"De bergen in de verte" zijn altijd een gegeerde topos geweest in de schilderkunst; pas op het einde van de 18de eeuw ontdekt men "het gebergte". Onweerstaanbare ontdekking van een onbekende wereld die niet in de verte, maar in de hoogte was gesitueerd. Ieder doek een hulde aan het onbekende, een natuurhistorische studie, een beeld van morele kracht en moed, maar ook het installeren van visuele standaardoplossingen.
...

"De bergen in de verte" zijn altijd een gegeerde topos geweest in de schilderkunst; pas op het einde van de 18de eeuw ontdekt men "het gebergte". Onweerstaanbare ontdekking van een onbekende wereld die niet in de verte, maar in de hoogte was gesitueerd. Ieder doek een hulde aan het onbekende, een natuurhistorische studie, een beeld van morele kracht en moed, maar ook het installeren van visuele standaardoplossingen. Gedurende anderhalve eeuw lijkt de langzaam onttoverende moderne cultuur in het gebergte een laatste plek van sacrale overweldiging te cultiveren. De zee verliest dit vermogen juist dan: van watermassa's schuift men op naar het strand, de strandgast en de baders. Wie het wonder van de wereld wil zien als overweldiging moet steeds hoger boven de sneeuwgrens. De eeuw is hoe dan ook positief en zowel het klassieke als het romantische antwoord is telkens gefascineerd door de details van de rotsformaties en van de flora. Het gebergte is de plek bij uitstek van de accidenten. Bergen zijn versteende catastrofes, verharde breuken, vereeuwigde krachtmeting. Het homogene (van een wolk of een watermassa) vindt men hier niet. Deze chaotische toestand van de materie is tegelijk de pittoreske verleiding en bedreiging van de plastische kwaliteit. Te veel schilders zijn bezig de grilligheid van de rotsmassa's aan te geven. Ze beschrijven zo uitvoerig mogelijk de geologische veldslag. Het drama dat de schilder wil vertellen ligt in de versteende kwelling van de materie. Des te meer huiveringwekkend omdat dit conflict geen verzoening kent. Maar juist daarom is dit genre problematisch: de schilder geeft te veel details die een constructie van het geheel onmogelijk maken. Aquarellisten vinden - door de eigenheid van de techniek - een oplossing voor dat probleem. De tentoonstelling wijst er op dat het gebergte onderdeel is van het nationalistisch parcours. Het gebergte wordt het expressieve profiel, het verheven hart van een land. Iedere natie exploreert zijn 'eigen' onherbergzame gebieden: Schotland, de Pyreneeën, de Alpen, de Skandinaafse fjorden. Wat aanvankelijk de visuele getuigenis was van de moed van de bergwandelaar, wordt langzaam de uitdrukking van collectieve kracht. Vandaar ook dat de accurate weergave van een specifieke berg met eigennaam meer werd dan document, maar juist symbool voor een specifiek land. Maar op langere termijn is juist die symbolische component de ondergang van het genre: het expressionisme heeft het weer over "de bergen" als algemeen gevoel, niet meer als specifieke plaats."Le sentiment de la Montagne", Musée de Grenoble, place de lavalette, tot 1/6.Dirk Lauwaert