Vissen staan bloot aan een breed gamma van bedreigingen, maar de mens staat met stip op één. Door overbevissing en vervuiling dalen niet alleen de visbestanden, ook het gedrag van de vissen zelf verandert. Dat kan evolutionair nuttig zijn om hun voortbestaan te bevorderen.
...

Vissen staan bloot aan een breed gamma van bedreigingen, maar de mens staat met stip op één. Door overbevissing en vervuiling dalen niet alleen de visbestanden, ook het gedrag van de vissen zelf verandert. Dat kan evolutionair nuttig zijn om hun voortbestaan te bevorderen. Een studie in Proceedings of the National Academy of Sciences toont aan dat vissers doorgaans de grotere en actievere dieren uit een snoekenpopulatie wegvangen. Dat betekent dat een populatie steeds meer gedomineerd wordt door kleinere snoeken, die ook nogal 'verlegen' zijn, in de betekenis van: zich minder verplaatsen. Er was al aangetoond dat vissen zich onder hoge visserijdruk vroeger gaan voortplanten, als ze nog kleiner zijn, omdat ze, als ze te lang wachten, weggevangen zijn voor ze aan de voortplanting kunnen beginnen. Ook dat leidt ertoe dat vissen in onze wateren steeds kleiner worden. Kleinere vissen krijgen natuurlijk wel minder nakomelingen dan grotere. Zeevissen, zoals kabeljauw, worden eveneens geleidelijk kleiner. Volgens The Journal of Applied Ecology heeft dat deels te maken met de klimaatopwarming: hoe warmer het water is, hoe kleiner de vis op een bepaalde leeftijd. En hogere temperaturen verhogen ook het metabolisme van de vissen, waardoor ze sneller een rijpe leeftijd bereiken. Van dan af gaat er meer energie naar de voortplanting dan naar de groei. Maar ook hier geldt de regel dat kleinere vissen minder jongen produceren.