Vlaanderen is wielrennen en wielrennen is Vlaanderen. Honderdduizenden zullen zondag weer langs het parcours van de Ronde van Vlaanderen staan. De start in Brugge wordt ongetwijfeld opnieuw een volksfeest, net als de passages door de finalelus in Oudenaarde en Ronse. Maar laat u niet verblinden door het succes van de Ronde: het Vlaamse wielrennen maakt een uiterst moeilijke periode door. Vorige week organiseerde Wielerbond Vlaanderen in samenwerking met KU Leuven een Staten-Generaal die een gitzwart beeld van de sector schetste. 'Over tien, vijftien jaar houden de kleinere koersen volledig op te bestaan', stelde een organisator onomwonden. 'En of het de grotere koersen beter zal vergaan, durf ik niet te beweren', vulde een collega van hem aan.
...

Vlaanderen is wielrennen en wielrennen is Vlaanderen. Honderdduizenden zullen zondag weer langs het parcours van de Ronde van Vlaanderen staan. De start in Brugge wordt ongetwijfeld opnieuw een volksfeest, net als de passages door de finalelus in Oudenaarde en Ronse. Maar laat u niet verblinden door het succes van de Ronde: het Vlaamse wielrennen maakt een uiterst moeilijke periode door. Vorige week organiseerde Wielerbond Vlaanderen in samenwerking met KU Leuven een Staten-Generaal die een gitzwart beeld van de sector schetste. 'Over tien, vijftien jaar houden de kleinere koersen volledig op te bestaan', stelde een organisator onomwonden. 'En of het de grotere koersen beter zal vergaan, durf ik niet te beweren', vulde een collega van hem aan. De crisis treft niet alleen de Vlaamse wielerwereld. Het is al langer bekend - misschien is het zelfs nooit anders geweest - dat de Ronde van Frankrijk zowat de enige wedstrijd ter wereld is die veel geld opbrengt. Voor andere koersen is het altijd ploeteren geweest, maar nu lijkt een kritische grens bereikt. In Spanje is het aantal profkoersen in drie seizoenen gehalveerd, in Italië verdween een derde van de kalender. In Vlaanderen vindt evengoed een kaalslag plaats, maar die blijft meer onder de radar: de laatste twaalf jaar werd een kwart van de wedstrijden voor eliterenners zonder contract geschrapt, en 17 procent van de junioren- en nieuwelingenkoersen. En als de fundamenten wegrotten, lijkt het een kwestie van tijd voor ook de bovenbouw in de problemen komt. De Memorial Van Steenbergen, toch een koers met allure op de internationale kalender, ging vorig jaar al niet meer door wegens geldgebrek. Waarom investeert een beslagen zakenman als Wouter Vandenhaute dan in de koers? Niet, zo beweert professor sportmarketing Wim Lagae (KU Leuven) met stelligheid, om winst te maken. 'Het beeld van de geldwolf Vandenhaute die zijn tanden in het Vlaamse wielrennen zet, moet ik naar het rijk der fabelen verwijzen. Een koers is geen cashcow, wel integendeel. Ik kan maar één beweegreden bedenken: Vandenhaute moet een onblusbare liefde voor de wielrennerij hebben, net als al die andere organisatoren hier te lande die hun koers met de moed der wanhoop boven water proberen te houden.' Vandenhaute begon in 2008 Vlaamse profkoersen op te kopen. Dat leidde in 2010 tot de Flanders Classics, de koepelnaam voor de zes Vlaamse voorjaarswedstrijden die in zijn bezit zijn: de Omloop Het Nieuwsblad, Dwars Door Vlaanderen, Gent-Wevelgem, de Ronde van Vlaanderen, de Scheldeprijs en de Brabantse Pijl. Welke koers welk budget heeft, blijft een goed bewaard geheim, maar het is duidelijk dat de Ronde van Vlaanderen de voortrekker is. De andere Flanders Classics overleven bij gratie van Vlaanderens Mooiste. 'Flanders Classics werkt met een afgelijnd managementconcept,' stelt Lagae, 'Zo krijg je een efficiëntere organisatie en kun je package deals sluiten met sponsors, die meer opbrengen dan afzonderlijke deals per koers. De financiële situatie is leefbaar, vermoed ik, maar een vetpot zal het zeker niet zijn.' Toen Vandenhaute in 2008 investeerde in de koersen van mediagroep Corelio, sprongen ze daar net geen gat in de lucht. De Ronde van Vlaanderen draaide zeer nipt break-even, de andere organisaties waren zwaar verliesgevend. De Omloop Het Nieuwsblad tekende zelfs ronduit dramatische verliescijfers op. De Brabantse Pijl was op sterven na dood, de organisatoren moesten jaar na jaar met eigen centen het gat in de kas vullen. De situatie lijkt nu minder acuut, maar ze is nog steeds wankel. 'Wij kunnen overleven. En dat is voor ons ook voldoende', sust Gilbert Vanfraeyenhoven, ceo van Flanders Classics. 'Áls er eens winst wordt gemaakt, dan dient dat als buffer, want we weten dat we het jaar daarna misschien een put moeten vullen. Maar het zal nooit een diepe put zijn. Flanders Classics is goed genoeg georganiseerd om bloedrode cijfers te vermijden.' Het gerucht gaat nochtans dat NV De Vijver, de holding van Vandenhaute, erover denkt de wielerkoersen weer te verkopen. Andere problemen zouden meer aandacht vergen dan de wielerpoot, die sowieso maar een fractie van de omzet vertegenwoordigt. Vanfraeyenhoven ontkent formeel: 'Wij verlaten het wielrennen níét. De passie voor de sport is te groot. Als we het gevoel hebben dat wat we doen goed is voor het wielrennen, gaan we onverdroten door. Zelfs als onze koersen niks opbrengen, heeft Wouter altijd gezegd. En nu denken we zelfs aan uitbreiding.' Flanders Classics werkt aan een nieuw circuit van zogeheten 1.1- en 2.1-koersen. In de classificering van de internationale wielerbond UCI staat de 1 voor de punt voor 'eendagskoers', de 2 voor de punt voor 'rittenkoers'. 1.1 kun je dus vertalen als: eendagskoers van het tweede niveau onder de World Tour. De World Tour is een keurgroep van de 18 beste wielerteams. De schaalvergroting moet een troef zijn in onderhandelingen met de televisiezenders. Niet in de eerste plaats voor de uitzendrechten zelf, wel omdat op televisie komen betekent dat de sponsortarieven kunnen worden opgetrokken. In vergelijking met andere sporten vallen de televisiegelden voor het wielrennen uiterst mager uit. De rechten voor de Belgische voetbalcompetitie werden onlangs verkocht voor 55 miljoen euro per seizoen. De Engelse Premier League doet dat bedrag nog eens maal tien. Het wielrennen houdt het op enkele honderdduizenden euro's per koers, en dat voor een sport die in Vlaanderen toch een kijkdichtheid van tussen de 15 en 20 procent haalt. Maar wat betekent Vlaanderen nog, voor een beetje een ambitieuze sponsor? 'Het wielrennen is in het buitenland een nichesport en wordt daarom ook op die schaal betaald', zegt sportmarketeer Wim Lagae. 'Ik denk, realistisch gezien, dat een topkoers als de Ronde tussen de vijf en zeven miljoen kijkers bereikt. Voor kleinere wedstrijden, zo die al de buitenlandse televisie halen, liggen de aantallen nog veel lager.' Nog slechter nieuws is het profiel van wie dan kijkt: de wielerfan is in regel een man van zestig jaar of ouder. 'Bedrijven weten dat ook', stelt Marko Heijl, sponsormanager van ramenproducent en wielersponsor Belisol. 'Je met wielrennen associëren betekent: oubollig overkomen. Merken zijn daar als de dood voor. Dat verklaart, misschien nog meer dan de economische crisis, waarom zo veel wielerteams worden opgedoekt.' Er zijn zelfs organisatoren die bereid zijn om te betalen om hun wedstrijd op televisie te krijgen: nichenet Exqi Sport heeft daar lang op geteerd. Een wielerkoers in beeld brengen, is peperduur: helikopters en twee mobiele camerateams zijn een absoluut minimum. Momenteel worden die kosten gedragen door de European Broadcasting Union, het samenwerkingsverband tussen Europese openbare omroepen dat u ook kunt kennen van het Eurovisiesongfestival. Het is veelzeggend dat de Flanders Classics niet te zien zijn op Vier, hoewel de baas dus over de uitzendrechten beslist. Er bestaan ook geen plannen in die richting. 'Er zijn drie dingen die je in wielergek Vlaanderen vooral niet moet doen: het parcours van een koers wijzigen, entreegeld vragen en het wielrennen weghalen bij de VRT', grapt Gilbert Vanfraeyenhoven van Flanders Classics. Entreegeld, het woord is gevallen. Organisatoren van wegwedstrijden kijken jaloers naar het veldrijden, waar fancatering en entreegeld een stabiele bron van inkomsten bieden. Alleen op Belgische kampioenschappen lijkt iedereen het normaal te vinden om entreegeld te betalen. Voor andere wedstrijden blijft het een moeilijk gegeven. Er ontstond net geen opstand toen de Ronde van Vlaanderen in de finale lussen inlaste, wat een opstap leek om ticketing in te voeren. Dat plan bestaat momenteel niet, al verklaarde Wouter Vandenhaute 'het in de toekomst niet uit te sluiten'. 'Ik weet dat veel organisatoren entreegeld zien als het gouden kalf dat al hun problemen gaat oplossen, maar ik vrees dat ze zich lelijk mispakken', zegt professor Lagae. 'Je moet een zeer kwaliteitsvol product leveren om de huiverachtige wielerfan te overtuigen: ik denk aan minstens acht doortochten, videoschermen, fatsoenlijke audio om het koersverloop te volgen, een deelnemerslijst... Je moet serieus investeren en ik weet niet of het daar genoeg voor rendeert.' In Nokere Koerse, een 1.1-wedstrijd in midden maart, vragen ze al 69 jaar entreegeld. De aankomstzone op Nokere Berg maakt ticketing ook bijna vanzelfsprekend. Dit jaar lokte de wedstrijd 15.000 toeschouwers: 4000 kochten een kaartje voor de aankomstzone, 11.000 vonden 5 euro te veel en namen genoegen met een minder goed uitzicht. 'Vijf euro betaal je op café voor één portootje. Is dat al te veel? Mijn koers kost 175.000 euro om te organiseren. Waar moet ik dat geld anders vandaan halen?' vraagt organisator Rony De Sloovere zich vertwijfeld af. Sponsoring staat onder druk, ticketing valt moeilijk te organiseren. Blijft over: de vips. Volgens sommigen bedreigt het almaar uitdijende vipgebeuren 'de ziel van de sport'. Onterechte kritiek, vindt sportmarketeer Lagae. 'De vips betalen de koers: dat is vandaag de realiteit. Zij zijn de enige stabiele inkomstenbron waar een organisator echt greep op heeft. Maar veel groei zit er, jammer genoeg, niet meer in.' De E3-Harelbeke staat bekend als het schoolvoorbeeld van de goed geoliede vipmachine. De koers biedt arrangementen bij het Hof van Cleve (500 euro). Je kunt de E3 zelfs volgen vanuit de helikopter als je er 1000 euro per persoon voor over hebt, btw niet inbegrepen. De E3 is een van de weinige grotere Vlaamse koersen die de lokroep van Vandenhaute weerstond. Organisator Bart Ottevaere had zijn zaakjes, dankzij de stevige vipwerking, goed op orde. Maar om de beste ploegen te lokken, moet een koers deel uitmaken van de World Tour. Druk van Vandenhaute zorgde ervoor dat de E3-prijs van zaterdag naar vrijdag werd verplaatst. Destijds schreeuwde Ottevaere moord en brand, maar nu blijkt de verhuizing een gouden zet te zijn geweest. De E3 floreert. Vips, en opmerkelijk veel toeschouwers zien er het excuus in om hun weekend vroeger te beginnen. De koers biedt dezelfde hellingen, dezelfde favorieten en mist de overweldigende - volgens sommigen: verstikkende - drukte van de Ronde van Vlaanderen. De UCI wil nu een topklasse met minder wedstrijddagen. Eerste logische slachtoffer lijkt de E3 te worden, samen met de Ronde wellicht de enige Vlaamse koers met een gezond businessmodel. Denkt u nu dat de klaagzang afgerond is, dan hebt u het mis. De grootste indirecte sponsors dreigen namelijk ook af te haken: de steden en gemeenten die via hun politiekorps voor de onontbeerlijke praktische ondersteuning zorgen. Het is geen geheim dat de budgetten van de lokale besturen onder druk staan. Er moet stevig worden bespaard, en iedereen beseft dat wielerkoersen niet tot de kerntaken van een gemeentebestuur behoren. De gemeente Heuvelland vraagt vanaf volgend seizoen een paar honderd euro voor iedere passage op de Kemmelberg - een som waarmee de kosten voor het uitrukken van de gemeentepolitie bijlange na niet zijn gedekt. 'Ik heb begrip voor de logica van Heuvelland, maar het is zonneklaar: als elke gemeente de politiefactuur naar de organisatoren doorschuift, zal de Vlaamse wielerkalender zoals we hem nu kennen ophouden te bestaan', beweert professor sportmarketing Wim Lagae. In de Vlaamse Ardennen, het hartland van wielerminnend Vlaanderen, blijkt geen enkel gemeentebestuur op zulke plannen te broeden. Maar de organisatoren maken zich wel zorgen. 'Vandaag zijn overheden goed voor ongeveer 10 procent van ons budget. Maar we zouden dat aandeel graag nog verminderen,' zegt Gilbert Vanfraeyenhoven van Flanders Classics. 'Er wordt bespaard bij alle overheden: gemeentelijk, provinciaal, Vlaams, Belgisch. In principe zijn zij onze ideale partner: geen betere katalysator voor toerisme of regiomarketing dan een wielerkoers. Maar de budgetten staan zozeer onder druk dat je je partners beter in de bedrijfswereld zoekt.' Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois (N-VA) becijferde ooit dat het weekend van de Ronde van Vlaanderen - met op zaterdag de Ronde voor wielertoeristen - de lokale horeca en bedrijven 14,1 miljoen euro oplevert. Maar niemand weet hoe een groter deel van die koek tot bij de organisatoren van kleinere koersen kan raken. Voor velen dreigt het faillissement. 'Maar zou het heus zo slecht zijn als er wedstrijden wegvallen, op voorwaarde dat de overblijvers beter kunnen worden georganiseerd?' vraagt Hans Vandeweghe zich af, wielercolumnist en voormalig voorzitter van Wielerbond Vlaanderen. 'De rationalisering is onvermijdelijk en biedt ons ook de kans af te rekenen met anachronismen, zoals het rare feit dat we al onze grote koersen per se in dezelfde streek willen houden. Als men nu tenminste eindelijk inziet dat dit Vlaamse wielrennen, zoals het nu wordt georganiseerd, niet kan blijven bestaan, dan kunnen we beginnen te denken aan een gezamenlijke, zinvolle oplossing voor de prachtige sport wielrennen. Dat gaat pijn doen en goedbedoelende, enthousiaste organisatoren zullen hun koers en hun traditie zien verdwijnen, maar ik zie echt geen andere weg.' DOOR JEF VAN BAELEN'Er zijn drie dingen die je in wielergek Vlaanderen vooral niet moet doen: het parcours van een koers wijzigen, entreegeld vragen en het wielrennen weghalen bij de VRT.' 'De vips betalen de koers: dat is vandaag de realiteit.'