Chang Hsin-kang is vice-kanselier van de City University of Hong Kong en voorzitter van het Cultureel Comité van Hongkong. Hoe staat het met de cultuur in Hongkong, en welke kant gaat het uit?
...

Chang Hsin-kang is vice-kanselier van de City University of Hong Kong en voorzitter van het Cultureel Comité van Hongkong. Hoe staat het met de cultuur in Hongkong, en welke kant gaat het uit? Professor Chang Hsin-kang: 'De bevolking van Hongkong is altijd overwegend Chinees geweest. En cultuur wordt bovenal door taal overgedragen. Daardoor en door de familietraditie, is de overwegende cultuur in Hongkong altijd de traditionele Chinese cultuur geweest. Dat staat vast. Maar door de Britse overheersing die Britse instellingen naar Hongkong overplantte - bestuur, gerecht, universiteiten - werd Engels een belangrijke taal bij de heersende groep van Britten en Chinezen in de tweede helft van vorige eeuw: tot 1950 was iedereen in de regering Brits, maar vanaf 1950 veranderde dat. Maar de voertaal daar was Engels. Sindsdien is Hongkong veranderd, maar door die jaren heen is er altijd wel lokale culturele activiteit geweest. Die kwam alleen niet zo op de voorgrond omdat ze zich in de Chineessprekende gemeenschap afspeelde. Heel wat bekende Chinese schrijvers woonden in Hongkong omdat het daar veilig was. Het was een bijna ondergronds fenomeen, dat achter de Engelstalige façade schuilging: vreemdelingen plachten zich blind te staren op wat in het Engels voorhanden was. Die cultuur was niet heel welvarend, maar bleef de hele tijd bestaan.''Daarnaast werden vanaf 1962, toen de City Hall gebouwd werd, de eerste echte zaal, de podiumkunsten aangemoedigd. In de jaren zeventig en tachtig kwamen daar een aantal podia bij. Daardoor konden groepen als de Hongkong Philharmonic en het Hongkong Chinese Symphony Orchestra, het Hongkong repertoiretheater en het Hongkong Ballet ontstaan en gedijen. Dat was tussen 1975 en '85, de periode waarin de stad rijk werd. In 1997, na de teruggave aan China, wilde de nieuwe regering een algemeen overzicht van de culturele positie van Hongkong, en een soort plan voor de ontwikkeling op lange termijn. Zo werd ik voorzitter van de Culture and Heritage Commission. Die bekijkt de verschillende lagen van de culturele scène, en doet suggesties aan de regering, hoe cultuur te promoten als een belangrijk aspect van Hongkong.' 'Nu was dit ook het moment waarop de zogenaamde kenniseconomie er aankwam en de vastgoedmarkt begon in te zakken. Hongkongers gingen uitzien naar andere manieren om geld te verdienen. Men bedacht dat Hongkong een aantal voordelen heeft voor culturele ontwikkeling. Wij hebben onze zeer rijke Chinese traditie, 5000 jaar oud. Daarbij hebben we 150 jaar Britse invloed. De combinatie van die twee, Chinese en Europese - in hoofdzaak Britse - invloed, maakt deze plaats tot een samenvloeiing van wereldculturen. Ten derde is het semi-autonome gebied Hongkong onder de Basic Law een plek waar vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en dergelijke gegarandeerd zijn. Wat goed is voor creatief werk en helpt om kunstenaars te lokken. De Britse achtergrond kan de stad tot een sterke toeristische aantrekkingspool voor Azië maken, terwijl het feit dat Hongkong nu van China is het ook voor Europeanen, Amerikanen en Australiërs interessant maakt.' CHANG: Ja. Culturele fusie, zoals wij het noemen. Wij geloven dat de essentie, de waarde van Hongkong, en zijn toekomst, juist daarin zit. Binnen vijftig jaar zullen de belangrijkste twee talen in de wereld wellicht Engels en Chinees zijn. Waar vind je dan een groep mensen die vanzelf opgevoed zijn in die twee talen? Hier in Hongkong. In Shanghai spreekt alleen de elite Engels. Anderzijds streeft China in zaken nu het westerse model na. Zie de gretigheid waarmee het in de WTO (Wereldhandelsorganisatie) gegaan is en de geestdrift toen het de Olympische Spelen binnenhaalde: het wil bij de nieuwe, moderne wereld horen. Wij, Chinezen, zijn zeer trots op de verwezenlijkingen in ons verleden, maar als wij de wereld vandaag bekijken, de globalisering, zeggen wij: wij moeten nu hetzelfde spel meespelen volgens dezelfde regels, of we vallen uit de wereldgemeenschap. De Chinese leiding heeft die beslissing genomen. En wáár in China is de westerse manier van doen nu al begrepen, aanvaard en ingeburgerd in de praktijk? In Hongkong. Tussen China, dat wil leren van het Westen, en het Westen dat meer wil weten van China, zijn wij een natuurlijke brug. En dat is onze culturele opstelling: een diep ingewortelde trots over onze Chinese culturele erfenis, maar evenveel nadruk op onze recente geschiedenis als gemoderniseerd, verwesterd deel van China. Want dat is wat China zelf uiteindelijk wil worden, maar waar het door zijn afmetingen nog generaties voor nodig zal hebben. Hoe dan ook, de Chinese cultuur was 150 jaar geleden anders dan nu. Cultuur is niet statisch, ik ben heel trots op mijn overgrootvader, maar ik wil hem niet zijn. Ik wil mezelf zijn. CHANG: De Japanners stelden midden negentiende eeuw dat alleen de Europeanen nagevolgd verdienden te worden, maar na de Eerste Wereldoorlog zagen ze in dat ze toch Japanners gebleven waren. Japan is een succesvol voorbeeld van een land dat het Europese systeem en de Europese cultuur heeft aanvaard en toch ook de eigen traditie heeft bewaard. Maar Japan is een speciaal geval als eilandenarchipel, geneigd tot isolement. De Chinese manier, zij het later aangevat, lijkt mij meer open. Omdat China zelf heel groot is en veel groepen in zich heeft, met religieuze verschillen en noord-zuidtegenstellingen, zal het minder homogeen zijn. Maar Japan is een groot succes zonder meer. Veel Chinezen zijn in de vorige eeuw hun moderne ideeën in Japan gaan opdoen. Veel Chinese vertalingen van westerse boeken - literatuur dan wel wetenschap - werden hervertaald uit het Japans. Wij zien het Japanse model als een zeer geslaagd voorbeeld van fusie tussen de moderniteit en hun traditie. Tot ze te sterk werden, en een bedreiging voor de anderen.