Dat is het als men in een boekhandeltje waar meer kranten, kleurpotloodjes, boekentassen en sigaretten liggen, een boek vindt dat veertienduizend dingen opsomt die u een geluksmoment bezorgen.
...

Dat is het als men in een boekhandeltje waar meer kranten, kleurpotloodjes, boekentassen en sigaretten liggen, een boek vindt dat veertienduizend dingen opsomt die u een geluksmoment bezorgen.Toch is mij dat overkomen en ik heb dan ook geen ogenblik getwijfeld om mijn geldbeugel open te sperren en het druksel tot het mijne te maken. Waardoor ik er onmiddellijk als veertienduizend en eerste geluksmoment kon bijschrijven : het vinden van een boek dat veertienduizend geluksmomenten tussen zijn omslagen gevangen houdt. Ik had vroeger wel eens een lijstje van drieënzestig geluksmomenten gevonden, dat was opgesteld door twee Zen-monniken die, een voetreis makende, door stortregens verplicht waren gedurende drie dagen een schuilplaats in een bergtempel te zoeken en in de plaats van te roddelen over de medebroeders, de abt en de kok, of te kibbelen of te zitten suffen, hadden zij dit bescheiden lijstje opgesteld. Had deze vrouw, want de auteur is van het tedere geslacht, dan zevenhonderd dagen moeten schuilen voor een soort zondvloed ? Natuurlijk niet. Telkens wanneer zij in de loop van de jaren dat rare gevoel kreeg wat men geluk noemt, schreef zij dit op een kaartje en prikte dit op een van die vervaarlijke pinnen die speciaal voor dit soort dingen gemaakt zijn. Men heeft orde of men heeft dit niet. Ik schrijf ook vele dingen op kaartjes maar ofwel gebruik ik die dan als bladwijzer of mijn vrouw schrijft op de achterkant iets belangrijkers of ik leg ze zo zorgvuldig weg dat ze na enige tijd onvindbaar blijken te zijn. Mijn enig excuus is dat ik niet over zo'n pin beschik om mijn kaartjes als gevangen vlinders op vast te nagelen. Mijn vrouw wil zo'n ding onder geen enkel voorwendsel in huis hebben. Zij vreest dat, wanneer het op mijn werktafel staat, een constante bedreiging voor mij uitmaakt, want stel dat ik ga knikkebollen en op die pin in slaap val ? Zij doorboort mijn beide wangen, wat mij benevens de pijn bovendien belet soep of ander vloeibaar voedsel tot mij te nemen, om dan nog niet te gewagen van de littekens die blijven. Zij zouden bij de onwetende toeschouwer de indruk wekken dat ik de ?Mensur?, dat beruchte sabelduel der Duitse studenten, had gevochten en deze blijvende eretekens worden te lande na '45 niet erg meer geapprecieerd. Maar ik dwaal af. Ik ben dus in het bezit van veertienduizend en een geluksmomenten en ik zou er volgaarne enige honderden met u delen, ware het niet dat vooraan op de vierde bladzijde in grote letters gedrukt staat dat niets, maar dan ook niets uit dit boek op gelijk welke wijze mag gereproduceerd worden. Een uiterst vreemde, ja rare situatie. Ik wist niet wat hierover te denken en daarom besloot ik mijn vriend Guido te raadplegen. ?Hoe kan iemand een copyright nemen op gelukstoestanden ?? vroeg ik hem, toen hij gezeten en van een glas met inhoud voorzien was. ?Ha, vervloekt materialistische bende,? zei hij fronsend. ?Dat zijn die Amerikaanse loeders uitgetekend ! Zij zouden een patent op de zon nemen als die niet te heet was. Dus die zo en zo legt zomaar voor zestig jaar beslag op bijna driemaal vijfduizend geluksmomenten ? En de andere schrijvers dan ? Blijven die in de kou staan ? Niet dat de meesten er veel zullen aan missen want dat soort gevoelens wordt er tegenwoordig zorgvuldig uit gebuild.? ?En,? zei ik met vuur, ?er kunnen pijnlijke vergissingen ontstaan. Stel dat ik schrijf : ik hou van een schaap dat door een gat in een haag kijkt. Wat moet ik nu doen ? Haar boek erop naslaan of zij ook kriebels voelt als zo'n woldrager met zijn kop door het groen piept ?? ?Staan die toestanden alfabetisch gerangschikt ?? vroeg hij. ?Helemaal niet, de gewaarwordingen liggen dooreen gegooid als het gekleurd katoen in de meeste naaimanden,? repliceerde ik. ?En een trefwoordenlijst of register ontbreken ook zeker ?? zei hij streng. ?Zeg, ben je zeker dat dit wijn is dat je me geoffreerd heb ?? ?Ik zweer het, als ik lieg mag je mijn haar hebben,? zei ik. ?Dit goedje drinken is, met permissie gezegd, geen geluksmoment,? zei hij, met een triest oog het fonkelend vocht keurend. ?Maar laten we doorgaan. Stel dat je na je schaap door de haag, het boekje gaat navlooien en, o wee, ook daar ontdek je een identieke situatie. Wel, dan staat er je maar één ding te doen en dat is je schaap camoufleren en er een paard van maken.? ?Maar ik hou niet van een paard door een haag,? pleitte ik. ?Verdomme, wat zijn jullie kieskeurig en nog wel in zo'n ongewisse wereld,? vloekte hij. ?Maak er dan een gans van, of laat je schaap niet door een haag maar door een barst in zijn hok zien.? ?Geen sprake van,? zei ik met klem. ?Een geit die door een scheur in een muur kijkt, maakt me niet gelukkig. Het tegendeel is waar, dit beeld stemt me treurig om niet te zeggen uitermate droevig.? ?Dan zal je schaap en haag moeten vaarwel zeggen en je met wat anders gelukkig voelen,? zei hij kordaat. Waarom niet geëxalteerd raken over iemand die rookcirkels blaast. Ik word er namelijk door geroerd.? ?Ik ken niemand die rookcirkels kan blazen,? zuchtte ik. ?Maar het is het proberen waard.? ?Geen nood,? lachte Guido. ?Onlangs vond ik nog in een oud boek een gravure van een toestel dat speciaal ontworpen werd om rookcirkels te blazen. Gewoon niks aan, dat timmeren we op een namiddag in mekaar. Ik stop het straks nog in je bus en zie, je kunt alweer een geluksmoment aan je boekje toevoegen, adieu.? Toen hij buiten was, bleef ik nog een poos mijn aanwinst bekijken. Daar lag het, met achter zijn kaft alle dingen waarbij ik me gelukkig zou voelen. Ik voelde me een beetje bestolen. Gommaar Timmermans