België wil nauwer gaan samenwerken met Burkina Faso, het kleinste van de Sahellan- den. Premier Jean-Luc Dehaene en staatsse- cretaris Reginald Moreels gingen op visite.
...

België wil nauwer gaan samenwerken met Burkina Faso, het kleinste van de Sahellan- den. Premier Jean-Luc Dehaene en staatsse- cretaris Reginald Moreels gingen op visite.EEN BERICHT UIT BURKINA FASOIn het midden van de jaren tachtig beslisten enkele rebelse militairen om hun land van naam te veranderen. Opper-Volta heet sindsdien Burkina Faso, het land van de rechtvaardige mensen. Zo'n ingreep gebeurt wel meer in Afrikaanse landen waar ambitieuze en gedreven legerofficieren zeggen dat ze de vicieuze cirkel van corruptie, verval en armoede willen doorbreken. Een naamsverandering versterkt dan de indruk dat voortaan niets nog bij het oude zal blijven en dat er hoopvolle, betere tijden aanbreken. Iets gelijkaardigs gebeurde ooit in Zaïre en sindsdien ging het in dat onmetelijke land van kwaad naar erger. In Burkina Faso, zoveel kleiner dan Zaïre maar nog altijd negen keer de omvang van België, is de operatie beter gelukt. Ondanks de vele, schijnbaar onoverkomelijke, handicaps van dit straatarm Sahelland het heeft niet eens een uitweg naar de zee , bestaat er reden tot enige hoop. Het is de politiek die het verschil maakt. Nog altijd behoort Burkina Faso met zijn tien miljoen inwoners tot de allerarmste landen van de wereld : 170ste op een ranglijst van 174 landen. De kans dat daar vlug verandering in komt, is gering. Daarvoor ligt de Sahara met haar verzengende hitte en oprukkend zand te nabij. Daarvoor beschikt het ook over te weinig grondstoffen tot dusver werd er alleen een heel klein beetje goud gevonden die het land aan de zo noodzakelijke deviezen kan helpen. Waaraan het Burkina echter vooral ontbreekt, is water. Maandenlang ligt het land in de zon te bakken en valt er niet één druppel water. Elk jaar vecht Burkina een overlevingsstrijd uit om het nieuwe regenseizoen te halen en op enkele maanden tijd, voldoende graan te oogsten en water op te vangen om opnieuw de slag met de droogte en de verschoeiende hitte aan te kunnen. In vergelijking met Burkina mag Zaïre zich een hoorn des overvloeds noemen, een land dat de natuur op onfatsoenlijke wijze priviligieerde. En toch heeft Burkina meer reden tot optimisme dan het huidige Zaïre. De kennismaking met de hoofdstad Ouagadougou leert meteen hoe anders het er hier wel toegaat. In tegenstelling tot Kinshasa worden de straten hier wel net gehouden en meteen ontdek je de hand van een beleid dat zich decent mag noemen. De politiek slaagt er hier in om de dingen te sturen. DEHAENE HAD GEEN TERREINKENNISOmdat het voormalige Opper-Volta het Westen zo weinig mineralen en andere rijkdommen kon bieden, hebben de kolonialen hier minder huisgehouden dan in de andere Afrikaanse landen. De Fransen waren er wel, maar ze hebben geen projecten neergepoot die het land en zijn economie uit de miserie tilden. Parijs en de Franse diplomatie beseften dat deze lap grond nooit tot een wingewest konden worden omgebogen, zodat het in 1960 zonder noemenswaardige problemen de onafhankelijkheid verkreeg. Vandaag behoort Burkina Faso, waar het Frans de enige officiële taal is gebleven, nog altijd tot de Franse invloedssfeer in Afrika. Veel profijt trekt het daar niet uit en alleszins is de Franse ?aanwezigheid? totaal onvoldoende om de ergste nood te keren. Het zoekt bijgevolg naar derde landen en sinds kort lukt het om zowel binnen als buiten Europa een groeiend aantal gesprekspartners te vinden. Ondanks zijn gering, bijna onbestaand economisch gewicht, kon Burkina Faso internationaal respect afdwingen. Sinds Blaise Compaore het in 1991 tot president schopte, wordt een zuinig financieel beleid uitgestippeld het Internationaal Muntfonds (IMF) toont zich daarover zeer tevreden en werden belangwekkende democratische hervormingen doorgevoerd. Hoewel de partij van de president over de absolute meerderheid beschikt 87 van de 107 zetels in de chambre des représentants is er geen tekort aan concurrrende politieke partijen. Naar Afrikaanse normen is Burkina een ordentelijke en misschien zelfs een modeldemocratie, en dat charmeert het Westen. Bovendien heerst er al enkele jaren politieke stabiliteit en voert het bewind een pragmatische koers. Al heeft president Compaore de touwtjes goed in handen en benoemt en ontslaat hij eerste-ministers op Franse wijze, hij houdt tenminste de schijn hoog dat hij de keurige grondwet van 1991 fair wil naleven. Neem daarbij dat Compaore door zijn succesvolle bemiddelingsopdracht in Niger op het Afrikaans theater veel prestige won en het is duidelijk waarom België de banden met Burkina nauwer wil aanhalen. Het driedaags bezoek van premier Jean-Luc Dehaene (CVP) en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) illustreerde dat vorig weekend. Burkina zit nu bij de zeven zogenaamde programmalanden waarnaar de Belgische ontwikkelingshulp voortaan prioritair vertrekt. Naast Burkina behoren Zaïre, Ruanda, Burundi, de Filipijnen, Bolivië en Zuidelijk Afrika tot deze club van zeven. Burkina zal de volgende drie jaar op zeshonderd miljoen frank mogen rekenen, zo bepaalt het akkoord dat maandag in Ouagadougou tussen beide landen werd ondertekend. Met dat bedrag kan je geen witte of andere olifanten financieren, maar wel kleinschalige projecten opstarten. De operatie-Burkina is betekenisvol voor het nieuwe ontwikkelingsbeleid, net als de Afrika-politiek van de regering. Er was Moreels dus veel aan gelegen dat hij Dehaene, zijn voogdijminister, op Afrikaans terrein kreeg. De premier draaide er proef. Met uitzondering van een safaritrip in Kenya en een korte acte de présence op een top van de francofonie in Benin, bezit Dehaene geen Afrikaanse terreinkennis. Het vele handen schudden, de talrijke plichtplegingen en de brandende zon schrokken de premier echter niet af. Evenmin werkte het op zijn humeur. Als Moreels niet oplet, staat Dehaene volgend jaar opnieuw in Ouagadougou om er de finale van de Afrikaanse voetbalcup bij te wonen. Dankzij de vijf wedstrijdballen die hij er uitdeelde, stak hij daarvoor al een uitnodiging op zak. REVOLUTIES ZONDER BLOEDVERGIETENTerwijl de westerse regeringen Burkina nu pas ontdekken, zijn vele vrijwilligersorganisaties er al heel lang actief. Franse uiteraard, maar ook diverse Belgische, Duitse, Deense en Oostenrijkse. André Benoit, één van de zeventig Belgen die hier woont, werkt voor een Oostenrijkse niet-gouvernementele organisatie (NGO), die dit jaar vijf kleine dijken hoopt de bouwen. Daarmee moet het mogelijk zijn om in een vijftal dorpen het overvloedige water van het regenseizoen op te vangen en de maandenlange droogte door te komen. De lengte van de dammen bedraagt maximaal tweehonderd meter en de hoogte drie meter en de NGO levert een minimale tussenkomst : een beetje geld, de becijfering van de bouwwerken en de levering van enkele materialen die hier moeilijk verkrijgbaar zijn. Het bouwen zelf van de dijken is een zaak van de autochtonen. Zij beslissen of zij er komen en hoe ze gerealiseerd worden. ?Wij proberen uitgesproken op de achtergrond te blijven en de mensen zoveel als mogelijk het initiatief te geven. We hebben veel geleerd van de Vlaamse NGO Bevrijde Wereld, die hier in het begin van de jaren tachtig met zulke projecten begon. Eén van die pioniers, Karin Van Houtte, hielp tussen '80 en '86 mee aan de optrekken van een dertigtal dammen uit aarde. Ze staan er nog altijd en hebben het leven in de betrokken dorpen aanzienlijk verbeterd. Van Houtte is na enkele jaren Togo, waar ze waterputten hielp bouwen, en een adempauze in België, terug in Burkina. Als het van haar afhangt, is het definitief. ?Ik voel me hier beter thuis dan in België. Dit is een heel gastvrij en bijzonder tolerant land. Zelfs de revoluties, zoals die van Thomas Sankara in 1983, verliepen zonder bloedvergieten. Het was een heel enthousiasmerende tijd.? Sankara was een rumoerig man, een bevlogen volksmenner met radicale denkbeelden en voorstellen. Naar zijn idee werd het land Burkina Faso genoemd, want hij wou een staat zonder corruptie. In 1987 werd hij vermoord en veel wijst erop dat de huidige president daarin de hand had. Dat echter behoort tot het verleden en het Belgisch hoog bezoek keek wel uit om de klok terug te draaien naar deze minder fraaie pagina uit het leven van het land. Op het behoorlijk luxeuze buitenverblijf van Compaore werden de laatste details van het samenwerkingsakkoord besproken, en ook enkele hete Afrikaanse dossiers. Burkina Faso bleek namelijk bereid enkele honderden soldaten naar de Grote Meren te sturen, tenminste indien het Westen die wilde financieren. En aangezien Moreels de hoop niet opgeeft dat er toch een internationale troepenmacht naar Oost-Zaïre komt, hield hij dat potje warm. Beslissende dingen werden er echter niet verteld. In verband met zo'n dossiers stelt Dehaene zich meer dan voorzichtig op, terwijl hij Compaore leerde kennen als een bijzonder zwijgzaam man. Spraakzaam wordt de president pas als hij door zijn dierentuin stapt en de buitenlandse gasten zijn nijlpaarden, hyena's, leeuwen en boa kan laten bewonderen. Als het van Moreels afhangt, zullen de NGO's de volgende jaren in Burkina Faso aanzienlijk meer middelen krijgen voor hun kleinschalige projecten inzake onderwijs, gezondheidszorg en voedselvoorziening. De vele witte olifanten van het Abos hebben de staatssecretaris getraumatiseerd voor alles wat grootschalig is. Dehaene reageert daar anders op. Na een dag hossen door de brousse had hij het al over de noodzaak van een groot dijkenprogramma en een bijkomende spoorverbinding naar de zee. Moreels repliceerde dat zulke projecten slechts haalbaar zijn in multinationaal of Europees verband. Dehaene sprak hem niet tegen en vond dat er dringend werk moest gemaakt worden van een veel striktere coördinatie van het Europees ontwikkelingsbeleid. ?Dat moet niet in Brussel, wel ter plekke gebeuren,? meent de premier.? Van een Vlaamse ontwikkelingspolitiek, bijvoorbeeld, moet Dehaene niet weten. Hij vindt het baarlijke onzin, maar drukt het anders, dus onbegrijpelijker uit. ?Het kadert niet in de homogene bevoegheidspaketten.? Naarmate de premier zich meer op internationaal terrein begeeft, ontdekt hij steeds andere aspecten van de Belgische instellingen. In Ouagadougou stelde hij dat onze diplomatie allicht efficiënter kan worden ingezet. ?Het is geen toeval dat te veel van onze diplomaten in Europa verblijven. Daar is het nu eenmaal comfortabeler leven dan in Afrika.? Paul Goossens Jean-Luc Dehaene in Ouagadougou, hoofdstad van Burkina Faso : de onzin van een Vlaamse ontwikkelingspolitiek.