Op 30 april 1975 werd in Saigon - zoals Ho Chi Minhstad toen nog heette - de Amerikaanse vlag gestreken. Toen de legerradio om het kwartier I'm Dreaming of a WhiteChristmas begon te draaien, was dat voor de in Vietnam achtergebleven Amerikanen het sein om op het dak van de ambassade te klimmen vanwaar ze met helikopters naar vliegdekschepen in de Zuid-Chinese Zee geëvacueerd werden.
...

Op 30 april 1975 werd in Saigon - zoals Ho Chi Minhstad toen nog heette - de Amerikaanse vlag gestreken. Toen de legerradio om het kwartier I'm Dreaming of a WhiteChristmas begon te draaien, was dat voor de in Vietnam achtergebleven Amerikanen het sein om op het dak van de ambassade te klimmen vanwaar ze met helikopters naar vliegdekschepen in de Zuid-Chinese Zee geëvacueerd werden. Officieel was de oorlog voor hen toen al twee jaar voorbij: bij de akkoorden van Parijs, getekend in 1973, hadden de VS besloten hun troepen terug te trekken en de oorlog te 'vietnamiseren'. Het Zuid-Vietnamese leger moest het in zijn strijd met het communistische Noord-Vietnam nu maar zelf zien te rooien, met de hulp van een paar duizend Amerikaanse militaire adviseurs. 'Vietnamiseren' zou decennialang de hoeksteen van de Amerikaanse buitenlandpolitiek blijven. En 'vietnamiseren' is precies wat vandaag in Irak en Libië nog altijd gebeurt: no (more) boots on the ground. Maar er zijn nog meer parallellen. Nadat de Noord-Vietnamese tanks Saigon waren binnengerold, kwam een massale exodus vanuit Zuid-Vietnam op gang. Tussen 1975 en 1979 probeerde anderhalf miljoen Vietnamezen - veelal 'kapitalisten' die met de Amerikanen hadden geheuld of neringdoenden van Chinese afkomst - in gammele bootjes de kusten van Thailand, Maleisië of Indonesië te bereiken. Boat people werden ze met een eufemisme genoemd, en ook in het Nederlands werd er een nieuw woord voor bedacht: bootvluchtelingen. Honderdduizenden verdronken of werden door piraten overvallen. Maar in 1978 kwam - eindelijk - een internationale solidariteitsactie op gang met 'de verworpenen der zee', zoals de filosoof Jean-Paul Sartre hen noemde, met een allusie op de Internationale. Europa stuurde hospitaalschepen om drenkelingen op te pikken. Niemand noemde die mensen gelukzoekers. Niemand noemde hen illegalen. Niemand wenste hun een zeemansgraf toe. En meer dan 800.000 Vietnamese bootvluchtelingen kregen in westerse landen asiel. De VS namen er 400.000 op, de Duitse Bondsrepubliek 38.000. Misschien is het goed om daar nog eens aan te herinneren, nu de Europese leiders besloten hebben dat de 507 miljoen inwoners van de EU hooguit 5000 bootvluchtelingen uit Afrika of het Midden-Oosten kunnen opvangen. De ene vluchteling is kennelijk de andere niet. Maar de burgemeester van Antwerpen schijnt daar een uitleg voor te hebben. Piet PirynsNiemand noemde de vluchtelingen destijds gelukzoekers. En niemand wenste hun een zeemansgraf toe.