Een brave huisvader uit Glasgow geeft een keurmerk aan de grote vraag naar klassieke ondersteuning in de popmuziek. Te midden van een bende joelende kinderen bedenkt Craig Armstrong orkestrale stukken voor een zeer kleine kring van afnemers. Honderden wachtenden worden resoluut de deur gewezen. Nu hij zover is geraakt dat hij zelf zijn projecten kan kiezen, wil Armstrong daar ten volle van profiteren.
...

Een brave huisvader uit Glasgow geeft een keurmerk aan de grote vraag naar klassieke ondersteuning in de popmuziek. Te midden van een bende joelende kinderen bedenkt Craig Armstrong orkestrale stukken voor een zeer kleine kring van afnemers. Honderden wachtenden worden resoluut de deur gewezen. Nu hij zover is geraakt dat hij zelf zijn projecten kan kiezen, wil Armstrong daar ten volle van profiteren. De band is ongetwijfeld het sterkst met Massive Attack, van wie eerstdaags het redelijk langverwachte "Mezannine" zal verschijnen. Zijn zweverige strijkersarrangementen passen perfect bij de slome en bevreemdende beats van de grondleggers van de triphop. Het was trouwens via een goede kennis van Massive Attack dat componist Armstrong op de overzetboot tussen klassiek en pop belandde. Geschiedkundig had de studax van de Royal Academy of Music al mee aan de wieg gestaan van de Schotse succesgroep Texas. Gevoelsmatig was het echter de ontmoeting met producer Nellee Hooper die hem bracht waar hij zijn moest. "Ik kwam met Nellee in contact via de Amerikaanse platenfirma bij wie ik getekend had. Het was een vreemde ontmoeting ginder ver in Hollywood. Binnen de minuut kwamen we er namelijk op uit dat we thuis in Groot-Brittannië op minder dan een uur rijden van elkaar woonden." Hooper had op dat moment behoorlijk wat naam gemaakt met zijn werk voor Björk, Madonna en Massive Attack. Hij sleepte Armstrong overal mee naartoe en zette hem op het spoor van zijn actieve loopbaan. Zijn noten staan onder meer in de soundtracks van "Golden eye", "Mission impossible" en "Romeo and Juliet". Armstrong laat ondertussen ook zijn allereerste roeping niet varen en schrijft een aantal stukken voor het Scottish Chamber Orchestra. Tussen de vele opdrachten door, stelt Armstrong op "The space between us" de uitgepuurde vormen van die missies voor. Dat eerste album onder eigen naam lijkt op het eerste gezicht op een mecenaatsdaad van Massive Attack. Het trio uit Bristol houdt er sinds korte tijd namelijk een eigen boetiek op na, die zich lijkt te willen specialiseren in nieuw materiaal van haar keurmedewerkers. Eerder verscheen op Melankolic immers al een compilatie met het beste van de Jamaicaanse zanger Horace Andy, een vaste stem op de albums van de groep. Heel snel werd duidelijk dat Armstrong ook zonder de naam en faam van zijn broodheren kan. Eerst schudde hij het maniërisme van de Fransen wakker, die massaal bezwijken voor zijn huiselijke filharmonie. Stap voor stap komen daar nu alle landen bij met inwoners die cd-spelers hebben. Wat zeker niet zonder slag of stoot gebeurt. "The space between us" is namelijk een album waarover de meningen verdeeld zijn. Of men valt er letterlijk bij in slaap. Of men hoort er de ultieme brug tussen pop en klassieke muziek in. Zonder hun dienende functie klinken de composities van Armstrong plotseling een stuk donkerder en intimistischer. "The space between us" is een verzameling van flarden filmmuziek, pogingen tot neoklassiek en instrumentale stukken in het verlengde van Massive Attack. Hij drijft zijn diverse muzikale bemoeienissen naar hun oorspronkelijke mallen en schikt ze zo dat de muziek van en voor anderen helemaal van hem wordt.Op welk moment wordt u in het creatieve proces van uw pop- en rockklanten ingeschakeld?CRAIG ARMSTRONG: Ik ben meestal de laatste in de rij. Ze zenden mij een afgewerkt stuk muziek en ik bedenk daar ter finale afronding strijkersarrangementen bij. Dat gebeurt meestal op basis van een bijna blindelings vertrouwen. Massive Attack gaat daar het verst in. Zij willen het resultaat pas horen als het helemaal klaar is. Ze vertrouwen me volledig. De luttele keren dat ik dan toch met hen samenzit, zijn we vooral bezig met wat we niet gaan schrijven of niet gaan gebruiken. Vergelijk het met een beeldhouwer. Het is wat hij wegneemt wat zijn beeld maakt. En dan moet je gaan kijken hoe filmisch filmisch bijvoorbeeld mag zijn. Of hoe romantisch romantisch. Tot je een kleine en goed afgelijnde ruimte overhoudt waarin je het nummer kan schrijven. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de meeste artiesten bij eliminatie werken. Als je eenmaal weet wat je wil, is het een kwestie van een half uur om alles neer te schrijven. Ik werk graag heel snel. Om foto's van het moment te maken. Schrijven, opnemen en afwerken. Is er een wezenlijk verschil tussen uw eigen composities en de orkestraties die u voor anderen maakt ?ARMSTRONG: Bij de orkestraties gaat het altijd over andermans emoties. Daarom doe ik dat werk ook zo graag. Het is een puzzel die je zorgvuldig bij elkaar moet leggen. Een heel ontspannende bezigheid vind ik dat. Ik kan er ook aan werken zonder dat ik er stilte voor nodig heb. Het liefst van al werk ik in de woonkamer op mijn oude en gammele piano. Met de kinderen die rondrennen en af en toe eens op dat ding komen meppen. Of die me telkens weer te snel af zijn als de telefoon rinkelt. Urenlang staan ze soms te tetteren met Madonna. Voor hen is ze een soort van verre tante. Iemand die er niet echt toe doet. Hun absolute idolen zijn immers de Spice Girls. Zo vergankelijk is muziek dus. Gelukkig heeft wat ik doe nog een zekere continuïteit over de tijden heen. Orkestrale muziek is nooit oud of jong. Het is een constant geluid dat nauwelijks dateert. Hoe krijgt iemand orkestratie onder de knie? Is het een pakket dat men op het conservatorium in de schoot krijgt geworpen? Of moet men het zelf in stappen en laagjes leren?ARMSTRONG: Orkestratie is vooral een gevoel. Het belangrijkste is dat je een massa muziek door en naast elkaar kan horen. Er zijn immers triljoenen manieren waarop je iets naar een orkest kan overzetten. En om te kunnen kiezen, moet je weten welke invloed een slag op de triangel, bijvoorbeeld, zal hebben op de contrabas. De muzikanten in het orkest kunnen niet improviseren. Dus moet je de plot integraal uit het hoofd kennen voor je gaat uitvoeren. Als je aarzelt en voorstelt om even vijf minuten te stoppen, bestaat de kans dat ze naar de bar gevlucht zijn en je helemaal opnieuw moet beginnen. Grote arrangeurs zijn voor mij mensen als John Barry ( schrijver van de bekendste James Bond-deunen, JD), Ennio Morricone en Ravel. Wat niet onmiddellijk wil zeggen dat het grote componisten zijn. Zo was Stravinsky een briljant componist maar een slecht arrangeur. Bij Ravel was het dan weer net omgekeerd. Hoe geeft u titels aan uw composities? Komen die pas helemaal op het einde? Of start u met sleutelwoorden?ARMSTRONG: Voor mij is muziek altijd puur geluid. Ik zie geen kleuren of beelden. Ik zie eigenlijk helemaal niks. Als alles eenmaal neergeschreven is, ga ik associëren en zoeken naar de herinneringen die het oproept. De meeste componisten werken met plaatsen of situaties. Heel soms voel ik die neiging wel eens, maar ik zal er nooit op voortborduren. Is "The space between us" bijgevolg eerder een lappendeken dan een geheel?ARMSTRONG: Het is een lappendeken dat sterk gekleurd is door mijn geboortestad Glasgow. Een groot deel van de composities handelt bij nader inzicht over het isolement en de tristesse van die stad. En over haar wil en haar onmacht om te communiceren. Ik probeer telkens weer mooie en vrolijke dingen te schrijven. En altijd wordt die schoonheid vervormd door het echte leven dat aan mijn arm komt trekken. Ik kom dus nooit verder dan een soort van bittere schoonheid. Bent u ooit verlamd geweest door ontzag, dat het angstzweet u uitbrak omdat u plotseling besefte met wie u aan het werken was?ARMSTRONG: Ik ben een Schot. En in Schotland heb je niet hetzelfde contrast tussen steenrijk en straatarm als in Londen, waar de Ferrari's langs de daklozen scheren. Van kindsbeen af vertellen ze je dat je niet beter of slechter bent dan wie ook. En daar leef je ook naar. Trouwens, als je met iemand muzikaal samenwerkt, is dat automatisch op basis van gelijkheid en dan valt die hele rompslomp meteen weg. Toch blijft die gelijkheid in uw geval redelijk beperkt. U mag eigenlijk alleen de werken van grote meesters wat bijvijlen.ARMSTRONG: Dat klopt. Aan de andere kant functioneer ik alleen als ik me echt een deel van het geheel voel. Als je dat niet voelt, kan het je uiteindelijk maar weinig schelen en haak je af. Voel je wel enige mate van betrokkenheid, dan zal dat altijd de muziek vooruithelpen. Bovendien zit ik nu in een positie waarin ik alleen maar hoef te werken met en voor getalenteerde mensen die ik zelf graag mag. Trouwens, vergeet niet dat die arrangementen slechts een fractie uitmaken van wat ik doe. Ze krijgen natuurlijk de meeste aandacht, maar het gros van de tijd schrijf ik eigen composities of filmmuziek. Wat aardig compenseert. Zijn er nummers uit de popgeschiedenis waaraan u graag eens zou prutsen?ARMSTRONG: Ik heb dat gevoel heel sterk bij "Stay (Faraway so close)" uit "Zooropa" (1993) van U2. Het is een knap nummer maar het verdient meer. Ik weet niet hoe het komt, maar op de een of andere manier beland ik via U2 altijd in de meest bizarre situaties. Ik heb bijvoorbeeld met Bono een gelegenheidsnummer geschreven voor de verjaardag van Frank Sinatra. "Two shots of happy, two shots of sad" heette het ding. En even onverwacht zat ik door zijn toedoen plotseling in het Italiaanse Modena, de thuisstad van Pavarotti, de man zelf op piano te begeleiden. Vreemd. Craig Armstrong, "The space between us" (CDSAD 3 7243 8 449792 7/ Melankolic).Jan Delvaux