De Vlaamse regering heeft vorige week een voorontwerp van decreet van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) over leerzorg goedgekeurd. Die beslissing was een verrassing, omdat de Vlaamse parlementsfracties van CD&V en Open VLD aanvankelijk hard op de rem waren gaan staan. De plannen willen 'de best mogelijke leerzorg op maat' bieden aan leerlingen met een beperking of leerstoornis in het gewoon of het buitengewoon onderwijs. Van de 1,1 miljoen leerlingen in het basis- en secundair onderwijs volgen er nu ongeveer 46.500 buitengewoon onderwijs.
...

De Vlaamse regering heeft vorige week een voorontwerp van decreet van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) over leerzorg goedgekeurd. Die beslissing was een verrassing, omdat de Vlaamse parlementsfracties van CD&V en Open VLD aanvankelijk hard op de rem waren gaan staan. De plannen willen 'de best mogelijke leerzorg op maat' bieden aan leerlingen met een beperking of leerstoornis in het gewoon of het buitengewoon onderwijs. Van de 1,1 miljoen leerlingen in het basis- en secundair onderwijs volgen er nu ongeveer 46.500 buitengewoon onderwijs. Bij scholen, ouders en vakbonden heerst al beroering over de ambities van Vandenbroucke sinds hij eind 2005 een eerste discussienota 'Leerzorg' schreef. Het nieuwe plan beschouwt het gewone en buitengewone onderwijs niet langer als twee aparte werelden, maar streeft naar een samenhangend systeem van ondersteuning en leerzorg. Er wordt gewerkt met vier clusters van beperkingen en stoornissen (van leerlingen zonder problemen tot leerlingen met fysieke of mentale functiebeperkingen en met gedragsstoornissen). Het debat over de hervorming van het buitengewoon onderwijs sleept al tien jaar aan. Het gaat over de doorverwijzing van leerlingen naar een buitengewone school, het huidige systeem van acht types van beperkingen van die leerlingen, de vraag van sommige ouders naar 'inclusief onderwijs', en de manke spreiding van het aanbod van het buitengewoon onderwijs. Vandenbrouckes leerzorgdossier heeft het debat nog meer op scherp gesteld. Er wordt vooral gevreesd dat veel meer kinderen met een handicap of stoornis naar gewone scholen zullen gaan, terwijl die scholen en hun leerkrachten daar niet op voorbereid zijn. In 2006 stuurde Vandenbroucke zijn plannen een eerste keer bij, en in 2007 vonden uitvoerige debatten plaats in het Vlaams Parlement. Werkgroepen met vertegenwoordigers van de onderwijskoepels, vakbonden en ouderverenigingen bogen zich over diverse knelpunten. Maar al die stappen hebben de weerstand niet weggenomen en in het Vlaams Parlement gingen de fracties van CD&V ('onvoldoende') en Open VLD ('onvoldragen') vorige week formeel dwarsliggen. Vlaams Parlementslid Kathleen Helsen (CD&V): 'Meer dan eens heb ik al tegen de minister gezegd dat hij moet luisteren naar wat er over leerzorg gedacht en gezegd wordt in het onderwijs. Dat vindt geen weerslag in zijn decretale huiswerk.' Voorlopig keurde de Vlaamse regering het voorontwerp alvast goed. Vandenbroucke zegt dat hij de leerzorg 'niet tegen, maar mét het onderwijsveld' wil realiseren. Hij heeft aan de Vlaamse Onderwijsraad een advies gevraagd en onderhandelt verder met alle betrokkenen. Omdat er in juni 2009 Vlaamse verkiezingen zijn, kan een ontwerpdecreet tot begin maart bij het Vlaams Parlement worden ingediend. De minister heeft dus nog drie maanden om zijn laatste grote onderwijsdossier over de streep te halen. Patrick Martens