Filip Dewinter mag dan al pogen om uit zijn politiek isolement te raken, een meerderheid van Vlaamse kiezers houdt hem daar liever. Zestig procent wenst geen Vlaams Blokker in regering of stadsbestuur. Dat is nog altijd bijna dubbel zoveel als de minderheid die geen bezwaar heeft tegen een extreem-rechtse deelname aan de macht (32,8 %). Een kleine minderheid (7,2 %) spreekt zich hierover nog altijd liever niet uit.
...

Filip Dewinter mag dan al pogen om uit zijn politiek isolement te raken, een meerderheid van Vlaamse kiezers houdt hem daar liever. Zestig procent wenst geen Vlaams Blokker in regering of stadsbestuur. Dat is nog altijd bijna dubbel zoveel als de minderheid die geen bezwaar heeft tegen een extreem-rechtse deelname aan de macht (32,8 %). Een kleine minderheid (7,2 %) spreekt zich hierover nog altijd liever niet uit.De afwijzing van het Vlaams Blok is veruit het grootst bij Agalev: bijna acht op de tien (78,2 %) van haar kiezers zijn resoluut tegen. Toch zou een niet te verwaarlozen minderheid (16,7 %) van de kiezers een groen-bruine samenwerking wel zien zitten. Het zou evenwel een misvatting zijn het cordon sanitaire te zien als een initiatief dat alleen van 'links' uitgaat. Zo is de afwijzing tot samenwerking met het Vlaams Blok aanzienlijk kleiner bij de SP-achterban (63,6 %) dan bij die van CVP (70,3 %) of VLD (70,9 %). Dat dit thema voor onenigheid zorgt bij de SP-kiezers bewijzen trouwens de populariteitsscores van hun politici. Het moet pijnlijk zijn voor Norbert De Batselier, de man die zozeer hamert op de actualisering van het linkse gedachtegoed, maar hij is net een tikje populairder bij respondenten die wél met het Blok in zee willen gaan dan bij de groep die samenwerking afwijst (16,7 tegen 16,2 %). Dat geldt trouwens ook voor partijgenoten Steve Stevaert (27,6 tegen 27,3 %), Karel van Miert (22,8 tegen 21,1 %) en zeker voor Luc Van den Bossche (17,1 tegen 21,5 %). Bij Johan Vande Lanotte (30,5 tegen 33,3 %) of Louis Tobback (25,2 tegen 27,8 %) is de verhouding net omgekeerd. Maar bij niet een van hen is het onderscheid zo duidelijk als bij een CVP'er als Jean-Luc Dehaene. Over de hele enquête gezien, heeft die zeker geen bijster progressief imago, maar hij is opmerkelijk populairder bij de principiële Vlaams Blok-afwijzers (58,7 %) dan bij lieden die met extreem-rechts in zee willen gaan (47,6 %). Ter vergelijking: Marc Verwilghen, die als Witte Ridder vaak het verwijt krijgt dat hij het bedje spreidt voor het Vlaams Blok, is in verhouding minder populair bij de potentiële bondgenoten (39,4 %) van het Vlaams Blok dan bij hun afwijzers (42,2 %) Het omgekeerde geldt voor Bert Anciaux, die significant meer aanhang heeft bij Blok-bondgenoten (32,9 %) dan bij hun tegenstanders (23,1 %) Als er één partij is waarvan de achterban stevig lonkt naar het Vlaams Blok, dan wel de Volksunie. Vele kiezers dromen van een sterke Vlaams-nationale coalitie - de rechts-extremistische ideologie van het Vlaams Blok is blijkbaar ondergeschikt aan een gemeenschappelijk nationalistisch aanvoelen. De helft (juist 50 %) van de VU-kiezers wijst het Blok af, 44,4 % ziet samenwerking wel zitten. Hoeft het gezegd dat de meeste (maar toch niet alle) Blok-kiezers hun favoriete partij best geschikt achten voor Vlaamse varianten op het Franse Vitrolles: 83,3 % ja, 7,4 % neen, 9,3 % onbeslist? Nog dit: het gangbare discours situeert de kiezers van het Vlaams Blok bij het zogenaamde 'stedelijke proletariaat': werkloos, laaggeschoold, enzovoorts. Dat laatste is evenwel niet correct, zo blijkt uit deze enquête. Bij laaggeschoolden was de afwijzing van het Vlaams Blok bijna even uitgesproken als bij mensen met een opleiding hoger onderwijs (61,2 % tegen 65,4 %) en alleszins veel duidelijker dan bij de middengroep met een diploma secundair onderwijs (55,6 %). Dat patroon komt ook terug in de tolerantie tegenover vluchtelingen. Zowel op de vraag 'Mensen zonder papieren die geen regularisatieaanvraag hebben ingediend, moeten onmiddellijk België worden uitgewezen' als bij 'Mensen zonder papieren wier regularisatieaanvraag afgewezen wordt, moeten onmiddellijk België worden uitgewezen', was de instemming van de laaggeschoolden zelfs lager dan die van de hoogopgeleiden. Ook hier is voornamelijk de middengroep gewonnen voor de harde aanpak.