De Merkin Hall in New York. Een gereputeerde kamermuziekzaal, vlak naast de Julliard School en het Lincoln Center. Daar worden uitgenodigd, en er nog voor betaald worden ook, is voor een jong Vlaams strijkkwartet een hele prestatie.
...

De Merkin Hall in New York. Een gereputeerde kamermuziekzaal, vlak naast de Julliard School en het Lincoln Center. Daar worden uitgenodigd, en er nog voor betaald worden ook, is voor een jong Vlaams strijkkwartet een hele prestatie.Dertig jaar geleden bestonden over de hele wereld pakweg twintig strijkkwartetten die fulltime bezig waren met kwartetspelen en die overal werden gevraagd. Daarnaast had je kwartetten, bestaande uit toegewijde muzikanten uit orkesten, die zich 'na hun uren' met plezier en met veel liefde in deze discipline uitleefden. Het kwartetspelen wordt algemeen beschouwd als het hoogste muzikale goed. Componisten geven in dit genre het beste van zichzelf. Een kwartet is een duidelijke proeve van het muzikale kunnen. Dat was bij Haydn, Mozart en Beethoven het geval en dat is nu nog altijd zo. Van de uitvoerder vraagt het samenspelen het uiterste van zowel de muzikale creativiteit als van de bereidheid om met de collega's samen te werken. De verhalen over strijkkwartetten die op het podium de hoogste toppen scheerden en achter de scène elkaars bloed konden drinken zijn legio. Ondertussen is het aantal jonge strijkkwartetten exponentieel gestegen. Ze rijzen als paddestoelen uit de grond: jonge musici die hun lot aan mekaar verbinden om ooit, ooit eens de status van de groten te kunnen halen. En er wordt veel van hen geëist. Ze worden van bij hun eerste optreden afgewogen tegen wat het Amadeus-strijkkwartet ooit deed, of het Tokyo, of het Melos. Of recenter: het Alban Berg, het Hagen... Maar ondertussen is het moeilijk om financieel het hoofd boven water te houden. Het Rubio-strijkkwartet speelt per jaar veertig keer in Vlaanderen. Dat is veel, maar dan hebben de vier het ongeveer wel gehad. En er zijn nog andere strijkkwartetten die hier ten lande pogen iets te realiseren. Daarom moeten de vier musici, willen ze ervan kunnen leven, ook in het buitenland hun kans wagen. In Japan begint het Rubio-strijkkwartet langzaamaan een zekere reputatie te krijgen. Het wordt er regelmatig uitgenodigd. In de Verenigde Staten speelden de vier al in de beroemde Carnegie Hall, maar wel volgens het principe van de vrije onderneming: 'de kost gaat voor de baat uit'. Er moest eerst worden geïnvesteerd. Het kwartet kreeg goede recensies in de grote kranten en dat rendeerde. Nu speelde het dus op uitnodiging, zij het nog met de steun van het Belgische consulaat. Volgend jaar trekken de vier naar Californië.Strijkkwartet met fanclubHet Rubio-strijkkwartet speelt nu negen jaar samen. De musici komen van het conservatorium van Gent en kregen hun specifieke opleiding bij een van de grote klassieke ensembles van genre, het Melos-strijkkwartet Stuttgart. De naam van de groep verwijst naar het feit dat ze allen op instrumenten van één bouwer spelen, David Rubio. Het zijn moderne instrumenten, waarmee de muzikanten in de warme akoestische omgeving van de Merkin Hall een opmerkelijk homogeen en gevoelig klankbeeld hebben gerealiseerd. Ze overtuigden zowel met een geestige Haydn als met het twintigste eeuwse repertoire. Het strijkkwartet van de Vlaamse componist Piet Swerts was onmiddellijk de lieveling van het New Yorkse publiek. Artistiek maakte het strijkkwartet het meest indruk met zijn nukkige Europese lezing van een strijkkwartet van Sjostakovitsj. Met die laatste componist zijn de vier nog lang niet klaar, want ze zitten volop in de opname van de integrale van alle vijftien strijkkwartetten. Tot slot een verrassende en hoopgevende constatering: het jonge strijkkwartet heeft een echte achterban. Een soort artistieke fanclub, een groep mensen die het ensemble steunt. Dat vrouw, lief of buurman zo ver willen meegaan, ligt misschien nog in de lijn der verwachtingen. Maar dat totaal onbekenden investeren om hún strijkkwartet in New York bezig te zien, is hartverwarmend. Al zal de betovering van de wereldstad er ook wel toe hebben bijgedragen.Lukas Huybrechts