Als vijftiger stel ik vast dat de beschreven kenmerken in het artikel 'Kinderen van de massacultuur' (Knack nr. 51) niet op mijn leeftijdscategorie van toepassing zijn.
...

Als vijftiger stel ik vast dat de beschreven kenmerken in het artikel 'Kinderen van de massacultuur' (Knack nr. 51) niet op mijn leeftijdscategorie van toepassing zijn. Trendwatcher Herman Konings heeft het waarschijnlijk over mensen die al in de golden sixties jongvolwassenen waren en die al om en bij de 25 waren toen de revolte van mei '68 de consumptiemaatschappij in vraag stelde. Die generatie is misschien relatief kapitaalkrachtig en invloedrijk oud geworden. Wij niet. Nog meer naast de werkelijkheid is zijn voorstelling dat wij werkten in een tijd waarin er werk was voor iedereen. De oliecrisis en het begin van de massale werkloosheid dateren al van halverwege de jaren zeventig. Sindsdien zijn de meeste oude én nieuwe werknemers onder steeds hogere prestatiedruk komen te staan. Het klopt dat de huidige generatie van vijftigers geen tijd heeft voor haar kleinkinderen. Maar dat is niet omdat die vijftigers egoïstisch of 'hedonistisch' hun 'vakantiegevoel' aan het uitleven zijn, maar wel omdat ze verdorie alle dagen moeten gaan werken. En veelal in een hels tempo. Dat geldt trouwens voor honderdduizenden arbeiders, bedienden en kaderleden die 'dankzij' het Generatiepact kunnen fluiten naar hun brugpensioen op 58 jaar. Zou Herman Konings weten dat er momenteel in heel België nauwelijks 20.000 bruggepensioneerden zijn tussen de 50 en de 58 jaar? En zou hij de kost willen geven aan de talloze verbitterden onder die 20.000, die zich veeleer schamen omdat ze zich beschouwen als uitgerangeerde nietsnutten in plaats van zich in weelde te wentelen? Hij heeft het ook over de luxe van 'een wettelijk én een aanvullend pensioen. Om maar te zwijgen van de groepsverzekeringen.' Laat hem eens één groeps- of aanvullende verzekering aanwijzen die uitkeringen toekent vóór de leeftijd van 60 (of meestal 65) jaar. Als de 'trendwatcher' de getuigenissen leest van de vijftigers die verder in hetzelfde nummer van Knack aan bod komen en in wie ik mijn generatie pas echt goed herken, kan hij zelf ook merken dat hij het in zijn analyse niet over mijn leeftijdsgenoten heeft, maar dat hij zich minstens tien jaar vergist. Dit soort scheeftrekkingen kan alleen maar de wrevel tussen misbegrepen generaties aanwakkeren, in plaats van de onderlinge vrede te bevorderen. Aan dat beeld van de luie en potverterende vijftiger dat zo gestalte krijgt, hebben wij nu het 'Generatiepact' te danken. Herman Luyckx, Wijnegem.