Onder studiekosten verstaan onderzoekers wat het een gezin of individu kost om aan hoger onderwijs deel te nemen. Maar die definitie is iets té simpel om bij de concrete invulling ervan het akkoord van iedereen te kunnen krijgen. Er bestaat wel een opsomming van kostenrubrieken.
...

Onder studiekosten verstaan onderzoekers wat het een gezin of individu kost om aan hoger onderwijs deel te nemen. Maar die definitie is iets té simpel om bij de concrete invulling ervan het akkoord van iedereen te kunnen krijgen. Er bestaat wel een opsomming van kostenrubrieken. Welke kosten tellen mee? Studiegebonden kosten en niet strikt gebonden kosten, zoals inschrijving, deelname aan examen, syllabi, handboeken, teksten en kopieën, pc en toebehoren, duurzaam materiaal - van slagersmessen tot tekentafels -, verbruiksmateriaal en grondstoffen (schrijfgerief, boekentassen), studiebegeleiding, studiereizen en -bezoeken, stage, eindwerk of eindverhandeling, deelname aan internationale uitwisselingsprogramma's, huisvesting, vervoer, voeding, ontspanning en vrije tijd, verzekeringen, medische verzorging, kleding (uniform, sportkledij, gewone kleding), tijdschriften, abonnementen en kranten. Uit studentenenquêtes blijkt dat 84 procent van de eencyclus-hogeschoolstudenten en 89 procent van de tweecycli-hogeschoolstudenten over een pc beschikken. In het academisch onderwijs heeft driekwart van de studenten een eigen computer. Slechts enkelen huren er een. De jaarlijkse kosten voor een pc verschillen erg volgens het studiegebied of de richting. Ze schommelen tussen gemiddeld 38.000 frank voor audiovisuele en beeldende kunst en 32.000 frank voor informatica. Maar er zijn ook uitschieters tot 160.000 frank. In vergelijking met een goede tien jaar geleden is het bezit van een eigen pc nu ruim verspreid in het hoger onderwijs. Maar horen computers wel bij directe studiekosten? Een belangrijk tegenargument is dat de meeste instellingen voor hoger onderwijs over computerlokalen beschikken. Maar wachtlijsten, het beperkte gamma van software en de beperkte schijfruimte maken die pc-lokalen niet altijd populair en efficiënt. Daarom kopen veel studenten liever zelf een pc. Dat is een behoorlijke investering die je bovendien erg vlug moet afschrijven. Voor financieel zwakkere studenten is dat dus niet haalbaar. Zij kunnen weliswaar in het computerlokaal, maar ze hebben een handicap tegenover studenten die wel een eigen pc hebben. Zeker naarmate meer docenten ervan uitgaan dat de meeste studenten wel degelijk een computer in huis hebben. Voor de onderzoekers weegt deze overweging zwaar genoeg om pc-kosten als studiekosten te beschouwen. Tien jaar geleden zouden ze dit argument niet aanvaard hebben. Het comfortniveau van koten volgt een soortgelijke trend: meer persoonlijke microgolfovens, hifi-ketens en kleurentelevisies. Je kunt niet meteen een link leggen tussen deze apparatuur en de studie, maar deze trend weerspiegelt een globale evolutie in de samenleving. Almaar meer beschouwen studenten deze vorm van comfort als normaal. Waar een student vroeger al tevreden was met een bed, stoel, tafel, kast en een kom water, vindt hij dat nu niet meer van deze tijd. En de rekening ervan dient betaald. * Dit is uitleg bij tabelWat is het duurst, universiteit of hogeschool? (globale studiekosten en percentages afgerond) Studeren aan de universiteit is duurder dan aan een hogeschool, denken velen. Maar is dat wel zo ? Onderzoekers Ides Nicaise, Joost Bollens, Steven Groenez (Hoger Instituut voor de Arbeid - HIVA) en Jean-Pierre Verhaeghe, Leen Ackaert (Universiteit Gent) rekenen de (gewogen) gemiddelde studiekosten per jaar uit.*Hier begint kader voor Tony Pendelstudenten Universiteit Hogeschool 1 cyclus Hogeschool 2 cycli Bedrag Aandeel % Bedrag Aandeel % Bedrag Aandeel % Vervoer 21.500 31,5 24.500 31,5 33.000 35 Inschrijving 15.700 23 14.200 18 14.900 16 Cursus 10.000 15 7.800 10 7.000 7,5 Duurz. materiaal 1.700 2,5 2.200 3 2.400 2,5 Computer 10.400 15 10.900 14 19.200 20,5 Abonnementen, bib 600 1 900 1 1.000 1 Internet + diskettes 1.200 2 2.600 3,5 2.700 3 Verbruik 1.100 1,5 1.900 2,5 2.400 2,5 Kledij 300 0,5 400 0,5 400 0,5 Reizen 500 1 3.700 5 2.000 2 Stages 2.600 4 5.500 7 700 0,5 Eindwerk 2.000 3 3.200 4 8.300 9 Bijkomende kosten 100 0 0 0 0 0 Totaal 67.700 100 77.800 100 94.000 100 (Bron: Hiva)*Hier eindigt kader voor Tony Voor pendelstudenten, zowel aan een hogeschool als aan een universiteit, bestaat zowat eenderde van de totale kosten uit vervoerskosten. Al bijna dertig procent van de pendelende studenten gaat met de auto naar de les. Dat kost gemiddeld 45.000 frank per jaar. Sommigen geven er zelfs 160.000 frank aan uit. Pendelen met het openbaar vervoer kost gemiddeld 15.000 frank. Inschrijvingskosten en syllabi zijn de tweede en derde grootste uitgavenpost. Hogeschoolstudenten geven per jaar gemiddeld meer uit dan universiteitsstudenten. Voor pendelende hogeschoolstudenten liggen de kosten twintig procent hoger (vijftien procent voor studenten van één cyclus en 38 procent voor die van twee cycli). Alleen de inschrijvingskosten en de uitgaven voor boeken, syllabi en kopieën liggen hoger voor pendelende universiteitsstudenten. Pendelende hogeschoolstudenten geven zo'n 7000 frank meer aan vervoer uit. Ook de uitgaven voor computerspullen, reizen, stages en het eindwerk zijn aanmerkelijk hoger. Voor die rubrieken zijn er ook grote verschillen tussen het eencyclus-onderwijs en het tweecycli-onderwijs. De uitgaven voor vervoer, computer en eindwerk zijn in het tweecycli-onderwijs beduidend hoger. In het eencyclus-onderwijs wordt dan weer meer voor reizen en stages betaald.* Hier begint kader voor Tony Kotstudenten Universiteit Hogeschool 1 cyclus Hogeschool 2 cycli Bedrag Aandeel % Bedrag Aandeel % Bedrag Aandeel % Huur 78.500 56,5 75.300 53 80.000 52 Comfort 4.100 3 5.000 3,5 4.200 3 Vervoer 13.000 9,5 12.600 9 21.000 13,5 Inschrijving 15.700 11 14.400 10 14.900 10 Cursus 11.000 8 7.200 5 5.200 3,5 Duurz. materiaal 2.900 2 1.300 1 1.100 0,5 Computer 7.400 5,5 8.800 6 9.700 6,5 Abonnementen, bib 500 0,5 700 0,5 1.000 0,5 Internet + diskettes 900 0,5 1.500 1 1.600 1 Verbruik 1.100 1 1.600 1 3.200 2 Kledij 600 0,5 700 0,5 200 0 Reizen 300 0 2.700 2 2.600 1,5 Stages 1.800 1 6.600 4,5 900 0,5 Eindwerk 1.400 1 4.600 3 8.700 5,5 Bijkomende kosten 100 0 0 0 0 0 Totaal 139.300 100 143.000 100 154.300 100 (Bron: Hiva)*Hier eindigt kader voor Tony Wie op kot zit, spendeert meer dan de helft van de totale studiekosten aan de huur. Ook het vervoer neemt nog zowat een tiende in, net als de inschrijvingskosten. Van hun kot naar de colleges gaat meer dan driekwart te voet of met de fiets. Voor kotstudenten liggen de kosten in een hogeschool vijf procent hoger (2,5 procent voor studenten van het eencyclus-onderwijs en 11 procent voor die van het tweecycli-onderwijs). Wie aan de universiteit studeert en op kot zit, geeft per jaar gemiddeld meer uit aan huurkosten, inschrijvingskosten, duurzame materialen en boeken, cursussen en kopieën dan hogeschoolstudenten. Kotstudenten aan de hogescholen geven gemiddeld zo'n 1700 frank meer aan vervoerskosten uit. Ook de uitgaven voor computermateriaal, verbruiksmaterialen, reizen, stages en eindwerk zijn hoger. Bij kotstudenten zijn er ook belangrijke verschillen tussen één cyclus en twee cycli. De uitgaven voor huur, vervoer, verbruiksmaterialen en eindwerk zijn voor studenten van tweecycli-onderwijs gevoelig hoger. In het eencyclus-onderwijs kosten cursussen, kleding en stages dan weer meer.Gaby De Moor