Marc Hofkens
...

Marc Hofkens"Elke dag gebruiken duizenden Belgische handelaars muziek als toegevoegde waarde om hun klanten aan te trekken. Dat is alleen mogelijk dankzij het werk van uitvoerende kunstenaars en producenten. Toch hebben zij nog nooit één frank honorarium gekregen voor het gebruik van hun repertoire in het openbaar. Daar komt nu eindelijk verandering in. België is trouwens het laatste land in Europa waar de billijke vergoeding ingevoerd wordt. De wet daaromtrent bestaat al sinds 1994, maar pas nu komt de concrete uitvoering ervan. Dat komt omdat de bepaling van de tarieven van de billijke vergoeding in overleg is gebeurd met de betrokken sectoren. Zodra de billijke vergoeding op kruissnelheid draait, zal het om een bedrag gaan van zo'n 400 miljoen per jaar. Maar we spreken dan ook over meer dan 200.000 plekken in België waar muziek publiek wordt gedraaid. Dus niet enkel cafés en discotheken, maar ook restaurants, winkels, kapsalons en schoonheidssalons. De uitbater van een gewoon café zal ongeveer veertien frank per dag moeten betalen, hetgeen volgens mij geen enorm bedrag is. Voor de megadiscotheken ligt het natuurlijk anders. Daar is de toegevoegde waarde van de gedraaide muziek veel hoger. In die gevallen kan de billijke vergoeding neerkomen op enkele honderdduizenden franken per jaar. Het is volkomen logisch dat uitvoerende kunstenaars en producenten vergoed worden voor het gebruik van hun repertoire in het openbaar. Als iemand een band inhuurt om in zijn zaak te komen spelen, vindt iedereen het vanzelfsprekend dat die betaald wordt. Hetzelfde moet gelden wanneer iemand in het openbaar hun cd draait. Het geïnde geld zal terechtkomen waar het hoort. Binnen de organisaties die de vergoeding zullen innen en verdelen is er zowel interne als externe controle. De verdeling van het geld gebeurt namelijk onder toezicht van de artiesten zelf. De externe controle wordt uitgevoerd door de minister van Justitie. Een vertegenwoordiger van de minister zal erop toezien dat alles correct verloopt."neeJoost De Smet"Het is nog maar eens de horeca die er mee voor moet opdraaien. Het loopt momenteel niet zo goed in de muziekindustrie en daarvoor moeten wij nu onterecht boeten", zegt Joost De Smet, pr-verantwoordelijke bij het Huis Van Wonterghem, een bedrijf dat verscheidene discotheken in België runt, waaronder Carré in Willebroek. "Ik vrees voor de gevolgen van de invoering van de billijke vergoeding. Veel eigenaars van handelszaken zullen gewoon stoppen met muziek te draaien. Zij kunnen zich dat in zekere mate veroorloven. Uitbaters van discotheken kunnen dat natuurlijk niet. Gezien het voor ons om een bedrag van enkele honderdduizenden franken zal gaan, moeten wij dat geld op de een of andere manier terugwinnen. Er ligt namelijk nergens een half miljoen in onze kast dat we toch niet nodig hebben en waar we die vergoeding zomaar mee kunnen betalen. Als we onze consumpties duurder maken, zullen de klanten wegblijven. Het eerste waarop we waarschijnlijk zullen besparen, zijn de live-optredens. Als we dat niet doen, zullen we het moeilijk krijgen, zeker de kleinere discotheken. We zullen dus genoodzaakt worden om te stoppen met live-optredens en daar gaan de uitvoerende muzikanten uiteraard niet beter van worden. Maar we zullen niet anders kunnen. De organisaties die geijverd hebben voor de nieuwe vergoeding hebben niet genoeg aan de gevolgen gedacht. Ze zullen hun eigen ruiten inslaan. Ik heb ook grote twijfels bij de verdeelsleutel die men zal hanteren. Hoe gaan ze dat ooit allemaal verdeeld krijgen? Ik vrees dat het weer bij de grote platenmaatschappijen zal terechtkomen en niet bij de kleine muzikant. De grote bonzen kennen hun weg nog altijd beter dan de anderen. Zullen ze oneerlijke toestanden kunnen vermijden? Vergeet niet dat de gemiddelde Belg zeer vindingrijk is. En hoe gaan ze al die plekken waar muziek in het openbaar gedraaid wordt, opsporen? Er zijn elk weekend ontelbare wildfuiven, die niet geregistreerd zijn. Zullen die niet ontsnappen aan de billijke vergoeding? De redenering die achter die vergoeding zit, lijkt mij niet zomaar vanzelfsprekend. Moet iemand die een tekening van een kunstenaar koopt en in het openbaar ophangt, dan ook nog eens rechten betalen aan de potloodfabrikant? Zonder hem zou er tenslotte ook geen tekening zijn geweest.Opgetekend door Tina Deneyer