Het moet van 1838 zijn geleden, toen Eugène de Ligne, gezant van Leopold I op de kroning van de Engelse koningin Victoria, op de terugvaart naar Antwerpen weigerde voor de rede van Vlissingen de Belgische driekleur te strijken, dat de diplomatieke spanning tussen Den Haag en Brussel zo hoog opliep. Oorzaak van de diplomatieke korzeligheid was de uitspraak van minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht in Het Laatste Nieuws van afgelopen zaterdag over de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende, 'een mix van Harry Potter en brave stijfburgerlijkheid, een man in wie ik geen spoor van charisma kan ontwaren'.
...

Het moet van 1838 zijn geleden, toen Eugène de Ligne, gezant van Leopold I op de kroning van de Engelse koningin Victoria, op de terugvaart naar Antwerpen weigerde voor de rede van Vlissingen de Belgische driekleur te strijken, dat de diplomatieke spanning tussen Den Haag en Brussel zo hoog opliep. Oorzaak van de diplomatieke korzeligheid was de uitspraak van minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht in Het Laatste Nieuws van afgelopen zaterdag over de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende, 'een mix van Harry Potter en brave stijfburgerlijkheid, een man in wie ik geen spoor van charisma kan ontwaren'. Een kwetsende verklaring, zeer ongewoon in de omgang tussen bondgenoten en buurlanden, zo oordeelde het Nederlandse kabinet. En bijgevolg werd de Belgische zaakgelastigde in Den Haag voor nadere uitleg bij De Guchts collega Ben Bot ontboden. Aanvankelijk probeerde de minister zich uit zijn benarde situatie te liegen. Maar algauw dook de bandopname op van het interview, dat de minister overigens zelf aan de krant had aangeboden, en zakte zijn inderhaast opgetrokken verdediging in elkaar. Alleen publieke excuses gaven hier pas. En die volgden vrij snel. Voor een minister van Buitenlandse Zaken kan Karel De Gucht bijzonder ondiplomatisch voor de dag komen. Wat hem al meermaals in een lastig parket heeft gebracht. Zo was er zijn verklaring over de onbekwaamheid van de meeste Congolese leiders, snel gevolgd door een aanvaring met Le Soir-journaliste Colette Braeckman over de afkomst van de Congolese president Joseph Kabila. Met zijn recente commentaar op de Nederlandse premier ontpopt De Gucht zich stilaan - om in de sfeer van Harry Potter te blijven - tot de Voldemort, 'Hij Die Niet Genoemd Mag Worden', van de Belgische diplomatie. De aankondiging van De Gucht, die dezer dagen met de koning en de koningin door China reist, dat hij in de gesprekken met zijn collega in Peking het delicate Taiwanese probleem niet uit de weg zou gaan, doet bij sommigen het ergste vrezen. Hopelijk let De Gucht een beetje op zijn woorden, of er stomen straks Chinese kanonneerboten op naar de Straat van Taiwan. Nog opmerkelijker eigenlijk dan het diplomatieke incident zelf, was de onverklaarbare zelfverzekerdheid waarmee De Gucht beweerde dat de Nederlanders hun referendum over de Europese grondwet verkeerd hadden aangepakt. Verhofstadt en hijzelf zouden dat varkentje veel handiger hebben gewassen, met als goed gevolg dat de Belgen op enthousiaste wijze 'ja' zouden hebben gestemd. En we hebben allemaal de voorbije maanden en jaren kunnen volgen waartoe het harmonieuze samenspel tussen Verhofstadt en De Gucht kan leiden: het migrantenstemrecht, de electorale zege van 2003, de eendracht binnen de VLD, om maar die voorbeelden te noemen. Wie het interview in Het Laatste Nieuws nog eens naleest, kan zich niet van de indruk ontdoen dat De Gucht, en met hem de premier, niet goed hebben begrepen dat na de nee-stemmen van Frankrijk en Nederland de Europese veer is gebroken. Want intussen neemt, zo blijkt uit peilingen, ook in Duitsland en zelfs in Luxemburg de afkeer voor dat Europa hand over hand toe. Het schouwspel van de voorbije dagen in de Europese hoofdkwartieren, en vooral de manier waarop alsnog wordt getracht de Europese grondwet via juridische achterpoorten te laten ratificeren, was ronduit pathetisch. Zouden de De Guchts van Europa beseffen dat ze eigenlijk niemand meer vertegenwoordigen? Verderop in het blad herinnert Etienne Davignon aan een uitspraak van Jean Monnet: 'Niets kan zonder de mensen.' Wat een echo was van wat Charles de Gaulle al in 1952 zei: 'Europa zal tot stand komen als de bevolking erbij wordt betrokken. Nu wordt een heel andere weg gevolgd. Men sluit zich op in comités. Technieken worden uitgewerkt. Er wordt vergaderd in besloten raden met gespecialiseerde koffiedikkijkers.'Die gouden raad van de ongetwijfeld stijfburgerlijke De Gaulle en Monnet heeft de generatie van De Gucht en Verhofstadt en haar onmiddellijke voorgangers voortdurend in de wind geslagen. Met als gevolg dat de Europeanen definitief het geloof hebben verloren in het meest genereuze project dat ooit is geformuleerd. Rik Van Cauwelaert'Het schouwspel in de Europese hoofdkwartieren was ronduit pathetisch.'