'Waar is dit in godsnaam opgenomen?' is het eerste wat in mij opkomt als deze cd een paar seconden opstaat. In de bibliotheek van het Monastero San Giovanni Evangelista in Parma, is het antwoord uit het boekje. Met de heteluchtverwarming op volle kracht, stel ik vast. Op de achtergrond van het eerste strijkkwintet op de cd is, naast het gekras van de bogen en de adem van de musici (waar ik niks tegen heb), een permanent suizend geluid te horen. Je kunt lange discussies voeren over de ernst van zo'n verstoring - mijn oren lijken dergelijke ruis weg te filteren vanaf het moment dat ik hem heb gedef...

'Waar is dit in godsnaam opgenomen?' is het eerste wat in mij opkomt als deze cd een paar seconden opstaat. In de bibliotheek van het Monastero San Giovanni Evangelista in Parma, is het antwoord uit het boekje. Met de heteluchtverwarming op volle kracht, stel ik vast. Op de achtergrond van het eerste strijkkwintet op de cd is, naast het gekras van de bogen en de adem van de musici (waar ik niks tegen heb), een permanent suizend geluid te horen. Je kunt lange discussies voeren over de ernst van zo'n verstoring - mijn oren lijken dergelijke ruis weg te filteren vanaf het moment dat ik hem heb gedefinieerd - maar met de huidige opnametechnieken zou het eenvoudig niet meer mogen voorkomen. Vooral de eerste opname heeft last van dit gesuis. Waarom begint de cd er dan mee, is de logische vraag. Omdat het een geniale compositie is, luidt het antwoord. Het klinkt onwaarschijnlijk als je het hebt beluisterd, maar het Strijkerskwintet in c mineur van Luigi Boccherini is nog nooit eerder opgenomen. Dat bewijst hoezeer deze tijdgenoot (1743-1805) van Haydn en Mozart vandaag nog onderschat wordt. Zijn muziek is subtiel, uitzonderlijk goed gecomponeerd, vrij en zelfs gedurfd, maar Boccherini heeft één element tegen zich: zijn wereldberoemde menuet, waardoor hij volkomen onterecht het etiket van 'one hit wonder' opgekleefd krijgt. Dat kwintet in c mineur is een revelatie: veel minder formeel dan je van dit soort compositie zou verwachten, erg subtiel in elkaar vloeiend doordat bijvoorbeeld de altviool vaak laag en de cello hoog worden gespeeld, en vooral: heel expressief, op een - ik vind er geen ander woord voor - nobele manier. Ook al zitten er soms stevige tempo's en hevige forte's in, de muziek brengt je op een of andere manier voortdurend tot evenwicht door haar merkwaardige betrokken afstandelijkheid. Het lijken termen die elkaar tegenspreken, maar je kunt je er een hoforkest bij voorstellen waarin een koning met opgestroopte mouwen de cellopartij speelt. Dat was overigens exact de situatie waarvoor bijvoorbeeld het Kwartet in c mineur geschreven werd. Het was exclusief besteld door koning Friedrich Wilhelm van Pruisen, een uitstekend cellist, en werd dan ook pas na diens dood gepubliceerd. Veel heeft natuurlijk ook te maken met de interpretatie. Europa galante, het ensemble dat al eerder een aantal strijkkwintetten opnam met inbegrip van opus 11 nr. 5 - Het Menuet -, kiest helemaal voor expressie, tot zelfs in de ademhaling toe. Een juiste keuze, ware het niet dat het gezelschap daardoor soms op de rand van de onzuiverheid terechtkomt en er een enkele keer (bij de eerste beweging van het strijkkwartet in c mineur, bijvoorbeeld) overheen tuimelt. Toch blijft deze cd alles bij elkaar een echte openbaring: muziek die op de ziel mikt, afkomstig van een zwaar onderschatte componist van wie iedereen de naam kent maar niemand het werk. LUIGI BOCCHERINI, TRIO - KWARTET - KWINTET - SEXTET VOOR STRIJKERS DOOR EUROPA GALANTE, VIRGIN CLASSICS, 50999 2 12149 2 9. Peter Vandeweerdt