De aandacht van Evrard Raskin voor de Koningskwestie werd brutaal gewekt: met een vlaai om zijn oren. Het moet in 1950 zijn geweest dat de vijftienjarige Raskin zich mengde in een geanimeerd gesprek tussen zijn vader en diens broer, twee - zoals de meeste inwoners van het Limburgse Eigenbilzen - overtuigde Leopoldisten. Hij citeerde daarbij uit een woest pamflet van de socialist Victor Larock dat hij voor de schoolpoort van de straat had geraapt. Wat in het schotschrift stond over het gedrag van Leopold III onder de oorlog, leek de jonge scholier een interessante bijdrage tot de discussie; tot zijn driftige oom met zijn meest slaande argument uitpakte.
...

De aandacht van Evrard Raskin voor de Koningskwestie werd brutaal gewekt: met een vlaai om zijn oren. Het moet in 1950 zijn geweest dat de vijftienjarige Raskin zich mengde in een geanimeerd gesprek tussen zijn vader en diens broer, twee - zoals de meeste inwoners van het Limburgse Eigenbilzen - overtuigde Leopoldisten. Hij citeerde daarbij uit een woest pamflet van de socialist Victor Larock dat hij voor de schoolpoort van de straat had geraapt. Wat in het schotschrift stond over het gedrag van Leopold III onder de oorlog, leek de jonge scholier een interessante bijdrage tot de discussie; tot zijn driftige oom met zijn meest slaande argument uitpakte. Raskins aandacht voor de Koningskwestie, en meer bepaald voor prinses Lilian, werd jaren later definitief aangezwengeld toen hij begon aan zijn intussen toonaangevende biografie van Gerard Romsée, de Vlaams-nationale secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken tijdens de oorlog. Raskin stootte er op het ongefundeerde verhaal over de pogingen die sommigen voor de oorlog ondernamen om Romsée te koppelen aan de bloedmooie Lilian Baels, de latere prinses van Réthy. Als van een dergelijke poging ooit sprake was, dan was het een heilloze onderneming, want Romsées belangstelling voor vrouwen was nogal beperkt. Met "Prinses Lilian, de vrouw die Leopold III ten val bracht", dat eind september verschijnt, schreef gewezen VU-parlementslid Raskin de eerste echt kritische biografie van Lilian Baels. "Een dergelijk boek was tot voor enkele jaren uitgesloten", beseft hij. "Bevoorrechte getuigen zoals Antoinette Spaak, Mark Eyskens en anderen hebben zeer openhartig met mij gepraat. Enkele jaren geleden, toen koning Boudewijn nog leefde, was dit onmogelijk geweest. Zelfs nu zal het boek volgens sommigen nog te vroeg komen. Want tot vandaag doen de Koningskwestie en vooral de figuur van prinses Lilian de passies oplaaien. Recente onthullingen, weggeplukt uit de onuitgegeven dagboeknotities van de socialistische voorman Achille Van Acker, toonden dat aan." Raskins biografie van prinses Lilian is geen kroniek van de Koningskwestie. Historici als Jean Stengers, Albert de Jonghe, Jan Velaers en Herman van Goethem hebben die periode eerder en uitvoeriger beschreven. Het boek is veeleer het koele relaas van de opgang en ondergang van een tomeloze arriviste - en van haar eerzuchtige familie - die het land op de rand van een revolutie bracht en ei zo na het Belgische koningshuis in haar val meesleepte. Want dat, zoals Jean Stengers destijds schreef, koning Leopold zonder zijn huwelijk in 1941 met Lilian Baels, vrijwel ongeschaafd uit de oorlogsperiode zou zijn gesparteld en wellicht koning van België was gebleven, daarover is iedereen het eens. LILIAN WAS NIET ONBESPROKENEen kleine wijziging in de Hongaarse wetgeving was voldoende geweest om de Belgen de Koningskwestie te besparen. Want dan was Lilian Baels eind van de jaren dertig getrouwd met de Hongaarse edelman Peter Draskovich. Graaf Draskovich was de erfgenaam van een domein waaraan zijn titel was verbonden. Volgens de vigerende Hongaarse wetgeving mocht zo'n adellijke titularis niet trouwen met een burgervrouw. Lilian Baels was dan wel de dochter van de West-Vlaamse gouverneur, ze was en bleef een burgermeisje. Draskovich had de twintigjarige Baels opgemerkt toen zij in de jaren dertig in Wenen verblijf hield. Tot voor kort schoffelden de bio- en hagiografen van prinses Lilian dat verblijf in Oostenrijk veelal onder de mat. Begrijpelijk, want haar Weense periode moet nogal woelig zijn geweest. Volgens graaf Pierre d'Alcantara de Querrieu bleef zij "niet onbesproken". Robert Capelle, secretaris van Leopold III, sprak van "een vrij onafhankelijk leven". De verloving met Draskovich werd, volgens Raskin, geheim gehouden omwille van de wettelijke bezwaren die een huwelijk in de weg stonden. De Baels-familie ondernam pogingen om de Hongaarse autoriteiten te bewegen de lokale wetgeving aan te passen. Zelfs koning Leopold III deed, ironisch genoeg, een demarche bij de Hongaarse regent Miklos Horthy om de trouwplannen van Lilian en graaf Draskovich mogelijk te maken. Niets mocht baten. In 1940 werd de verloving afgebroken. Goed één jaar later, op 11 september 1941, trouwde Lilian, in het allergrootste geheim, in de kapel van het paleis van Laken met Leopold III. Na de plechtigheid vertrok de koninklijke krijgsgevangene met zijn jonge bruid op huwelijksreis naar Oostenrijk. Daar verbleven zij op het kasteel van graaf Karel Kühn, een suppoost van het nazi-regime en oude bekende van Lilian, want de tweede echtgenoot van de moeder van haar ex-verloofde Peter Draskovich. DE GOUVERNEUR BLEEF IN OOSTENDELilian was de dochter van de Oostendse katholieke politicus Hendrik Baels. Die werd in 1878 geboren als zoon van reder en groothandelaar in vis en invoerder van zout en ijs, Jules Baels. Zoon Hendrik - Harry in de wandeling - studeerde rechten in Leuven en werd advocaat bij de Brugse balie. Na de dood van zijn vader liet Hendrik zich ook in met diens bedrijven waarvan zijn halfbroer Jules II, een buitenechtelijk kind van moeder Delphina Mauricx, de leiding nam. Tijdgenoten beschreven Hendrik Baels als een erg verstandige, maar ijdele, wat luie man, die zijn sociale opmars vooral dankte aan zijn huwelijk met Anna-Maria Devisscher, dochter van een bijzonder welgestelde Dentergemse notaris. Toch beschouwde de Oostende burgerij hem nooit als één van hen. Veel intenser waren de banden van Hendrik Baels met het Oostendse vissersvolk. Was hij niet de auteur van twee bekende vissersliederen: "O Heer zegen de zee", en het intussen traditionele "Visserslied" met de krachtige aanhef die heel Oostende uit het hoofd kan meezingen: "O Jezus, die de macht der winden beteugelt op hun wilde vaart". Nog voor de Eerste Wereldoorlog stapte Baels in de politiek. Als student in Leuven en daarna in Oostende stond hij als flamingant aangeschreven. Toen hij in 1911 Oostends gemeenteraadslid werd, was Baels de eerste die daar weer Nederlands sprak. Sommigen vestigden dan ook hun hoop op hem als een toekomstig leider van de Vlaamse beweging. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week Hendrik Baels met zijn jonge gezin uit naar Engeland. Daar werd in 1916 zijn vijfde kind geboren, een dochter, Lilian. Bij zijn terugkeer na de oorlog volgde hij streekgenoot August Pil op als katholiek volksvertegenwoordiger. Wat later, in 1926, werd hij een eerste keer minister. In 1933 werd hij uiteindelijk tot gouverneur van West-Vlaanderen benoemd, in opvolging van de Vlaamsonkundige Léon Janssens de Bisthoven. Ondanks het gouverneurschap verbleef de familie Baels zelden in de provinciehoofdplaats Brugge. Het gezin verkoos de eigen villa, 't Groenhof, in het exclusieve Het Zoute, boven de Brugse ambtswoning van de gouverneur. In die mate zelfs dat de gouverneur onderweg met de trein van Knokke naar Brussel slechts even halt hield in het station van Brugge om er de officiële stukken te ondertekenen die een bode hem aanreikte. ZO MOOI ALS EEN GRIEKSE NACHTToen al was het Hendrik Baels' grootste betrachting in de adelstand te worden verheven. Alles was daarop gericht. Nog voor hij West-Vlaams gouverneur werd, had hij de banden met de vrienden van de Vlaamse Beweging doorgeknipt. In die tijd ook ontstond het onzinnige verhaal dat de Baels-familie afstamde van een bestuurder van de achttiende-eeuwse Generale Keyzerlycke Indische Compagnie, kortweg Oostendse Compagnie. De Oostendse Compagnie was eigenlijk een Antwerpse zaak. Bovendien woonde in de periode 1722-1732 niet één Baels in Oostende en omstreken. Maar de Baelsen gingen zich gaandeweg gedragen naar de familiegeschiedenis die ze voor zichzelf hadden ontworpen. Dochter Lilian liep school in het sjieke Institut des Dames du Sacré-Coeur in Brussel, waar Franstalige nonnen haar ambitie en eerzucht stimuleerden. Vandaar ging het naar The Holy Child, een Londense finishing school. Naderhand, zo schrijft Raskin, zou ze ook nog filosofie, geschiedenis en literatuur gestudeerd hebben aan een instituut dat afhing van de Université Catholique de Louvain. Maar de schrijver vond daarvan niet één bewijsstuk. "Naarmate ze ouder werd, kwam Lilian steeds meer te weten over haar afkomst", zegt Raskin. "Het moet voor haar geen leuke ervaring zijn geweest vast te stellen dat ze eigenlijk van 'lage komaf' was. Ze heeft dat ook nooit aanvaard en heeft zich altijd gekoesterd in het fantastische verhaal over voorouders die de Oostendse Compagnie bestuurden. Met dat arrivisme van haar familie en van haarzelf heeft ze later, zeker tijdens de Koningskwestie, in de kaarten van haar vijanden gespeeld." Rond 1934 maakte Lilian Baels haar entree in de Belgische beau monde. De Brugse journalist Charles van Outryve d'Ydewalle beschreef haar toen al als een vrouw van "een uitheemse schoonheid", "mooi als een Griekse nacht". KONING LEOPOLD ALS ALKOOFTIJGERHoe Lilian Baels na haar woelige passage in Wenen Leopold III ontmoette, kon Raskin niet achterhalen. Aannemelijk is dat de twee elkaar ontmoetten tijdens een officiële plechtigheid of op het golfterrein van Knokke waar Leopold, na de dood van koningin Astrid in 1935, graag verpoosde in de villa gebouwd op het stuk grond dat hij van La Compagnie du Zoute cadeau kreeg. De Belgische mythe wil dat Leopold na het auto-ongeluk in Zwitserland waarbij de erg populaire koningin Astrid omkwam, door verdriet en eenzaamheid werd verteerd, maar haast noodgedwongen op zoek ging naar een tweede moeder voor zijn kinderen, Boudewijn, Albert en Josephine-Charlotte. De waarheid is dat Leopold na de dood van Astrid meer dan één stormachtige verhouding had, terwijl zijn kinderen meestal ver weg op het domein van Ciergnon verbleven. Leopolds meest memorabele relatie in die periode was ongetwijfeld die met een Russische, de vrouw van een concertpianist en huisvriend van koningin Elisabeth. De vrouw beschikte, naar verluidt, over een uitzonderlijk declamatietalent, al stelde Leopold veeleer prijs op haar buitenmaats libido. Leopold gold als een heuse alkooftijger. Volgens zijn secretaris Capelle had hij diverse liefdesavonturen. Raskin citeert in zijn boek journalist Manu Ruys die blijkt te weten dat "Leopold er een eigen privé-moraal op nahield, vooral op seksueel gebied." Het duidelijkst is Hendrik De Man, die ooit vreesde dat de koning hem tot een soort maître des plaisirs wilde aanstellen. De Man sprak over de "sterk ontwikkelde seksualiteit" van Leopold. Niemand zegt het met zoveel woorden, maar eigenlijk leed Leopold III aan een milde vorm van satyriasis. Dit gecombineerd met wat de enen als zijn "trage intelligentie" en andere als zijn "langzame geest" bestempelden, moest voor uitschuivers zorgen. Onder meer in de verhouding met de politieke wereld die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog meermaals onder spanning kwam. De waardering van Leopold en zijn omgeving voor de Nieuwe Orde was de Wetstraat niet ontgaan. TWEE LIEDERLIJKE GEZELLENNa de Belgische capitulatie rekende Leopold met een Duitse zege en hij had zo zijn eigen voorstelling over een mogelijk vergelijk met Adolf Hitler. Leopold weigerde daarop zijn regering te volgen naar Londen. Hij had, zo zei hij, zijn lot aan dat van zijn troepen en zijn volk verbonden, zoals zijn vader Albert I hem dat in 1914 had voorgedaan. Vanaf mei 1940 liet Leopold zich graag omschrijven als "de gevangene van Laken". In werkelijkheid viel die gevangenschap van de koning wel mee. Ook al was sedert mei 1940 in het paleis van Laken een contingent Wehrmacht-soldaten ondergebracht. Vanaf '43 kwam daar een SS-detachement bij. Verantwoordelijke voor de bewaking van de koning was kolonel Werner Kiewitz, een gewezen diplomaat, die tegelijk fungeerde als contactpersoon met Adolf Hitler. Een cipier kon de Duitse kolonel bezwaarlijk worden genoemd. Tot 1943 vergezelde Kiewitz herhaaldelijk de vorstelijke krijgsgevangene tijdens diens mondaine uitstappen richting Knokke, soms ook naar Parijs. Volgens één van Raskins bronnen waren Leopold en Kiewitz in die periode "liederlijke gezellen". Ook de koningin-moeder Elisabeth lette op de geestelijke gezondheid van haar soms neerslachtige zoon. Kwestie van hem wat afleiding te bezorgen, liet ze af en toe de mooie Lilian Baels ten paleize uitnodigen. De familie Baels verbleef in die tijd in het Franse Anglet, langs de Atlantische kust, maar kwam geregeld in Brussel. Al snel merkte Elisabeth dat de door haar voorgestelde remedie voor de neerslachtigheid van de koning zeer zacht was en dat de patiënt "maar moeilijk een eind kon maken aan de behandeling." Gaandeweg geraakte Leopolds trage verstand helemaal "beneveld". Zijn relatie met Lilian werd bekend, zij het in beperkte kring. In elk geval was kardinaal Joseph van Roey op de hoogte, en die was niet gediend met de geruchten over een boelerende vorst. Koppel daaraan wat Hendrik De Man "de mystieke sentimentaliteit" van Leopold noemde, en een huwelijk werd onvermijdelijk. HOOGTIJD VOOR OBSCENE GRAPPENOp 11 september 1941 zegende kardinaal Van Roey in het grootste geheim in de kapel van Laken het kerkelijk huwelijk in van Leopold III met Lilian Baels, die voortaan als prinses van Réthy door het leven zou gaan. Zelfs naaste medewerkers van de koning werden niet ingelicht. Kardinaal Van Roey had geen bezwaren tegen een kerkelijk huwelijk nog voor een wettelijk trouw was gesloten. De kardinaal vond zelfs dat het zo hoorde - zoals in Italië, waar het kerkelijk huwelijk ook als een wettelijke verbintenis gold. Bovendien zou een regularisering van de situatie naderhand geen probleem vormen. Want na de oorlog, zo meende de kardinaal, zou in België "een autoritair regime" geïnstalleerd worden, waarbij de koning onmiddellijk "de macht stevig in handen zal nemen". De zaak werd evenwel gecompliceerd toen prinses Lilian vrij snel in verwachting geraakte en haar ouders - al dan niet dreigend met een schandaal - de koning en zijn entourage onder druk zetten om het huwelijk ook wettelijk te bevestigen. Wat uiteindelijk geschiedde op 6 december 1941. Het was de Brusselse loco-burgemeester Jules Coelst die als ambtenaar van de burgerlijke stand optrad. De aankondiging van het koninklijke huwelijk werd in het land verspreid via een herderlijke brief van kardinaal Van Roey die op zondag 7 december 1941 op alle kansels in het land werd voorgelezen. Twee dagen later verscheen de tekst in de oorlogskranten. Het nieuws had een verpletterende uitwerking. Het was het begin van een juridisch en politiek imbroglio dat jaren later tot de bijzonder explosieve Koningskwestie zou leiden. Een groot deel van de bevolking nam het niet dat Lilian Baels de plaats innam van de populaire koningin Astrid. Bovendien verbleven nog duizenden Belgische soldaten in Duitse krijgsgevangenschap. De koning die beloofd had hun lot te zullen delen, bleek nu plots in staat te trouwen. De boordschutters van de clandestiene pers wisten niet waar eerst gemikt, en overal deden obscene grappen de ronde. Toen in juli 1942 prins Alexander werd geboren, werd de stemming er niet beter op. De hoon en spot richtte zich vooral op prinses Lilian, soms ten onrechte, omdat vooral de politieke wereld de koning niet al te zeer wilde beschadigen. Prinses Lilian werd daarbij zeker niet gediend door haar familie. Vader Baels had in 1940 een disciplinaire schorsing opgelopen, omdat hij al te snel, nog voor de Duitsers in West-Vlaanderen arriveerden, zijn gouverneurspost had verlaten en naar Frankrijk was gevlucht. Lilians broer Walter Baels, een buitenissig personage dat jaren later zelfs in het Katanga-avontuur verwikkeld geraakte, werd van desertie beschuldigd. BELGIE IS NIET HAATDRAGENVoor de koning was Lilian Baels al snel zijn belangrijkste raadgeefster. Met alle nare gevolgen van dien. Vooral na de oorlog zouden Lilians adviezen meermaals voor spanningen zorgen, onder meer in de contacten van de koning, die in vrijwillige ballingschap in het Zwitserse Prégny verbleef, met de uit Londen teruggekeerde regering. Leopold, met het trage verstand hem eigen, verwonderde er zich zelfs openlijk over "dat de heren uit Londen blijkbaar niet beseften dat hij ze kon laten fusilleren." Die opmerking, opgevangen door toenmalig minister van Financiën Gaston Eyskens, sorteerde het nodige effect. Lilian liet zich niet onbetuigd tijdens de politieke besprekingen over het lot van haar man. Haar bondgenoot was Leopolds secretaris, Jacques Pirenne, een heer die voor de oorlog nog met het rexisme van Léon Degrelle had geflirt. Volgens Lilian was er maar één uitweg uit de politieke crisis: Leopold zo snel mogelijk op de Belgische troon. Van troonsafstand kon dus geen sprake zijn. Toen de regering na de bloedige schietpartij in Grâce-Berleur weigerde troepen in te zetten tegen Waalse anti-leopoldisten die naar Brussel oprukten, besloot de koning af te treden. Dat gebeurde in de dramatische nacht van 31 juli en 1 augustus 1950. Een jaar later, op 17 juli, legde Boudewijn I als nieuwe koning der Belgen de grondwettelijke eed af. Bij die gelegenheid riep de Luikse communist Julien Lahaut"Vive la république". Een kreet waarvoor hij later door verkrampte leopoldisten werd neergeschoten. Nochtans hadden de communisten vooraf, via de geëigende kanalen, de jonge koning laten weten dat zij, omwille van hun tradities, omzeggens verplicht waren op één of andere manier hun republikeinse gezindheid te onderstrepen. Na het aantreden van Boudewijn begon gaandeweg de hetze tegen Leopold en prinses Lilian weg te ebben. Al werd ook nadien in de Brusselse schandaalkronieken vaak en graag naar de diabolische invloed van Lilian verwezen. Want Leopold en Lilian bleven tot het huwelijk van Boudewijn met Fabiola op het paleis van Laken wonen. Wat soms aanleiding gaf tot vreemde verhalen. Tot recent nog werden, op basis van fragmenten uit dagboeken van Achille Van Acker, insinuaties gelanceerd over een aparte relatie met haar stiefzoon Boudewijn. Sedert de dood van Leopold in 1983 leeft de 82-jarige Lilian teruggetrokken in het kasteel van Argenteuil waar ze zich vooral inlaat met haar humanitaire stichtingen. Een jaarlijkse dotatie van 12.000.000 frank zorgt voor een gerieflijke oude dag. België is geen haatdragend land.Evrard Raskin, Prinses Lilian, de vrouw die Leopold III ten val bracht, Antwerpen, Houtekiet, 890 fr.Rik van Cauwelaert