In een enquête geven 5.500 jonge Europese automobilisten uit vijftien landen hun mening over de verkeersveiligheid en over hun rijgedrag. Ze tonen zich bijzonder streng, ook voor zichzelf.
...

In een enquête geven 5.500 jonge Europese automobilisten uit vijftien landen hun mening over de verkeersveiligheid en over hun rijgedrag. Ze tonen zich bijzonder streng, ook voor zichzelf. AUTOBESTUURDERS van jonger dan 26 jaar vertegenwoordigen tien procent van de totale populatie aan automobilisten in Europa. Toch zijn zij verantwoordelijk voor bijna 30 procent van de dodelijke ongevallen en 35 procent van de ongevallen met gewonden. Dat leren, tenminste, de cijfers van UN/PRI/Motor Industry Estimates uit oktober 1995. Worden jonge automobilisten verraden door hun gebrek aan ervaring ? Of zijn ze veeleer het slachtoffer van hun roekeloos rijgedrag ? In het kader van het European Year of the Young Driver peilde de Foundation Mobility and Society (FMS) bij jongeren uit vijftien landen naar hun verkeersgedrag. Jeugdige automobilisten onderkennen het gevaar van het verkeer : het onderzoek van FMS leert dat Europese jongeren even bang zijn voor een verkeersongeval als voor aidsbesmetting. Alleen milieuvervuiling geraakt nog in de buurt van dat angstpeil. Belgische jonge automobilisten rijden zelfs nog meer met de daver op het lijf : 83 procent biecht op dat ze in een auto zitten met de latente vrees voor een verkeersongeval. De verkeersproblematiek houdt de Belgische jeugd sterker bezig dan, bijvoorbeeld, de werkloosheid, het aidsprobleem, drugs, de dreiging van oorlogen, gewelddadige criminaliteit of milieuvervuiling. Ruim 86 procent van de Belgische ondervraagden duidt verkeersongevallen aan als belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren. In de rest van Europa is ?slechts? 72 procent van de ondervraagden die mening toegedaan. Een derde van de Europese respondenten wijt verkeersongevallen aan excessieve snelheden en gebrek aan respect voor de wettelijke beperkingen. Alcohol en dronkenschap volgen heel dicht. Belgen dichten ongevallen ook heel vaak toe aan onnodige risico's die chauffeurs nemen. ?De veiligheid op de weg is op de eerste plaats een zaak van de weggebruikers,? antwoorden de jonge autobestuurders desgevraagd. Voorts beschouwen ze alleen nog de invloed van de regering als relevant. Automobielclubs, organisaties ter bevordering van de verkeersveiligheid, auteurs van sensibiliseringscampagnes voor een veiliger wegverkeer, ze worden in heel Europa van de tabellen geblazen. De Europese jongeren durven de schuld ook bij zichzelf zoeken : 84 procent gelooft dat luide muziek in de wagen snel en riskant rijden stimuleert. Drie op vier ondervraagden meent ook dat jonge automobilisten zich negatief laten beïnvloeden door de aanwezigheid van andere jongeren in de wagen. In even veel gevallen (en ook daarin gaan de Belgische jongeren de Europese vooraf) wordt slecht rijgedrag toegeschreven aan gebruik van alcohol, drugs of oververmoeidheid. 62 procent geeft toe dat ze soms moedwillig de verkeersregels met de voeten treden. De Europese jeugd ontsnapt niet aan het algemeen maatschappelijke verschijnsel van onverschilligheid in het verkeer. Het gros van de jongeren voelt zich wel verantwoordelijk voor zijn medemensen, maar tegelijk bepaalt een manifest individualisme hun gedragingen. Vooral de Belgen blinken daarin uit. ?Eén op drie ondervraagde Belgen verwerpt elke regel die de persoonlijke vrijheid inperkt,? signaleert Mark Hofmans, manager van het onderzoeksbureau GfK-Ad Hoc Research. ?Individualisme weegt bij de Belgische jongeren zwaarder door dan in de rest van Europa.? Zelfs zwaarder door dan bij de Scandinavische jongeren. Die hechten minder belang aan de symboliek van hun auto. Hun wagen hoeft niet per se een statement te geven. Bij de jongeren van ons land wel. Mark Hofmans : ?Belgische jonge automobilisten gebruiken vlugger een wagen die hun persoonlijkheid onderstreept.? STRENGE STRAFFEN.Het inzicht van jongeren in wat er in het verkeer verkeerd loopt, ligt in heel Europa dicht bij elkaar. Vooral Belgen dringen aan om de uitrusting van de wagens te verbeteren, maar net als hun leeftijdgenoten in de buurlanden beseffen ze maar al te goed dat ze fout vooral bij zichzelf moeten zoeken : ?Als wij meer zelfdiscipline aan de dag leggen, verbetert de veiligheid op de weg. En ook moeten we de risico's van de weg beter leren inschatten.? Daarbij staan ze zelfs niet afkerig tegenover strengere wetten om het verkeersgevaar in te perken : 80 procent van de ondervraagden pleit voor striktere controles, 64 procent voor strengere snelheidsbeperkingen en verdere verlaging van de minimale alcoholgrens. Met name de Belgen voelen zich duidelijk gewonnen voor striktere snelheidsbeperkingen binnen de stadskernen. In hun jeugdige overmoed bouwen de jonge Europese automobilisten weinig marges in. Ze eisen strenge straffen, alsof ze daarmee zichzelf kunnen dwingen tot het volgen van de verkeersregels. Wie de wet overtreedt, moet gestraft worden, en nog niet licht ook. 27 procent van de Europeanen en van de Belgen acht hoge boetes en een tijdelijke intrekking van het rijbewijs gerechtvaardigd bij herhaalde zware inbreuken op het verkeersreglement. Voor respectievelijk 15 procent (24 procent van de Belgen) volstaat de tijdelijke intrekking van het rijbewijs. 17 procent (14 procent van de Belgen) wil het rijbewijs van de overtreder zelfs definitief ingetrokken zien. Maar jonge automobilisten moeten wel beter op het verkeer voorbereid worden. Twee op drie ondervraagden geven een negatief oordeel mee over de rijopleiding in hun land. Alleen in de Scandinavische landen, Duitsland, Nederland en Oostenrijk heerst op dat vlak een zekere tevredenheid. België balanceert op de grens. Bijna 40 procent van de Belgische jongeren gelooft dat de rijschool veel beter werk kunnen afleveren. Daarbij moet de klemtoon volgens hen liggen op meer praktische rij-ervaring, bijvoorbeeld via een groter aantal lesuren met een privéleraar. Meer technische kennis van de wagen verlangen ze niet, een uitbreiding van het lessenpakket wegcode wél. De andere Europeanen zweren meer dan de Belgen bij speciale vormingscursussen : zij willen met slipscholen en andere speciale autorijtrainingen hun rijkwaliteiten opvoeren. TWIJFELAARS.Die speciale oefensessies lijken hard nodig. Al was het maar om het zelfvertrouwen van de jonge autobestuurders wat op te vijzelen. Bijna de helft van de jonge weggebruikers voelt zich namelijk niet helemaal zeker in het verkeer. Die trend doet zich zowel voor op globaal Europees vlak als op het Belgische microniveau. Mark Hofmans verbaast zich over die sterke indicatie. ?Omdat je er bij de interpretatie van de gegevens toch rekening mee moet houden, dat een aantal jongeren zichzelf nog het voordeel van de twijfel geeft.? Dat voordeel gunnen ze hun leeftijdgenoten niet. Volgens de geënquêteerden vertonen vrijwel alle jonge automobilisten een weifelend rijgedrag. Daarbij vindt 65 procent van hen zichzelf minstens even begaafd achter het stuur als hun Europese leeftijdgenoten. Daarin stellen de Belgen zich toch iets bescheidener op : 40 procent plaatst zichzelf op een gelijkwaardig niveau, slechts een kwart waant zich beter dan de andere Europeanen. De Scandinaven en Italianen voelen zich ver verheven boven de anderen en proclameren zichzelf tot de beste chauffeurs van Europa. ?Voor de Scandinaven zou dat nog kunnen kloppen,? meent Mark Hofmans, ?maar zeker niet voor de Italianen. Zuid-Europeanen worden algemeen aangeduid als de meest onveilige rijders van de Europese Unie.? Wat de ongevallencijfers trouwens bevestigen : in Spanje, Portugal of Italië raken, procentueel bekeken, meer jongeren bij een ongeval betrokken dan in Centraal- of zeker in Noord-Europa. Maar ook het algemene Europese gemiddelde ligt op dit gebied ongemeen hoog : 14 procent van de jonge weggebruikers werd al eens betrokken bij een ongeval met gewonden. In 30 procent van de gevallen lag de fout bij hen. Bij de Belgen stijgt dat zelfs naar 40 procent. Van de ondervraagden noemt 7 procent zichzelf een snelle, sportieve rijder, maar ruim de helft bestempelt de andere jonge weggebruikers als snel en sportief aan het stuur. Daarbij treedt geen significant verschil op tussen vrouwelijke en mannelijke automobilisten. Zeker niet gelet op het feit dat er in Europa meer jonge mannen dan jonge vrouwen met de wagen rijden. Dat gaat ook op voor België. Mark Hofmans : ?De Belgische jongens leren op jongere leeftijd met de auto rijden. In het leven van de Belgische vrouwen duikt dat pas later op.? KONING AUTO.Rond hun achttiende verjaardag krijgen de meeste jongeren een auto aan de voordeur. 88 procent van de Europese jongeren tussen 17 en 24 jaar beschikt over een eigen wagen. België volgt dat gemiddelde. Alleen de uitrusting verschilt : terwijl 65 procent van de jonge Europeanen een hi-fi-installatie, hoofdsteunen en centrale vergrendeling aan boord heeft, zit in slechts 44 procent van de wagens van jonge Belgen een stereo gemonteerd en amper een kwart kan uitpakken met een open dak of hoofdsteunen. ?Ik vermoed dat heel wat Belgische jongeren rondtoeren met tweede- of derdehandswagens,? leidt Mark Hofmans hieruit af. ?Die zijn ouder en dus per definitie minder goed uitgerust.? Bij de aankoop van een wagen speelt de prijs een absolute hoofdrol. Dat stellen de 5.500 ondervraagde jonge Europeanen uni sono. Andere selectiecriteria zijn, in volgorde van belangrijkheid, de veiligheidsuitrusting, het benzineverbruik en de kostprijs van de verzekering. Merk en model blijken van ondergeschikt belang, en ook milieu-aspecten komen pas in later stadium aan de orde. Om de veiligheid van de wagen te bevorderen, zouden Belgische jongeren massaal kiezen voor het antiblokkeersysteem (ABS) op hun remmen. Maar deze wens integreren ze alvast niet in hun aankoopgedrag : slechts 6,5 procent van de ondervraagden heeft een auto, die uitgerust is met ABS. Maar toch stelt Mark Hofmans vast dat ?de Belgische jongeren het ABS-systeem als een soort wondermiddel beschouwen. Het belang van ABS wordt beduidend hoger ingeschat dan dat van de air-bag of de veiligheidsriem, die op het vlak van veiligheid voorop komt voor heel Europa.? Aan speciale snufjes om binnen de vriendenkring te showen, hebben de Europese jongeren niet veel boodschap. Een wagen is voor hen in de eerste plaats een transportmiddel (in 66 procent van de gevallen). Soms loopt dat door tot in het absurde : twee op drie ondervraagden rijden hun auto uit de garage voor elke verplaatsing. Minder dan 30 procent grijpt alleen naar de autosleutels als alle andere alternatieven uitgeput zijn. Maar het transportmiddel heeft wel een symbolische waarde. Vooral bij de jonge Belgen. Ruim de helft zegt ?niet in om het even welke auto te willen kruipen.? Ze voorzien hun wagen van brede banden (27 procent van de jonge Europese bestuurder), bijkomende koplampen, een zonnedak, een spoiler of een turbo-aandrijving. Want als dat goed uitkomt voor hun imago, durven ze het gaspedaal al eens dieper induwen. Het onderzoek van FMS leert eigenlijk dat de jongeren vragen om hen dat dwangmatig te beletten. Frank DemetsDe meeste jongeren voelen zich onveilig in het verkeer.Mark Hofmans : Jonge automobilisten geven zichzelf het voordeel van de twijfel.