Eind vorige week viel de melding van de dood van Idi Amin, gewezen president van Uganda en een van de moorddadigste dictators die Afrika heeft gekend. Hij stierf in ballingschap in Jeddah in Saudi-Arabië, waar hij leefde met zijn vier vrouwen, zijn tientallen kinderen en al het geld dat hij in eigen land had bijeengestolen.
...

Eind vorige week viel de melding van de dood van Idi Amin, gewezen president van Uganda en een van de moorddadigste dictators die Afrika heeft gekend. Hij stierf in ballingschap in Jeddah in Saudi-Arabië, waar hij leefde met zijn vier vrouwen, zijn tientallen kinderen en al het geld dat hij in eigen land had bijeengestolen. Idi Amin was een schurk, opgeleid in het Britse leger. Nadat hij in 1971 Milton Obote met een coup opzij had gezet, ontpopte de reusachtige lobbes - die zijn militaire carrière bij de King's African Rifles begon als kok - zich tot een pathologische moordenaar. Tegenstanders liet hij bij voorkeur met de sloophamer ombrengen. Een voorzichtige schatting brengt het aantal van zijn slachtoffers op driehonderdduizend. Volgens de publicist Anthony Daniels bewonderde Amin alles wat voor hem onbereikbaar was. Zoals de meeste Afrikaanse dictators die na de onafhankelijkheid de macht grepen, wilde hij niks liever dan gerespecteerd en gefêteerd te worden door de oude koloniale heersers. In Amins geval Groot-Brittannië, dat hem ook nog aan de macht had geholpen. Daarom bepleisterde hij zijn uniform naar Engelse snit met imitaties van prestigieuze decoraties zoals het Victoria Cross. Kort na zijn machtsgreep liet hij zich, gezeten op een palankijn, door Britse zakenlui naar een officiële receptie dragen. In vele opzichten verschilde de vrijwel ongeletterde Amin weinig van de al helemaal ongeletterde Macias Nguema, de dictator van Equatoriaal Guinea, die al wie een bril droeg liet ombrengen - want het dragen van een bril wees op gevaarlijke intelligentie. Of van de al even moordlustige Jean-Bedel Bokassa van de Centraal Afrikaanse Republiek, die zich, naar het voorbeeld van Napoleon, tot keizer liet kronen en die zich een ' cousin' van de Franse president Valéry Giscard d'Estaing noemde. De Zaïrese potentaat Mobutu Sese Seko liet zich in Brussel uitnodigen als spreker van Les Grandes Conférences Catholiques - er zaten die avond verrassend veel vertegenwoordigers van de Generale Maatschappij onder de toehoorders . Mobutu rekende zich graag tot de intimi van wijlen koning Boudewijn en was er het hart van in dat hij, in ongenade gevallen in het Westen, niet op diens begrafenis was uitgenodigd. Ook Charles Taylor, de Liberiaanse dictator die vorige week aftrad, wilde niks liever dan tot de ' elder statesmen' van Afrika te worden gerekend. Intussen trokken de door hem gesteunde rebellen eerst een spoor van gruwel door Sierra Leone, daarna door eigen land. Liberia werd gesticht bij het begin van de 19e eeuw door de American Colonization Society, een beweging waarin veel slaveneigenaars zaten. Die vreesden immers dat vrijgelaten zwarten een 'corrumperende' invloed zouden krijgen op de Amerikaanse negerslaven en wilde ze daarom het land uit. De band met de Verenigde Staten werd nooit verbroken, al kwam Liberia na de Eerste Wereldoorlog feitelijk onder de koloniale voogdij van bandenfabrikant Firestone, exclusieve afnemer van Liberiaans rubber. Toch weigerden de Verenigde Staten troepen te sturen om een einde te maken aan de veertien jaar durende chaos, eerst onder het schrikbewind van de door Ronald Reagan gesteunde Samuel Doe, die in afschuwelijke omstandigheden werd vermoord, later dat van Charles Taylor. Het ruwe werk werd daarom uitbesteed aan het Nigeriaanse leger, dat bij een vorige, korte passage in Liberia meteen de drugshandel en de lokale prostitutienetwerken overnam. De Ugandese dictator Yuweri Museveni krijgt tot op vandaag financiële steun van de Verenigde Staten voor zijn strijd tegen de rebellen. Daarom houdt hij in Uganda de burgeroorlog in stand, terwijl hij een rebellenleger financiert waaraan hij de rooftochten en moordpartijen doorheen Oost-Congo heeft uitbesteed. In het rijke Angola, dat vandaag meer olie levert aan de Verenigde Staten dan Koeweit, woedt het vaag-marxistische regime van José Eduardo Dos Santos, een zakenpartner van de zoon van wijlen François Mitterrand. Jaarlijks verdwijnt een miljard dollar van de opbrengsten uit de oliebronnen, diamant- en goudmijnen, in de buitenlandse geldkoffers van de bewindvoerders - veelal met medeweten en de hulp van westerse bedrijven en internationale organisaties. Een vergelijking: elk jaar leveren de Verenigde Naties voor tweehonderd miljoen dollar voedselhulp aan Angola. Intussen ligt het land volledig braak, bezaaid met landmijnen. Meer dan een half miljoen Angolezen zijn drager van het hiv-virus. Ruim een miljoen mensen leeft er op de rand van de hongersnood. De levensverwachting is nauwelijks 40 jaar. Idi Amin, Bokassa, Mobutu, Taylor, Museveni en zelfs Dos Santos, ze zijn allemaal van westerse makelij. Zolang de Koude Oorlog duurde, werden hun buitenissigheden, hoe gruwelijk die ook waren, door de vingers gezien. Want de stroom aan grondstoffen naar Europa en naar de Verenigde Staten mocht onder geen beding stilvallen. Als ze te gênant werden, konden ze nog altijd worden vervangen. Want voor elke Idi Amin die werd verjaagd stond er wel een Museveni klaar om hem op te volgen. Ook ontwikkelingswerkers en kerkelijke organisaties hebben de voorbij decennia, vaak uit eigenbelang, gezwegen. En nu de Koude Oorlog voorbij is, kwijnt Afrika voort weg, door onze onverschilligheid. Rik Van Cauwelaert