JA
...

JAKarel De Gucht'Als ik morgen mijn vrouw vermoord, en er kraait de komende vijftien jaar geen haan naar, dan mogen ze me er op dat moment niet meer voor veroordelen. Dat is een rechtsprincipe dat al sinds het Romeins recht geldt. Tot nu toe vielen bouwmisdrijven daarbuiten omdat ze geen aflopende, maar voortdurende misdrijven zijn. Ze hebben juridisch gezien geen datering waarop een eventuele verjaringstermijn zou kunnen beginnen te lopen. Ons voorstel bestaat erin dat te veranderen, zodat feitelijk gedoogde of voordien nooit betwiste zaken tien jaar na datum niet alsnog onderwerp worden van een rechtszaak. Dat wil niet zeggen dat we voor een gedoogbeleid pleiten. Integendeel, we willen een tabula rasa voor de historische fouten, om in de toekomst correcter te kunnen omspringen met de huidige wetgeving. Die is nu vaak te streng en daarom moeilijk te verantwoorden in zaken waar duidelijk geen sprake is van kwade wil, maar waar de schuld veeleer ligt bij de indertijd lakse, of zelfs medeplichtige overheid. Voor de termijn van de verjaring houden we het op tien jaar. De vrees van sommigen voor vertragingsmanoeuvres van de advocaten is onterecht. Tien jaar is lang, en bovendien is het zo dat veel onderzoeksdaden en procedures de verjaring stuiten en daarom niets uithalen. We zouden wel naar vijf jaar willen gaan op het moment dat de vergunningsregisters volledig klaar zijn, tegen 2005 of 2006. Met die gemeentelijke registers, waarin alle bouwsels per perceel geïnventariseerd zullen staan, zal de bevoegde overheid de procedure immers veel sneller kunnen afhandelen.Wat we beogen, is gratie. In tegenstelling tot amnestie betekent gratie dat we erkennen dat er strafbare feiten zijn gepleegd. Gezien de historische context verkiezen we echter maatschappelijke mildheid boven de hypocrisie van de hoge dwangsommen. Die zijn allesbehalve billijk en bovendien voor iedereen even hoog en dus asociaal. Als anderen ons willen aanvallen op de financiële compensatieregelingen in ons voorstel, moeten ze die daar maar eens mee vergelijken. Het is niet de kwaadwillige industrieel met zijn illegale villa die met ons voorstel gebaat is, maar wel de goedmenende gewone man met een bouwsel uit een tijd dat er te vaak een oogje werd dichtgeknepen. Voor zijn rechtszekerheid komen wij op.'Opgetekend door Gerry MeeuwssenNEEErik Grietens'De ruimtelijke ordening is al jaren een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Dat komt deels door het lakse strafrechtelijke beleid uit het verleden. Nu de mogelijkheid tot verjaring invoeren, draait de klok gewoon terug. Een dergelijke maatregel zal in de praktijk immers neerkomen op een vrijwel volledige amnestiemaatregel. Zeggen dat het om gratie gaat, vinden we niet meer dan een woordendiscussie; op het terrein zal er geen verschil zijn. Als dit voorstel wet wordt, betekent het een kaakslag voor bouwers die zich wel aan de regels houden en voor mensen die hinder ondervinden van andermans illegale bouwsels. Bouwovertreders profiteren nu meestal financieel van hun misdrijf. Wie zelf beslist om in natuurgebied, op bos- of landbouwgrond te gaan wonen, betaalt in de eerste plaats veel minder voor de grond zelf. Bovendien liggen de onroerende voorheffing en de registratierechten voor dat vastgoed aanzienlijk lager. Het is hoogst onrechtvaardig om dergelijk illegaal profijt te belonen door de paraplu van de verjaring aan te biedenHet principe van de verjaring mag in deze materie niet gelden. Dat begrepen ook de wetgevers in 1962. Het resultaat van een bouwmisdrijf blijft namelijk fysiek aanwezig. En gezien de huidige gerechtelijke achterstand is het voor een slimme advocaat een koud kunstje om via allerlei juridische procedures een zaak te rekken. Er zijn voorbeelden genoeg die dat aantonen. We beseffen goed dat heel wat mensen hun weekendhuisje permanent bewonen omdat ze geen alternatief kunnen betalen. Dat is echter een sociaal probleem, dat de overheid kan oplossen via sociale-woningbouw en dat zeker niet ten koste mag gaan van de ruimtelijke ordening. De kleine overtredingen vormen trouwens geen prioriteit bij de parketten. Zij viseren vooral de zware recidivisten, de eeuwige koppigaards en de illegale bouwsels in kwetsbare natuur- en bosgebieden. Die vormen een kleine minderheid, maar leveren vaak wel de grootste wangedrochten op. Een meerderheid kan zich op dit moment al makkelijk laten regulariseren, bijvoorbeeld door een boete ter waarde van de meerkosten te betalen. Daarbovenop nog een verjaringstermijn voorzien, is van het goede te veel.''Geen gedoogbeleid, wel tabula rasa.''Overtreders worden beloond.'