Een kind dat ziek is, heeft soms een donor nodig. Als het leukemie heeft, bijvoorbeeld. Of een ernstige erfelijke aandoening. Maar een geschikte donor vinden, ligt vaak niet voor de hand. Als de ouders een nieuw kind krijgen, bestaat evenwel de kans dat die baby een ideale donor is, omdat hij bijvoorbeeld beenmerg heeft dat perfect compatibel is met dat van het zieke kind. Nu is de vraag: mogen ouders een nieuw kind laten verwekken om een bestaand kind te redden? Dat kunnen ze door via kunstmatige inseminatie een aantal ...

Een kind dat ziek is, heeft soms een donor nodig. Als het leukemie heeft, bijvoorbeeld. Of een ernstige erfelijke aandoening. Maar een geschikte donor vinden, ligt vaak niet voor de hand. Als de ouders een nieuw kind krijgen, bestaat evenwel de kans dat die baby een ideale donor is, omdat hij bijvoorbeeld beenmerg heeft dat perfect compatibel is met dat van het zieke kind. Nu is de vraag: mogen ouders een nieuw kind laten verwekken om een bestaand kind te redden? Dat kunnen ze door via kunstmatige inseminatie een aantal embryo's te laten maken, die allemaal te laten testen op compatibiliteit, en alleen de compatibele embryo's terug te laten plaatsen. In het Verenigd Koninkrijk kan dat niet altijd. Daar mogen embryo's alleen worden getest als het gevaar bestaat dat die embryo's zélf een ernstige, erfelijke afwijking hebben. Als dat risico niet bestaat, mag het niet. Het gevolg: ongelijkheid. Want ouders met een kind dat een erfelijke aandoening heeft, kunnen wel een embryo selecteren. Ouders van een kind met leukemie kunnen dat niet, omdat hun volgend kind niet méér gevaar loopt dan om het even welk ander kind. Terwijl beide ouderparen dezelfde criteria hanteren: ze willen een nieuw kind, en ze willen hun bestaande kind helpen. In België kunnen zogenaamde 'donorbaby's' wel. In beide gevallen. Er bestaat geen wet die het verbiedt. Het fertiliteitscentrum van de VUB heeft al een twintigtal van zulke aanvragen behandeld, maar voorlopig is er nog geen van die vrouwen zwanger. 'Ik zie geen enkele wetenschappelijke reden om niet op zulke vragen in te gaan', zegt vruchtbaarheidsexpert Paul Devroey, die verbonden is aan het VUB-centrum. 'We hebben de expertise om het te doen, en de technieken zijn volkomen veilig. Er is wel een belangrijke psychologische beperking: het nieuwe kind mag niet geïnstrumentaliseerd worden. De ouders moeten een oprechte kinderwens hebben.''In principe benader ik vragen die betrekking hebben op het testen van embryo's vóór de inplanting op dezelfde, Cartesiaanse manier', legt Devroey uit. 'In drie stappen. Stap één: je weet dat een koppel een ziek kind heeft met een beperkte overlevingskans en veel fysiek lijden, en je kunt vermijden dat het volgende kind dezelfde ziekte zal hebben. Stap twee: je weet dat je na pre-implantatie-onderzoek kinderen zult hebben die volstrekt normaal zijn, dus de procedures zijn veilig. Stap drie is de vraag: doen we het of doen we het niet? Die vraag moet worden beantwoord door het koppel zelf, de mensen moeten vrij kunnen kiezen. Dat is volgens mij een zeer transparant proces, met duidelijke vragen, die perfect kunnen worden beantwoord.'