Info : De auteur is voorzitter van de GIMV en van Barco. Hij is professor internationaal management en strategie aan de KU Leuven.
...

Info : De auteur is voorzitter van de GIMV en van Barco. Hij is professor internationaal management en strategie aan de KU Leuven.LMS, Option International, Zetes, en Le Pain Quotidien zijn sterke groeibedrijven die prominent in het nieuws waren met een goed verhaal van aanhoudende successen. De eerste drie hebben met baanbrekende technologie een sterke positie op internationale markten verworven. Het laatste bedrijf deed dat door brood via een originele verkoopformule bij de klant te brengen. Deze ondernemingen tonen hoe onze economie er in de toekomst zou moeten uitzien. Het zijn geen grote ondernemingen die tienduizenden jobs creëren, maar er wordt met innovatieve ideeën toegevoegde waarde gecreëerd. Hoeveel van dit soort sterke bedrijven zijn er extra nodig? Ik weet het niet, waarschijnlijk een paar honderd om echt economische groei te realiseren. En waar moeten ze vandaan komen? Dat weet ik misschien wel, maar daarmee hebben we ze nog niet. Typisch voor de bedrijven die ik hierboven noemde, is dat zij geleid worden door veertigers. Bij de start waren het dus jonge dertigers of zelfs oude twintigers die voor de leiding en de ideeën zorgden. Uit deze voorbeelden kun je geen regel afleiden, maar ik denk dat er meer kans bestaat op nieuwe ondernemingen in een jongere bevolking dan in een oudere. Jongeren durven baanbrekende ideeën commercialiseren. Hier duikt echter de vergrijzing op. Een recente studie schat dat over de volgende 30 jaar de budgettaire kosten van de vergrijzing 5,6 % van het bruto binnenlands product bedragen. Maar daarbij wordt uitgegaan van een economische groei van 1,9 %. Voor sommige optimisten bij de vakbonden betekenen die cijfers dat het vergrijzingsprobleem perfect oplosbaar is. Een economische groeivoet van 1,9 % lijkt voor hen wel haalbaar, Amerika en China halen gemakkelijk het dubbele of meer, en de impact op de begroting vinden zij ook te financieren. Hier wordt te boekhoudkundig gedacht. Economische groei komt voort uit productiviteit en een groter aantal werkende mensen. Daarvoor heb je ondernemerschap en innovatie nodig. Ik geef toe dat dit pessimistisch klinkt, maar het is zonder meer zo dat we meer sterke groeibedrijven nodig hebben. De ondernemers moeten komen uit een stagnerende of dalende bevolking. Als het niet lukt, is er minder groei en bijgevolg minder inkomsten. Dat zijn de vergeten kosten van de vergrijzing. Het blijft mij verbazen hoe weinig beleidsmensen echt bekommerd zijn om de economische groei op lange termijn. Iedereen was net weer dolblij: de economische groei doet het beter in Europa. Nochtans is de vergelijking met Amerika, India en China beschamend. Niemand hoorde de laatste maanden nog iets van de ambitieuze plannen van de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso, die de groei-agenda van Lissabon weer op gang wilde trekken. Ook van de Britse premier Tony Blair, van wie we toch iets mochten verwachten na wat hij in het Verenigd Koninkrijk liet zien en horen, is niets economisch nuttigs meer vernomen. De groenen en de grijzen zijn over lage groei niet bekommerd. Zonder groei wacht ons een sociaal en maatschappelijk bloedbad. Hoe gaan we de problemen van de Parijse banlieue oplossen als wij geen groeiperspectieven en opportuniteiten creëren? Hoe zit het in België? Er wordt van alles gedaan voor ondernemerschap en innovatie: een kapitaaltje hier, een premietje daar, een kortinkje ginder. Een onderneming die zich boekhouders, fiscalisten en socialezekerheidsexperts kan veroorloven, laat ongetwijfeld uitzoeken onder welke voorwaarden dit eventueel winsten zou kunnen opleveren. Of deze boekhoudkundige aanpak ook meer ondernemerschap en innovatie oplevert, zal waarschijnlijk duidelijk zijn als het te laat is. HERMAN DAEMS