Dat mensen verwanten vertrouwen, is evident: er is een sterke biologische band die maakt dat de aangeboren voorzichtigheid wegvalt. Verwanten hebben zoveel genen met elkaar gemeen dat het biologisch voordelig is elkaar niets in de weg te leggen.
...

Dat mensen verwanten vertrouwen, is evident: er is een sterke biologische band die maakt dat de aangeboren voorzichtigheid wegvalt. Verwanten hebben zoveel genen met elkaar gemeen dat het biologisch voordelig is elkaar niets in de weg te leggen. Maar met vreemden ligt het anders. De mens is van nature uit niet scheutig om zich met onbekenden in te laten, hoewel de omstandigheden hem dikwijls dwingen tot contact met vreemdelingen. Toch blijft het bizar hoe mensen zich soms bijna vanzelf laten overhalen om hun lot in handen te leggen van volslagen vreemdelingen. Dat is steeds meer het geval in economische interacties. Steeds meer mensen geven hun geld zonder meer aan bankbedienden die ze amper kennen. Een gedrag dat de aandacht trekt van economen. En vooral van beoefenaars van de snel populair wordende nieuwe discipline van de neuro-economie. Neuro-economen willen weten in welke mate economisch gedrag verankerd ligt in de hersenen. Want zo'n verankering is in principe heel solide, wat mogelijkheden schept voor al wie wil inspelen op basisbehoeften van de consument, die wij allen zijn. Het wetenschappelijke topvakblad Science publiceerde onlangs de resultaten van het eerste experiment ooit waarbij de hersenen van twee vrijwilligers continu gescand werden tijdens een financiële interactie. Twee mensen die elkaar van haar noch pluim kenden, moesten in een soort simulatie geld aan elkaar lenen. De conclusie was hoogst ontnuchterend. Wie nog geloofde in de fundamentele goedheid van de mens, in de gave om blind vertrouwen te hebben in de medemens, dient zijn mening grondig bij te sturen. De hersenzone die het felst actief was wanneer iemand geld aan zijn tegenspeler gaf, was de caudate nucleus: een hersenkern die meestal met koele berekening geassocieerd wordt, en niet met emoties. Hoe meer geld er in een transactie omging, hoe actiever deze hersenkern was. Meestal duurde het minder dan vijftien seconden voor het hoofd besliste de tegenspeler te vertrouwen. De caudate nucleus is intiem verbonden met zones in de hersenen die als beloningscircuit bekendstaan. Mensen blijken elkaar vooral te vertrouwen als ze de verwachting koesteren dat ze een ernstige return on investment zullen krijgen. Vertrouwen kan herleid worden tot pure speculatie over wat de beloning van een actie kan zijn. Zelfs fundamentele economische principes blijken biologisch te kunnen vastliggen. Dirk DraulansVertrouwen kan herleid worden tot speculatie over de beloning van een actie.