Ze noemen hem de paus van de formule 1 en inderdaad voelt Bernie Ecclestone zich boven alle kritiek verheven. ?Ik doe alleen maar wat ik moet doen.? Een vraaggesprek.
...

Ze noemen hem de paus van de formule 1 en inderdaad voelt Bernie Ecclestone zich boven alle kritiek verheven. ?Ik doe alleen maar wat ik moet doen.? Een vraaggesprek.VOOR WIE HEM in de paddock aanklampt, is het behoorlijk hollen. Bernie Ecclestone loopt er kraniger bij dan ooit. Zijn leeftijd ? ?Ik denk dat ik 65 jaar ben,? grijnst hij. In ieder geval regeert hij met harde hand over de wereld van de formule 1. De paus van de formule 1, zoals ze hem noemen, cumuleert het voorzitterschap van de FOCA, de vereniging van de F1-teams, met het vice-voorzitterschap van de FIA, de internationale autosportfederatie. Naar belangenvermenging ruikt dat volgens hem niet, hoewel hij zelf in jaren tachtig, toen hij alleen nog maar de FOCA runde, geregeld de oorlog verklaarde aan de FIA. Maar nu liggen formule 1 en FIA als twee handen op één buik. Ecclestone, fijntjes : ?We hebben de kleine probleempjes opgelost. Iedereen mag zich gelukkig prijzen dat ik die twee functies combineer, want nu hebben ze iemand met een voet in beide kampen.? En dat is in het belang van de formule 1. Als ondervoorzitter van de FIA hoort Ecclestone alle disciplines van de autosport te steunen, maar hij onderneemt niet eens een poging om te verbergen dat formule 1 zijn favoriete speelgoed is. ?Formule 1 is een kwestie van massacommunicatie geworden. De televisie brengt ons naar de verste hoeken van de wereld. De formule 1 is populairder dan ooit.? Is dat uw grootste verwezenlijking ? BERNIE ECCLESTONE : Nee. Mijn grootste verdienste is dat we ons het voorbije decennium enorm hebben ingespannen om de veiligheid te vergroten. Dat betekent concreet : ervoor zorgen dat de rijders in geval van een crash heelhuids uit hun auto kunnen kruipen. Want er wordt toch behoorlijk wat gecrasht. Iedereen zegt natuurlijk dat we in 1984 twee rijders verloren, maar men vergeet wel dat het op dat ogenblik twaalf jaar geleden was dat nog iemand om het leven was gekomen. In het voorbije decennium groeide formule 1 ook uit tot een discipline voor de grote constructeurs. Voor de anderen is geen plaats meer. ECCLESTONE : Wie zegt dat ? Het kampioenschap staat voor iedereen open. We zijn namelijk een zeer democratische familie. Helaas, zou ik zeggen, want nu is iedereen die een raceteam heeft, welkom. Dat is volgens mij verkeerd, we zouden de lat wat hoger moeten leggen. Je zal nu opwerpen dat we dit seizoen een tweetal teams zijn kwijtgeraakt, want dat Simtek en Pacific hebben moeten afhaken. Maar we zijn die teams helemaal niet kwijtgeraakt, om de eenvoudige reden dat we ze nooit echt gehad hebben. Ze waren namelijk financieel niet sterk genoeg om mee te spelen in de formule 1. Zonder Simtek en Pacific staan dit seizoen maar 22 auto's op de startgrid. Is dat niet wat van het goede te weinig ? ECCLESTONE : Nee, niet in het minst. De hele structuur van formule 1, onze financiële planning, is opgebouwd rond twintig auto's. We hebben eigenlijk nooit begroot op meer dan twintig deelnemers. U zei het zelf : formule 1 is populairder dan ooit. Waarom eigenlijk ? ECCLESTONE : Ik zou het niet weten, but it's a good show, isn't it. Interessant, veel glamour, opwindend, kleurrijk. De televisieverslaggeving is natuurlijk uitstekend. Met die camera's die op de auto's gemonteerd zijn, doen ze tegenwoordig wonderen. Senna is weg en toch blijft de kijkdichtheid aanzwellen. Dat lijkt merkwaardig. ECCLESTONE : Dat is het helemaal niet. De F1 is niet populairder geworden omdat we Ayrton Senna kwijt zijn en ook niet omdat we Michael Schumacher gevonden hebben. Omdat formule 1 veel groter is dan om het even welke rijder. Zou u Schumacher even vorstelijk betalen als Ferrari ? ECCLESTONE : Ik zou hem zo weinig mogelijk betalen, maar ik zou toch alles in het werk stellen om hem in mijn team te hebben. Sommige rijders verdienen gigantische fortuinen. Moet er niet aan een salary cap gedacht worden ? ECCLESTONE : Het antwoord is duidelijk ja. Maar je kan Schumacher natuurlijk niet verwijten dat hij een duizelingwekkend contract versiert bij Ferrari. Je kan het wél Ferrari kwalijk nemen, de schuld ligt bij hen. Het is niet uitgesloten dat we ons ooit eens over dat probleem buigen, maar daarvoor heb je wel de medewerking van de rijders nodig. En dat ligt moeilijk, want die jongens denken eerst aan zichzelf. Ze blijven maar schreeuwen om veiliger circuits, maar zodra het licht op groen staat, drummen ze elkaar van de piste. Neem nu Estoril. De rijders klagen steen en been over dat circuit. Daar kunnen we niet racen, zeggen ze. Maar dan merk je dat ze daar de hele winter zonder morren gaan testen. Formule 1 is een invididuele sport en daarom heeft de rijdersvereniging ook geen toekomst. Wie een auto heeft die snel is op het rechte stuk, klaagt over de chicanes. En wie een auto heeft met een uitstekende wegligging, wil juist meer chicanes. Ondertussen is de maatschappij de autosport almaar minder genegen. In België was er de voorbije maanden nogal wat te doen rond geplande beperkingen op de rally's. ECCLESTONE : Misschien zijn die beperkingen ook nodig. Je mag niet vergeten dat een rally eigenlijk een race op een openbare weg is. We zijn trouwens van plan om de rallysport helemaal te veranderen. De manier waarop nu rally's worden georganiseerd, is nog altijd dezelfde als veertig jaar geleden. Ondertussen zijn de maatschappij en de auto's ingrijpend veranderd. De rallysport is niet mee geëvolueerd. Daar willen we iets aan doen. Precies. U wil de rallysport klein houden om grote constructeurs, zoals Toyota, naar de formule 1 te lokken. Zeker nu Renault afhaakt. ECCLESTONE : Complete rubbish. Een constructeur die echt aan formule 1 wil doen, zal dat hoe dan ook doen. Dat hangt af van marketingstrategieën en commerciële doelstellingen. Je moet niet denken dat de mensen van Toyota dom zijn, dat ze zich door wie dan ook in de F1 laten lokken. Ze weten zelf wel waar ze heen willen. Die mensen zeggen niet plotseling : laten we nu eens rally gaan doen, om daarna te zeggen weg met rally, we gaan eens wat F1 doen. Nee, it doesn't work that way. Als Toyota ooit in de F1 stapt, dan zullen ze dat doen omdat het in hun kraam past. Niet omdat Bernie Ecclestone dat wil. Maar u begrijpt toch dat sommigen vinden dat de FIA zich al te zeer op formule 1 concentreert ? ECCLESTONE : De formule 1 is goed voor meer dan de helft van het inkomen van de FIA, dus mag toch wel enige zorg aan die discipline worden besteed, dacht ik. Maar men mag zeker niet beweren dat we de andere formules verwaarlozen. Voor het ITC, de klasse 1 van de toerismeracerij, getroosten we ons zeer grote inspanningen. We hebben sommige van onze beste mensen uit de F1 weggenomen om ze in de ITC te zetten. Waarom wordt het ITC met zoveel overtuiging gepromoot ? ECCLESTONE : Het is een zeer interessante formule. De mensen willen in wezen niet komen kijken naar auto's die ze op straat kunnen zien. De machines van het ITC zien er misschien wel uit als hun auto, maar zijn toch helemaal anders en rijden als speren. Met boeiende en interessante races tot gevolg. Het loodzware prijskaartje wordt de dood van het ITC, wordt nu al gezegd. ECCLESTONE : De autosport is een raar wereldje. Een wereldje vol mensen die twee frank uitgeven als ze er één hebben. Geloof me, je hebt geen fortuin nodig om mee te draaien in het ITC. Alleen spenderen de grote constructeurs meer dan de helft van hun budget aan entertainment. Gasten en journalisten in de watten leggen en zo. Terwijl ze eigenlijk niet horen te entertainen, maar moeten racen. Almaar meer landen verbieden tabaksreclame. Vormt dat een gigantisch probeem voor de autosport ? ECCLESTONE : Die beperkingen vind ik stom. Geen kat zal minder roken omdat geen reclame meer wordt gemaakt voor tabak. In Zweden is dat trouwens bewezen. Daar roken ze zich ook zonder reclame meer dan ooit te pletter. Het is natuurlijk een politieke kwestie. Voor een politicus oogt het goed als hij zich inzet voor de volksgezondheid. Het kan inderdaad uitgroeien tot een probleem voor de formule 1. In die zin dat de sigarettenfabrikanten al eeuwen uitstekende sponsors zijn. Zal dat het zwaartepunt van de formule 1 naar het oosten van de wereld doen verschuiven, naar meer vriendelijke markten ? ECCLESTONE : Die verschuiving is misschien sowieso al ingezet. Ik denk namelijk dat onze toekomst in Azië ligt. Het is een nieuwe markt en ze hebben daar in het Verre Oosten heel wat disposable income, geld dat ligt te wachten om het op te doen. Bovendien is dat werelddeel ontzettend interessant voor de sponsors. Hoe ziet formule 1 er over, pakweg, tien jaar uit ? ECCLESTONE : Ik zou het niet weten. Tien jaar geleden stelde iemand me die vraag en antwoordde ik precies hetzelfde. Ik verwachtte toen trouwens helemaal niet dat formule 1 zou worden wat het nu is. Maar u regeert toch met een visie ? ECCLESTONE : Zeker. We moeten aan de veiligheid blijven werken, zodat de auto's almaar sneller kunnen gaan. De technologie moet blijven groeien, zoals ze nu doet. Het is gewoon verbluffend dat de constructeurs erin slagen om zoveel vermogen uit een drieliter te puren. Alleen moet u de technologische vooruitgang geregeld fnuiken, precies omwille van de veiligheid. ECCLESTONE : Inderdaad, maar dat is helemaal niet nefast voor de ontwikkeling. Wij snijden af en toe eens hun vleugels af, maar dan vinden ze wel een andere manier om te vliegen. Het stimuleert de research. De inspanningen die Renault zich de voorbije jaren heeft getroost, komen de auto van Jan Modaal ten goede. Een Renault was vroeger een zeer gewone auto. Nu is het een geavanceerde machine geworden. Omdat de constructeurs die in de F1 zitten, in termen van uitmuntendheid denken. Iedereen wil de beste zijn. Ik ook. Bij de dood van Ayrton Senna maakte u wel een slechte beurt omdat u de race niet stopte. Een onmens, die Ecclestone, werd gezegd. ECCLESTONE : Die kritiek heeft me diep geraakt. Bij me thuis hangen maar van één rijder foto's in de woonkamer : Ayrton Senna. 's Avonds belde uncle Ayrton mijn kinderen op, we gingen samen met vakantie. Mijn kinderen willen de formule 1 zelfs niet meer volgen sinds hij er niet meer is. U gedroeg zich na zijn dodelijke crash in Imola anders wel als een koele kikker. Geen enkele blijk van een menselijk gevoel. ECCLESTONE : Ik ben geen acteur. Ik kon daar natuurlijk beginnen janken, maar zo ben ik niet. (Legt zijn hand op zijn hart.) Ik voel wat ik voel, maar ik ervaar niet de minste nood om die gevoelens te laten blijken. Omdat niemand daar zaken mee heeft. Het raakt mijn kouwe kleren niet als men zegt dat ik achter de schermen aan de touwtjes trek. Ik doe gewoon wat ik moet doen. Jo Bossuyt Damon Hill (rechts) leidt voor Jacques Villeneuve en Jean Alesi (links) : formule 1 is belangrijker dan om het even welke rijder.Bernie Ecclestone : Ik ben geen acteur.