Leider Luc Cortebeeck van het Vlaams ACV is tot geen slecht woord over het Vlaams Economisch Verbond te bewegen. Diplomatische houding van de beroepsonderhandelaar die straks met de werkgevers om de tafel zit? Ongetwijfeld, maar de vakbondsleider ving positieve signalen uit het VEV-congres op. Bijvoorbeeld dat voorzitter Karel Vinck zeer veel belang hecht aan het sociaal overleg. Dat hij werkgelegenheid als prioriteit voorop zet, en n...

Leider Luc Cortebeeck van het Vlaams ACV is tot geen slecht woord over het Vlaams Economisch Verbond te bewegen. Diplomatische houding van de beroepsonderhandelaar die straks met de werkgevers om de tafel zit? Ongetwijfeld, maar de vakbondsleider ving positieve signalen uit het VEV-congres op. Bijvoorbeeld dat voorzitter Karel Vinck zeer veel belang hecht aan het sociaal overleg. Dat hij werkgelegenheid als prioriteit voorop zet, en niet meeheult met anderen die, als gevolg van de economische heropleving, de werkloosheid als probleem willen afblazen. Historisch is volgens Cortebeeck dat het VEV het belang van het overleg in de bedrijfssectoren erkent. Dat is nooit eerder gebeurd. De Vlaamse werkgevers erkennen blijkbaar dat de sectoriële onderhandelingen 1997-1998 een succes waren; de akkoorden bleven binnen de loonnorm, schiepen enige werkgelegenheid en verhoogden zelfs een beetje de koopkracht van de werknemers. De Vlaamse vakbondsleider vindt wel dat het VEV het federaal centraal overleg miskent. In het verleden zijn er ook nog periodes geweest dat het niet lukte, daarna gaat het weer beter. Zo'n sociaal overleg is nodig om minimumnormen voor de hele economie vast te leggen. Zoals de minimumlonen in het verleden. Nu moeten de sociale partners op centraal niveau een menu met werkgelegenheidsmaatregelen opstellen. Niet om de sectoren en de ondernemingen daarin te dwingen, wel om mogelijkheden te bieden. Het moet mogelijk zijn zowel over de arbeidsflexibiliteit als over de vierdagenweek te praten. Vlaamse collectieve arbeidsovereenkomsten zitten er nog niet in. Maar sectoriële Vlaamse akkoorden over opleiding en vorming zijn zeker mogelijk. Omwille van zijn structuur heeft het Vlaams Economisch Verbond het moeilijk om zich in naam van de werkgevers te engageren. Financiële engagementen kan de vereniging niet aangaan, maar inzake inhoudelijke afspraken gaat zij erop vooruit. Neem, bijvoorbeeld, het akkoord om in een zeventigtal Vlaamse bedrijven migranten in te schakelen en hen werkervaring te bezorgen - wat in Vlaanderen toch een belangrijk probleem is. Het VEV-congres heeft volgens Cortebeeck geen directe invloed op het lopend Vlaams overleg. Alle sociale partners hebben nu hun zeg gehad, ze kunnen weer rond de onderhandelingstafel plaatsnemen om het werkgelegenheidsakkoord te herijken. Dat is heel wat meer dan het louter adviseren van de Vlaamse regering.