Oostende 1900 en zijn speciaalzaken! James Ensor wekte
...

Oostende 1900 en zijn speciaalzaken! James Ensor wekte de chinoiseries in het winkeltje van zijn moeder tot leven en Léon Spilliaert (1881-1946) gaf de doosjes, flacons, buikvormige flessen en trechters in vaders parfumerie een innerlijke gloed. Broos en ziekelijk, lag hij in een donkere kamer. Een strook fel daglicht kaatste van het wit van de lakens naar de deur van de kleerkast. Als de koorts toenam, verspreidde de zwarte inkt zich over het blad en deed zijn doodskop spookachtig afsteken tegen de antieke spiegel op de schoorsteenmantel. Hij gaf een schone draai aan zijn angst, en waar was hij niet bang voor? Het zwart bleef vloeien en veranderde, licht van donker scheidend, een kapsalon in een moratorium, een vrouw in een demonische wolk, een zeegezicht in een landschap na de Apocalyps. Waar hij op zijn lange nachtelijke tochten kwam, ontwaarde hij afgronden, eindeloze lijnen, duizelingwekkende gezichtspunten. Gejaagd door de wind, daalde een vrouwenschim de trappen van de oogverblindende leegte af. Het benauwende universum van de jonge Spilliaert, zo elegant en grafisch uitgepuurd weergegeven, blijft bijna een eeuw later het ankerpunt van elke hem gewijde expositie of publicatie. De vierde op korte tijd (tot 10.1, in kunsthal Ronny Van de Velde, Ijzerenpoortkaai 3, Antwerpen), is ook de beste. Een verzorgde, spatieuze ophanging. Een heldere rubricering in negen thema's, die het gewicht subtiel verdelen over het geheel, in plaats van het op het vroege werk te concentreren. Een deel van de verdienste gaat naar catalogusauteur Anne Adriaens. Naarmate haar Spilliaert-doctoraat zijn voltooiing nadert, ziet ze beter de doorlopende lijnen in het oeuvre, en hecht ze minder geloof aan het hardnekkig voortlevend oordeel dat de kunstenaar na zijn huwelijk met Rachel Vergison in 1916 zijn creatieve genie kwijtspeelde. Al het middelmatigs dat na die tijd het licht zag - de bloemboeketten! - is weliswaar buiten de deur gehouden. Onder de zelden of nooit getoonde ensembles: tekeningen van het luchtschip Belgique II, een grote gele vis in het blauwe zwerk; fijnmazige, als geëtste heuvellandschappen en bomen waarin de kruisarceringen licht en schaduw over het papier laten golven. Ze vullen het natuurbeeld met vlokken en lucht. Met andere middelen gedaan, maar even suggestief als een paysage van Corot of Cézanne.Jan Braet