Het zijn bange dagen voor het verzamelde heir der Belgische bankdirecteuren. Volgende dinsdag 12 april, als 25 Europese ministers van Economie en Financiën voor de zoveelste keer verzamelen blazen over de Europese spaarrichtlijn, wordt er namelijk een beetje over hun toekomst beslist.
...

Het zijn bange dagen voor het verzamelde heir der Belgische bankdirecteuren. Volgende dinsdag 12 april, als 25 Europese ministers van Economie en Financiën voor de zoveelste keer verzamelen blazen over de Europese spaarrichtlijn, wordt er namelijk een beetje over hun toekomst beslist. De Europese spaarrichtlijn is een regelrechte aanval van Europa op het bankgeheim - of, om in de Belgische wetgeving te blijven: op de discretieplicht. Doordat ze de banken ertoe wil verplichten informatie uit te wisselen, bindt de richtlijn de strijd aan met de couponnetjesknippers en de ' Belgian dentists', de kleine spaarders met beleggingen in het buitenland. Achterliggende gedachte: als de Belgische fiscus wéét dat een van zijn onderdanen een rekening in Nederland aanhoudt en als hij wéét hoeveel die opbrengt, kan hij daar tegen het gangbare Belgische tarief op belasten. Alleen: de omzetting van de Europese spaarrichtlijn loopt niet zo vlot. Drie maanden voor ze van kracht wordt, hebben Griekenland en Portugal nog altijd geen wetgeving die de informatieoverdracht regelt. Luxemburg, toch geen onbelangrijk land in de Europese financiële constellatie, heeft een wetsvoorstel klaar, maar krijgt dat vooralsnog niet goedgekeurd in het parlement. En intussen woedt er in de uitzonderingslanden een heftige discussie over de cut off, de procedure om pas vanaf 1 juli 2005 een bronheffing op de interest te innen. De uitzonderingslanden, dat zijn Oostenrijk, Luxemburg en België. Zij dwongen een overgangsregeling af: ze weigeren voorlopig informatie uit te wisselen, maar stellen een bronheffing in. In België heet die de 'woonstaatheffing': ze bedraagt 15 procent op de geïnde interest in 2005 en loopt op tot 35 procent tegen 2010. Officieel begint de bronheffing te lopen vanaf 1 juli 2005, en driekwart ervan wordt doorgestort naar het land van herkomst. De banken in Oostenrijk, Luxemburg en België hadden zich voorgenomen om een cut off te organiseren: de extra belasting zou enkel worden geëist op het deel van de intresten gegroeid ná 1 juli 2005, niet op de intresten die het spaargeld vóór die datum had opgeleverd. Het informaticasysteem van alle banken was trouwens al volgens die onbevestigde premisse geprogrammeerd. Maar dan zeiden Europa en de andere lidstaten njet.De discussie over de cut off kan een detail lijken in de hele discussie over de Europese spaarrichtlijn. Maar ze geeft ook aan in hoeverre het de Europese ministers van Financiën menens is met het ontmantelen van het bankgeheim, en de strijd tegen fiscale en andere fraude die ermee verbonden is. Als de EU niet de kant van de uitzonderingslanden kiest, liggen heel veel overuren in het verschiet voor de informatici van de respectieve diensten. En als het helemaal tegenvalt, en Luxemburg besluit het advies van de ministerraad gewoon naast zich neer te leggen, zullen ze misschien voor het laatst zo hard moeten werken. België heeft zijn gedrag namelijk altijd met dat van de Luxemburgers gestroomlijnd - kwestie van de concurrentiepositie van de Belgische banken niet al te zeer te ondergraven. Als minister van Financiën Didier Reynders (MR) volgende dinsdag besluit om de twee-eenheid te breken, heeft dat ongetwijfeld belangrijke gevolgen voor het toekomstige balanstotaal van de Belgische banken. Frank DemetsDe Europese spaarrichtlijn is een regelrechte aanval op het bankgeheim.