een indrukwekkende kunstcollectie uit en krijgt al bij leven een concertgebouw en een brug naar zich vernoemd. In 2000 staat groothertog Jan na 36 jaar trouwe dienst de troon af aan zijn oudste zoon Henri. Niet dat Henri het oudste kind van het gezin was, dat was Marie-Astrid Liliane, maar ook voor haar stond de Salische wet in de weg. Joséphine-Charlotte en Jan verschuiven naar het achterplan, en wie weet is dat de voedingsbodem voor de affaire die de laatste levensjaren van de zus van onze koning zou domineren. In 2002 organiseert Maria-Thérésa, de populaire nieuwe groothertogin, een informele vergadering met een aantal hoofdredacteurs van de Luxemburgse pers. 'Mijn schoonmoeder verspreidt lelijke roddels over mij', vertelt een huilende Maria-Thérésa aan de verbouwereerde hoofdredacteurs. Dat Maria-Thérésa zo vlug mogelijk terug naar haar thuisland Cuba wil, klopt helemaal niet, onthult de groothertogin. En de 'affaire' van groothertog Henri met Lydie Polfer, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, heeft nooit bestaan. De perplexe hoofdredacteuren dekken het bizarre verhaal wekenlang toe. Tot het satirische tijdschrift Feier Krop, waarvan de hoofdredacteur niet was uitgenodigd, de royaltysoap naar buiten brengt. Schoorvoetend bevestigen de andere hoofdredacteuren vervolgens het nieuws. De Luxemburgse nationale feestdag van 2002 wordt een ware operettevoorstelling: Henri en Maria-Thérésa paraderen triomfantelijk door de straten, Jan en Joséphine-Charlotte verschijnen niet op de afspraak. En hebben zich sindsdien ook nog maar zelden laten zien. Of Joséphine-Charlotte echt de roddels heeft verspreid, is natuurlijk nooit uitgekomen. Maar dat haar warmbloedige opvolgster zo snel de harten van de Luxemburgers wist in te palmen, moet voor haar vast wel een bittere pil zijn geweest. Zelf was ze immers nooit zo populair geworden als haar illustere voorgangster, de bijzonder charismatische groothertogin Charlotte. En dat het Joséphine-Charlotte stoorde dat haar schoondochter geen blauw bloed had en dat haar relatie met zoon Henri op zijn best moeilijk genoemd kon worden, is ook een publiek geheim. Het was al enkele jaren duidelijk dat Joséphine-Charlotte aan haar laatste gevecht bezig was. In 2003 belde ze al af voor het huwelijk van prins Laurent met Claire Coombs. Eerder op het jaar had een medisch onderzoek een tumor vastgesteld. Deze maandag werd die kanker haar fataal. Luxemburg kondigt nu zes weken van nationale rouw af. Jef Van BaelenHet stoorde Joséphine-Charlotte dat haar schoondochter geen blauw bloed had.