De Franse filosoof Régis Debray vond het in zijn linkse geweten oké dat Frankrijk tot 's werelds belangrijkste wapenexporteurs behoort. Als het dat niet zou doen, dacht hij, kon de wapenindustrie nooit een voldoende kritische massa bereiken om rendabel te zijn. Dat zou die nijverheidstak onbetaalbaar maken, de Franse defensie afhankelijk maken van het buitenland, met alle kwalijke gevolgen van dien voor de diplomatieke rol en de veiligheid van het land.
...

De Franse filosoof Régis Debray vond het in zijn linkse geweten oké dat Frankrijk tot 's werelds belangrijkste wapenexporteurs behoort. Als het dat niet zou doen, dacht hij, kon de wapenindustrie nooit een voldoende kritische massa bereiken om rendabel te zijn. Dat zou die nijverheidstak onbetaalbaar maken, de Franse defensie afhankelijk maken van het buitenland, met alle kwalijke gevolgen van dien voor de diplomatieke rol en de veiligheid van het land. De tijd schijnt Debray gelijk te geven. De Irakcrisis toont alvast aan dat niet de internationale rechtsregels de gang van de wereld bepalen, maar wel zuivere militaire macht. De uitkomst daarvan is natuurlijk een wapenwedloop - en waar wapens aanwezig zijn, daar worden ze gebruikt. Dat belooft niets goeds voor de wereld. Als ook de Belgische wapenexport blijft floreren, is de raison d'état daarvan iets bescheidener. Het gaat, heel nobel, om werkgelegenheid. En ook om industriële innovatie, zeker in Vlaanderen, waar de wapenproductie niet draait om (dixit Steve Stevaert) 'pijlen en bogen' als de minimi-mitrailleurs van het Waalse FN, maar om de spitstechnologie van Barco. De overheid vindt die wapenproductie trouwens geen naargeestige bezigheid: FN is eigendom van het Waals Gewest en onrechtstreeks participeert het Vlaams Gewest in Barco. Dat maakt het de federale regering niet eenvoudig om haar gedroomde 'ethische' buitenlandse politiek te voeren. België wil een vredestichter zijn, die de derde wereld aanspoort om niet in wapens maar in ontwikkeling te investeren, die zich keert tegen de proliferatie van 'kleine wapens' (het slag waar FN goed in is) en de inzet van kindsoldaten (die wel vaker het vak leren met FN-producten) en die voorstander is van een verbod op landmijnen. De regering krijgt het met die voluntaristische vredespolitiek nog moeilijker nu ze het wapenexportbeleid federaliseert en daar dus niets meer aan te zeggen heeft. Maar dat moet voorkomen dat het weer tot heisa in de coalitie komt wanneer FN nog eens een partij minimi's naar Nepal wil verschepen, graag met een exportverzekering bij de Delcrederedienst. Daarover willen de Walen voortaan alleen beslissen, zonder Vlaamse bemoeienis. Echt nieuw is dat niet. Exportvergunningen werden eerder al aan Franstalige c.q. Vlaamse ministercomités in de federale regering toegewezen. Niettemin wil de kritiek van bijvoorbeeld de CD&V dat nu ook 'het geweten' is gefederaliseerd. En de minzame Spirit-senator Lionel Vandenberghe kan een regionalisering van federale bevoegdheden als regionalist alleen maar toejuichen, maar als pacifist is hij daar niet gelukkig mee als het gaat om de wapenexport. De kritiek over 'de federalisering van het geweten' verhult heel wat bijgedachten. Wie die redenering hanteert, stelt namelijk dat de wapenexport tot nu toe wel degelijk door het 'geweten' zou zijn bepaald, dat het de Vlamingen zijn die daarover hebben gewaakt, dat de Walen géén geweten hebben omdat zij het FN-spul willen verkopen aan al wie ervoor betaalt, en dat alleen Vlamingen in deze materie kunnen bogen op een sneeuwblanke ziel. Dit klinkt wel zeer pretentieus. Doen alsof een Barco niet bestaat, is bovendien niet erg correct. Het getuigt vooral van intellectuele luiheid om de wapenexport alleen in zelfgenoegzame, loze communautaire termen te beoordelen. Dat komt alleen goed uit voor wie niet de politieke moed kan opbrengen om tegelijk ook over de sociale, economische, diplomatieke en ethische aspecten ervan na te denken. Marc Reynebeau