'Voka is de baas van de N-VA.' Dat liet Bart De Wever zich twee jaar geleden ontvallen. 'Nee, ik heb toen niet moeten slikken', herinnert Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse werkgeversorganisatie, zich. 'De Wever heeft dat eerst gezegd in de Franstalige media op vragen over de sociaaleconomische agenda van de N-VA. Zijn antwoord had een cynische ondertoon en moest dus met een korrel zout genomen worden. In de Vlaamse media werd die uitspraak evenwel letterlijk geïnterpreteerd. Voor de goede orde: Voka is níét de baas van de N-VA. We zijn een werkgeversorganisatie die haar visie over economie, s...

'Voka is de baas van de N-VA.' Dat liet Bart De Wever zich twee jaar geleden ontvallen. 'Nee, ik heb toen niet moeten slikken', herinnert Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse werkgeversorganisatie, zich. 'De Wever heeft dat eerst gezegd in de Franstalige media op vragen over de sociaaleconomische agenda van de N-VA. Zijn antwoord had een cynische ondertoon en moest dus met een korrel zout genomen worden. In de Vlaamse media werd die uitspraak evenwel letterlijk geïnterpreteerd. Voor de goede orde: Voka is níét de baas van de N-VA. We zijn een werkgeversorganisatie die haar visie over economie, sociale bescherming en overheidsefficiëntie bij alle politieke partijen aankaart, in de hoop te kunnen wegen op het beleid.' Libeer: In Vlaanderen is er een centrumrechtse grondstroom. Ook electoraal zie je dat. In de aanloop naar nieuwe verkiezingen in 2014 zetten alle partijen aan centrumrechtse zijde - de N-VA, maar ook Open VLD en CD&V - het sociaaleconomische thema bovenaan op de agenda. Dat zorgt voor een spanningsveld: welke partij zal er het best in slagen om aan het verwachtingspatroon ter zake in Vlaanderen te beantwoorden? Libeer: Dat is niet de zaak van Voka. Wij zijn vooral benieuwd wie het politieke leiderschap kan nemen voor de sociaaleconomische agendazetting. Libeer: Elke partij die meebestuurt, federaal én regionaal, loopt aan tegen de inertie van structuren. De analyse van de sociaaleconomische problemen wordt al vijftien jaar gemaakt. Lees de jaarverslagen van de Nationale Bank. De vraag is: waarom beweegt er dan zo weinig? De hoofdreden is dat er in die periode zowat om de achttien maanden verkiezingen zijn geweest, federaal, regionaal of lokaal. Dat was telkens een reden om minder sympathieke ingrepen uit te stellen. Nu we in 2014 samenvallende verkiezingen krijgen, is er eindelijk een langere termijn om maatregelen te nemen en uit te voeren. Ik hoop daarom dat de regeringsvorming snel verloopt. Libeer: Daar spreek ik me niet over uit. De geschiedenis heeft ons al rare dingen gebracht. Rooms-blauw onder wijlen Wilfried Martens (CD&V) slaagde in strenge saneringen en gaf de economie weer lucht. Onder Jean-Luc Dehaene (CD&V) heeft een rooms-rode meerderheid op die terreinen eveneens resultaten geboekt. Libeer: Laten we eerst de uitslag afwachten. We hebben nog meer dan zeven maanden te gaan. In de politiek is dat, zoals bekend, een eeuwigheid. Duidelijk is dat het roer om moet in het sociaaleconomisch beleid. Het overheidsbeslag moet zakken tot onder de helft van het bruto binnenlands product. Dat is een inspanning van 20 miljard euro. Voorts moet de competitiviteit van de ondernemingen hersteld worden. Zonder die twee ingrepen zal de overheidsschuld niet dalen en bereiken we in 2016 niet het door Europa opgelegde begrotingsevenwicht. Het is ook de enige weg om meer economische groei te krijgen. Als die blijft hangen rond een half procent per jaar, zullen de meerkosten van de vergrijzing tegen 2060 zowat 60 procent van onze welvaart opslorpen. Dat is moordend voor ons systeem. Patrick Martens