Olivier Todd schrijft vanuit de coulissen van het oeuvre van Albert Camus. Een biografie.
...

Olivier Todd schrijft vanuit de coulissen van het oeuvre van Albert Camus. Een biografie. TWEE JAAR GELEDEN en 34 jaar na zijn dodelijk auto-ongeval maakte het overweldigend succes van Albert Camus' postume roman ?Le Premier homme?, duidelijk welke ereplaats de auteur van ?L'Etranger? bij het lezerspubliek inneemt. Met zijn literaire en journalistieke oeuvre lag hij vaak dwars in een tijd die werd gekenmerkt door een wereldoorlog en een voor de blanke Algerijn als hij verscheurende dekolonisatie. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Getuige hiervan de polemiek over zijn essay ?L'homme révolté? (1951) in Les Temps modernes, het blad van Jean-Paul Sartre. Nadat Sartre eerst de pen van Francis Jeanson inhuurde om zijn vroegere vriend de grond in te boren, gevolgd door een ironisch antwoord van Camus gericht aan de ?directeur? van het tijdschrift, werkte Sartre de klus zelf af door Camus als ?filosofisch incompetent? te bestempelen. Deze ?amateurfilosoof? liet zich niet in met systemen als Sartres existentialisme waar hij nochtans ten onrechte mee wordt geassocieerd ; hij verwierp het omwille van zijn historicisme. Achteraf bleek dat hij het in de meeste gevallen bij het rechte eind had. In de woelige jaren dertig van het Front Populaire wordt hij lid van de communistische partij. In Algiers maakt hij voor de partij ?agitprop?-toneel, maar hij breekt ermee (1937) wanneer hij ziet dat zijn sympathieën voor een inlandse vrijheidsbeweging niet in de lijn van de partij liggen. In de oorlogsjaren wordt hij hoofdredacteur van het verzetsblad Combat. Na de oorlog keert hij zich tegen de uitwassen van de epuratie en tekent de petitie ten gunste van de veroordeelde collaborateur Robert Brasillach. Marcel Aymé, die hem om deze gunst vraagt met de vergoelijkende commentaar dat ?het toeval speelt bij de vorming van politieke opinies?, krijgt echter wel te horen dat ?er geen toeval in het spel is als iemand kiest voor wat hem onteert.? Dit principe past hij ook toe wanneer hij in 1945, in tegenstelling tot zowat de hele wereldpers, de Amerikaanse atoombom op Hiroshima bestempelt als een uiting van ?de hoogste graad van barbaarsheid?. ALGERIJN.Enkele jaren later veroordeelt hij openlijk het deterministische karakter van zowel het marxisme als het kapitalisme, die allebei ?het geluk wensen van de mensen in weerwil van die mensen zelf.? Maar het dringendst vond hij de bestrijding van het totalitarisme van communistisch Rusland. ?Een slavenland,? zei hij, ?omspannen door uitkijktorens,? en dat zijn verblinde linkse vrienden voorstelden als ?een schoolvoorbeeld van toekomstig geluk?. Nu het einde van die ideologie een feit is, blijft de ?derde weg?, het ware politieke project van de compromisloze moralist Camus, nog altijd de grote uitdaging van onze tijd. In dit perspectief komt ?Albert Camus, une vie?, van de Franse journalist Olivier Todd, op tijd. Camus zelf twijfelde aan de relevantie van biografische analyses : ?de schrijver steekt in zijn oeuvre zijn nostalgieën en beschouwingen, bijna nooit zijn eigen verhaal.? Dit ?bijna? rechtvaardigt volgens Todd zijn boek, vooral daar waar het de onbewuste motieven van de auteur blootlegt. Zo kunnen wij meekijken in het prentenboek van de kleine Camus. Zijn vader, meestergast bij een Algerijnse wijnboer, sterft elf maanden na zijn geboorte op het slagveld van de Eerste Wereldoorlog. We leven mee met zijn ongeletterde moeder, Catherine Sintès, aan wie Camus zijn ?Premier homme? opdraagt met de woorden ?aan haar die dit boek nooit zal kunnen lezen.? De familie Camus is arm, wat bij de kleine Albert schaamte opwekt, maar ook ?de schaamte zich te moeten schamen?. Nooit zal hij zich echt thuisvoelen in het elitaire Parijse literaire wereldje. In tegenstelling tot een bourgeois als Sartre, voelt hij nooit de noodzaak om toenadering te zoeken tot het proletariaat. Wie uit het volk komt, hoeft er niet meer naartoe. Sinds zijn zeventiende weet Camus dat zijn longen zijn aangetast, wat hem de afstand doet beseffen tussen wat hij is en wat hij zou willen zijn. Die afstand uit zich ook in zijn privé-leven, zijn moeizaam vaderschap van de tweeling Jean en Catherine, zijn onmogelijke liefde voor Francine Camus en voor verschillende andere vrouwen zoals de actrice Maria Casarès, die hij allemaal oprecht liefhad en met wie hij niet kon breken. Dualiteit kenmerkt ook zijn schrijfstijl, die beeldspraak en onmiddellijkheid wou combineren en onder de helderheid van het betoog heel wat schemerzones onverwoord laat. TWEESPALT.De Algerijnse kwestie was één van de pijnlijkste motieven van zijn verscheurdheid. Camus verzette zich tegen de militaire repressie die rechts toen voorstond, maar hij kon al even moeilijk het geweld goedkeuren van het Front de Libération National dat de sympathie van links kreeg. Hij dacht hierbij aan de ?petits blancs? waartoe zijn familie behoorde, wat hem tijdens de Nobelreceptie de uitspraak ontlokte dat ?zijn moeder voorging op het recht.? In een artikel in L'Express verduidelijkte hij die visie : ?Alle argumenten die links inroept om geweld tegen onschuldige burgers te rechtvaardigen, houden het geloof in van een rechtvaardige geschiedenis. Het is mijn plicht niet in de geschiedenis te geloven.? Maar zijn stelling ?noch slachtoffer, noch beul?, die hij nog probeerde waar te maken door een verzoeningsmissie tussen de inlandse nationalisten en de Franse kolonisten, was voor diezelfde geschiedenis onverteerbaar. In zijn essay ?Le mythe de Sisyphe? (1942), verwoordt Camus de tweespalt die hem kenmerkte : ?vertrekken van wat de mens scheidt van zijn ervaring om tot een overeenkomst te komen volgens zijn nostalgie.? Het is Todds verdienste dit gevecht van de man Camus met de demonen in en buiten hem, dat ook een gevecht was met de taal, aan de oppervlakte te hebben gebracht. Francis CromphoutOlivier Todd, ?Albert Camus, une vie?, Gallimard, Parijs, 854 blz., 1080 fr.Albert Camus : wie uit het volk komt, hoeft er niet meer naartoe.