Kunst in een private woning, kunst in de straten van de stad, kunst in een gerechtsgebouw of kunst in de gevangenis, kunst in industriële sites en kunst in een varkensstal, we hebben het allemaal al gezien. Toch zoekt de kunst van vandaag nog altijd naar alternatieve manieren om zich aan het publiek te tonen en te duiden, nog altijd wil ze weg uit de witte ijspaleizen en wil ze groeien in de context van het werkelijke leven. Het verlaten van het afgebakend en toegewezen domein komt heel wat actuele kunst ten goede. Ze vindt in de sites die haar "indachtig haar geschiedenis" vreemd zijn een context en een klankbord, gulzig maakt ze daarbij de hele wereld tot haar schouwtoneel en experimenteerruimte.
...

Kunst in een private woning, kunst in de straten van de stad, kunst in een gerechtsgebouw of kunst in de gevangenis, kunst in industriële sites en kunst in een varkensstal, we hebben het allemaal al gezien. Toch zoekt de kunst van vandaag nog altijd naar alternatieve manieren om zich aan het publiek te tonen en te duiden, nog altijd wil ze weg uit de witte ijspaleizen en wil ze groeien in de context van het werkelijke leven. Het verlaten van het afgebakend en toegewezen domein komt heel wat actuele kunst ten goede. Ze vindt in de sites die haar "indachtig haar geschiedenis" vreemd zijn een context en een klankbord, gulzig maakt ze daarbij de hele wereld tot haar schouwtoneel en experimenteerruimte. In Utrecht lijkt het alsof men nu de wijde wereld aan de kunstenaar wil aanbieden. Er werd namelijk een expositie op het getouw gezet die je alleen kan bezichtigen vanop de oude Domtoren van de stad. Een weids panorama is de speelruimte voor de deelnemende kunstenaars. Het dakterras van de toren biedt je een nogal spectaculair uitzicht over de stad en haar omgeving, de horizonlijn laat er zich prachtig contempleren, het licht is er op elk moment van de dag anders en vanuit elke kijkhoek krijg je een andere lichtintensiteit. Aan 43 kunstenaars werd gevraagd om een project te ontwikkelen dat vanop die Domtoren te zien is. De kunstenaars leverden prachtige en speelse plannen die natuurlijk niet allemaal konden worden verwezenlijkt. Veelal stonden praktische obstakels de realisatie van de fantasierijke werken in de weg. Twintig van de voorstellen werden uiteindelijk wel gerealiseerd. Ze werden geplaatst op gebouwen, op de straten en in de lucht rondom de toren. Het lijkt allemaal heel spectaculair, maar wie de honderden treden van de Domtoren beklimt en het fenomenale panorama dat je op het dakterras wordt aangeboden overschouwt, is ronduit ontgoocheld. De meeste van de kunstwerken ogen immers onnoemelijk klein, in het weidse landschap is hun impact minimaal. Meer dan de helft van de aangebrachte kunstwerken kan je moeilijk lokaliseren, een aantal is zelfs onvindbaar, een ander deel is slechts bij nacht, avondlicht of zonsondergang te zien. Om het de bezoeker gemakkelijker te maken, werden op de daken van de huizen dan maar grote witte cijfers geschilderd. Zo kan je met behulp van het programmaboekje weten wie wat waar heeft aangebracht. Het gevolg is dat grote cijfers het landschap gaan domineren en de kunstwerken helemaal in de verdrukking worden gebracht. Wat voor de toeschouwer overblijft, is een zoektocht naar paaseieren die op een weinig avontuurlijke manier georchestreerd werd.EEN KRACHTIGE LICHTBRONToch is er een aantal leuke ontdekkingen te doen op deze expositie. John Körmeling, allicht de meest maffe en vindingrijke architect-kunstenaar van Nederland, bracht in de stad een reuzenrad aan. Vanop de toren oogt het rad als een speelse en nostalgische kermisattractie. Het rad is echter niet bedoeld voor mensen maar voor wagens. Wie wil - en durft -, kan met zijn wagen het rad op rijden en hem met of zonder passagiers laten ronddraaien. Het is Körmelings manier om een oplossing te bieden voor de almaar nijpender wordende parkeerproblemen. Körmeling bedacht al eerder absurde oplossingen voor het probleem: zo concipieerde hij ooit een wollen tapijt waarop hij een wit kader schilderde en een grote letter P. Zo kon hij op elke plek in de stad zijn dekentje spreiden en zijn auto er op een wettige manier parkeren. Van een heel andere orde is het werk dat Olafur Eliasson aanbracht. Hij stelt in zijn oeuvre onder meer het onderzoek van het waarnemingsvermogen centraal. Daarbij maakt hij meestal geen gebruik van sterk geavanceerde technieken, maar tracht hij de oude waarnemingstechnieken aan een nieuwe studie te onderwerpen. Voor een project als dit in Utrecht is hij dan ook de gedroomde deelnemer. Eliasson realiseerde een nogal spectaculaire ingreep voor "Panorama 2000". Hij laat vlak boven de horizonlijn een tweede zon oplichten, een verdubbeling van de echte ondergaande zon. Bij heldere hemel voegt de echte zon zich elke avond weer bij haar onnatuurlijk evenbeeld dat gevormd wordt door een reusachtige metalen schijf die belicht wordt met een duidelijk zichtbare, krachtige lichtbron. Zo verwordt de zon tot een plat rekwisiet en stelt zij niet de ondoorgrondelijke romantiek van de natuur centraal maar het doorzichtige, kenbare wonder van de techniek. Ook de Belgische kunstenares Ann Veronica Janssens werd uitgenodigd op de expositie. Enkele maanden terug nog had ze in de stad haar eerste overzichtstentoonstelling. Op tal van plekken bracht ze toen haar zeer minimale en subtiele ingrepen aan, voor "Panorama 2000" creëerde ze er een aantal nieuwe. Ditmaal werkt Janssens niet met licht of rookeffecten, maar met woorden die ze aanbracht langs de omheiningen op het dakterras van de toren. De tekst moet de bezoeker ertoe aanzetten om het licht en de lucht boven de stad in al zijn verscheidenheid te aanschouwen. UTOPISCHE VOORSTELLENCarsten Höller bouwde zijn werk dan weer op rond de menselijke drang tot vliegen. Elke dag worden vanop de toren vier duiven losgelaten. Ze zijn elk voorzien van een kleine camera en filmen daarmee de route die ze afleggen. De beelden worden na registratie op een groot scherm getoond waardoor aan bezoekers een klein deeltje van de sensatie van het vliegen wordt voorgeschoteld. Vanop de hoge Dom kan je onopgemerkt het leven in de stad, het gewriemel van de mensen gadeslaan. Een aantal kunstwerken speelt met dit gevoel van voyeurisme. Otto Berchem bijvoorbeeld, een jong Amsterdams kunstenaar, overtuigde een familie om gedurende de duur van de expositie in een glazen kijkwoning te leven. Het dak van de woning werd daartoe vervangen door glas. Vanop de toren kan je het leven in het huis volgen, de gedragspatronen van de inwoners observeren. Ilya Kabakov bedacht een gelijkaardig werkje. Langs de trappen van de Domtoren wilde hij een verrekijker opstellen die gefixeerd werd op het raam van de woonkamer van een bepaald Utrechts huis. Het werk werd uiteindelijk niet gerealiseerd. Alles welbeschouwd is het hele opzet van deze expositie één groot spektakel. Alleen al de beklimming van de toren of een ritje in de schamele, speciaal voor deze expositie gebouwde lift, is een attractie. De opgestelde kunstwerken kunnen en willen niet echt concurreren met die spektakelzucht, ze blijven stilletjes zichzelf. Daardoor zijn ze ook gedoemd om op deze expositie op de achtergrond te blijven. Wat de tentoonstelling uiteindelijk toch wel interessant maakt, zijn de verschillende gerealiseerde - maar vooral ook de niet gerealiseerde - utopische, voorstellen die door de kunstenaars werden uitgedacht. Ze staan stuk voor stuk beschreven in de catalogus die bij de expositie werd uitgegeven en werpen een bijzonder en toch wel verhelderend licht op de denkwijze van verschillende kunstenaars."Panorama 2000", Kunst in Utrecht te zien vanaf de Domtoren, tot 3 oktober. Inlichtingen bij het centraal Museum 00 31/30.2.362.362.Els Roelandt