WAT DOEN studenten na een geslaagde eerste zittijd ? Op reis gaan, bij voorkeur naar het zuiden, om hun geplaagde hersens te laten uitwaaien. Een dergelijke tabula rasa leidt niet zelden tot explosieve beslissingen : zoonlief die beslist iets helemaal anders te studeren of die er met zijn vakantievriendinnetje voor enkele maanden vandoor gaat en de studies opgeeft. De onlangs overleden Wim Neetens had een voorkeur voor die momenten van verraderlijke windstilte en laat zijn verhaalpersonages dan ook graag op reis gaan of flaneren in zijn postuum verschenen verha...

WAT DOEN studenten na een geslaagde eerste zittijd ? Op reis gaan, bij voorkeur naar het zuiden, om hun geplaagde hersens te laten uitwaaien. Een dergelijke tabula rasa leidt niet zelden tot explosieve beslissingen : zoonlief die beslist iets helemaal anders te studeren of die er met zijn vakantievriendinnetje voor enkele maanden vandoor gaat en de studies opgeeft. De onlangs overleden Wim Neetens had een voorkeur voor die momenten van verraderlijke windstilte en laat zijn verhaalpersonages dan ook graag op reis gaan of flaneren in zijn postuum verschenen verhalenbundel ?Wat we willen?. Deze tweede bundel (voor zijn eersteling ?Menselijke middelen? kreeg hij de Debuutprijs) bevat amper zes verhalen, waaronder het langste verhaal dat Neetens ooit heeft geschreven : ?Athenes adem?. De reconstructie van een Bildungsreise naar Athene doet vermoeden wat Neetens wellicht nog in petto had bij leven : een heuse ontwikkelingsroman, bijvoorbeeld, over wat zich afspeelt in het hoofd van adolescenten. In dit verhaal zien we enkele tieners vagebonderen in Athene, op zoek naar zichzelf. Karel, een moederszoontje, komt het meest in beeld. Hij lijdt aan constipatie en voert doorheen het verhaal een gevecht met een drol die maar niet doorgespoeld raakt in het lagedruktoilet van zijn hotel. Wanneer dat dan toch lukt, spreidt Karel de vleugels uit en kiest hij voor zijn eigen weg, letterlijk en figuurlijk. EFTELING.In de vijf andere verhalen zijn de hoofdpersonages weliswaar al volwassen, maar hun jongensachtige rituelen zijn er niet minder kwetsbaar om. Een vader heeft problemen met zijn zoon die hem verwijt dat ze samen nooit echt iets leuks hebben gedaan, zoals een uitstapje naar de Efteling. Of een baas heeft het moeilijk met een jongere medewerker die per se zijn initiatief wil bewijzen. Zoals in ?Athenes adem? een verhaal dat voor mijn part voortaan in elke bloemlezing klassieke Vlaamse verhalen mag prijken haakt Neetens het zelfonderzoek van de kwetsbare mannelijke protagonisten vast aan betekenisvolle, lichamelijke tics. Zo wordt het gevecht met de drol in een ander verhaal de strijd om het wegepileren van het borsthaar of de strijd met de armspieren. Neetens heeft met zijn mini-oeuvre van zestien verhalen een heel eigen plaats in de Vlaamse literatuur van de jaren negentig. In zekere zin is hij de mannelijke Kristien Hemmerechts, die allicht ook niet toevallig een zeer grote sympathie koestert voor zijn verhalen. Waar Hemmerechts het vrouwelijke lichaam een stem probeert te geven, concentreert haar mannelijke evenknie zich op de kleine gebaren van gekwetste mannelijkheid. Wars van elk fanatisme leggen Neetens' vertellers zich integendeel toe op het ontmaskeren van de macho-man. Of Neetens daarmee een quasi-feministisch pleidooi houdt voor de softie ? Nee, zijn verhalen cirkelen veeleer rond mannen die de eigen grenzen kennen en luisteren naar de aarzelingen van hun eigen lichaam. Frank Hellemans Wim Neetens, ?Wat we willen?, Houtekiet/De Prom, Antwerpen/Baarn, 120 blz.