Ramallah, Bethlehem, Nabloes, Tulkarm, Jenin: de steden van de Westelijke Jordaanoever zijn één voor één aangevallen en ingenomen, herbezet door het Israëlische leger met zijn colonnes tanks en pantserwagens en bulldozers. Na de ongewenste publiciteit die de aanval op Arafats hoofdkwartier in Ramallah kreeg (die hem juist had moeten afzonderen, maar het tegengestelde resultaat had), vond de legerleiding er niet beter op dan al die herbezette steden tot 'gesloten militaire zone' te verklaren, waar geen vreemdelingen, geen Israëli's zelfs, en zeker geen journalisten in mogen. Geen beelden dus van wat het bezettingsleger uitvreet in de binnensteden en in de kampen van Nabloes en Jenin. Een blunder, want die strikte geheimhouding doet het ergste vermoeden. Nu hoort men Israëlische legerofficieren zeggen: 'Als de wereld beelden ziet van wat wij hier gedaan hebben, zal ons dat een enorme schade berokkenen.' (Ha'aretz, 9 april) En men weet het, want de telefoon bestaat en het Midden-Oosten, Israël incluis, is een babbelziek milieu dat op geruchten teert.
...

Ramallah, Bethlehem, Nabloes, Tulkarm, Jenin: de steden van de Westelijke Jordaanoever zijn één voor één aangevallen en ingenomen, herbezet door het Israëlische leger met zijn colonnes tanks en pantserwagens en bulldozers. Na de ongewenste publiciteit die de aanval op Arafats hoofdkwartier in Ramallah kreeg (die hem juist had moeten afzonderen, maar het tegengestelde resultaat had), vond de legerleiding er niet beter op dan al die herbezette steden tot 'gesloten militaire zone' te verklaren, waar geen vreemdelingen, geen Israëli's zelfs, en zeker geen journalisten in mogen. Geen beelden dus van wat het bezettingsleger uitvreet in de binnensteden en in de kampen van Nabloes en Jenin. Een blunder, want die strikte geheimhouding doet het ergste vermoeden. Nu hoort men Israëlische legerofficieren zeggen: 'Als de wereld beelden ziet van wat wij hier gedaan hebben, zal ons dat een enorme schade berokkenen.' (Ha'aretz, 9 april) En men weet het, want de telefoon bestaat en het Midden-Oosten, Israël incluis, is een babbelziek milieu dat op geruchten teert. Wat ze gedaan hebben, is dat ze des te botter te werk zijn gegaan naarmate ze banger waren. In Nabloes konden ze met hun tanks de nauwe steegjes van Balata niet in, en ze durfden niet door de straatjes te lopen, dus stuurden ze hun soldaten dwars door de scheidingsmuren van de huizen heen. In Bethlehem houden ze al twee weken 200 gewapende Palestijnen onder schot die zich samen met priesters en nonnen in de Geboortekerk hebben verschanst. Daar dreigt het conflict op een open godsdienstoorlog uit te draaien. In Ramallah zit Arafat met een aantal getrouwen en zijn lijfwacht al weken opgesloten in zijn hoofdkwartier waar ook het water en de elektriciteit afgesloten zijn en van hygiëne en minimale levensvoorwaarden al lang geen sprake meer is. Maar van alle 'terroristennesten', hadden ze zich ingepraat, was Jenin het gevaarlijkste. De hoofdstad van de zelfmoordbommen. Die ook het langst de tijd had gekregen om zich op hun komst voor te bereiden. En nog gevaarlijker dan de stad Jenin vonden ze het vluchtelingenkamp daar. Israël heeft een moeilijke relatie met vluchtelingenkampen: het weet immers hoe die daar gekomen zijn en voor wie de bewoners indertijd gevlucht zijn. De kampen zijn levensgrote, niet weg te cijferen aanklachten tegen Israël, en zitten dus in de weg, zowel voor een gerust geweten als voor de eeuwigdurende bezetting van de Westoever. Wat ze, volgens overlappende getuigenissen, in het kamp van Jenin gedaan hebben, is met hun tanks en hun bulldozers huizenrijen platwalsen, zonder zich erom te bekommeren of de bewoners er nog in waren. Ze verwachtten 'booby traps' aan te treffen en namen geen risico. Ze verwachtten heftige tegenstand van de milities in het kamp _ en die kwam er ook, er is hard gevochten _ en ze schoten op al wat bewoog. Met hun tanks, maar ook met hun door de VS geleverde Apache-helikopters en F-16 bommenwerpers. Natuurlijk hadden ze het kamp hermetisch afgesloten en een strikt uitgaansverbod opgelegd, terwijl ze zelf van huis tot huis gingen, in hun mythische zoektocht naar terroristen en fabrieken van explosievengordels voor zelfmoordenaars. Zo bang waren ze intussen dat ze niet alleen op ambulances waren beginnen te schieten en op dokters en verplegers, en dat ze zieken en gewonden bij gebrek aan verzorging ter dood veroordeelden, vrouwen in het veld of in auto's lieten bevallen en gewonden lieten leegbloeden, maar dat ze zelfs de toestemming weigerden, ook aan het ICRC, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, om de doden te begraven of weg te halen die volgens sommige getuigen met een paar honderd, volgens andere getuigen met veel meer, tussen de puinhopen lagen te vergaan. Dit, volgens een ernstige mededeling van de legerleiding, om te beletten dat de kampbevolking de begrafenissen zou aangrijpen om er anti-Israëlische propaganda mee te voeren. De bedoeling was officieel de 'terroristische infrastructuur' uitroeien. In de praktijk bleek dat met die infrastructuur de gebouwen en instellingen van de Pales-tijnse Autoriteit bedoeld werden, en met de terroristen zelf de leden van de Pales-tijnse politiegroepen en, meer in het algemeen, alle mannen tussen 16 en 45 jaar (maandagmiddag kwam de bevestiging dat het Israëlische leger Fatah-leider Marwan Barghoeti heeft gearresteerd). Dus ging het leger alle huizen, alle kelders en alle zolders langs, een spoor van terreur en dood en vernieling achterlatend. Het is niet ongewoon dat slachtoffers van militaire invasies klagen. Dat doen de Palestijnen dan ook heel luid. Onder hun klachten smeult de uitzichtloze woede voort, die nu niet meer alleen jongens, maar ook jonge meisjes ertoe brengt zich met springstof te omgorden en dood te gaan zaaien in Israël. Vorige week woensdag, na veel kinderlijk gepoch in Israël dat het offensief de zelfmoordacties 'al negen dagen' uitgeschakeld had, ontplofte een zelfmoordenaar op de bus in Haifa. De dag zelf dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in Jeruzalem aankwam voor de oplossing van het elfde uur, ontplofte daar een bom op de markt. Het geweld gaat steeds harder, en dieper. Over die verruwing kwamen op uitnodiging van Amnesty International vorige week in Brussel drie Israëlische ngo's klagen. Nimrod Amzalak, van B'Tselem, een groep die sinds 1988 de inbreuken op de mensenrechten in de Bezette Gebieden documenteert, had geen andere verklaring voor het gedrag van de Israëlische troepen dan dat de notie 'mensenrechten' in de Israëlische psychologie eigenlijk nooit is doorgedrongen. Misschien omdat de notie 'wij Israëli's tegen de rest van de wereld' nog steeds veel zwaarder weegt? Dalia Kerstein van Hamoked, een groep die juridische bijstand verleent aan Palestijnen, klaagt gelaten de martelingen aan bij ondervragingen in de Ofer-gevangenis, en het heropende kamp Ansar 3 in de Negev-woestijn, 'dat je wel een concentratiekamp moet noemen'. En dokter Noam Lubell van 'Physicians for Human Rights', een artsen- en verplegersgroep die consequent de Bezette Gebieden intrekt om op afgesloten plekken medische hulp te bieden, bracht in beeld wat daar de afgelopen paar weken aan de gang is. Noam Lubell: 'De situatie in de Pales-tijnse steden is met de invallen van de afgelopen weken kritiek geworden. Honderdduizenden burgers zitten nu onder een militaire belegering. Voorheen waren er de interne afgrendelingen en blokkades. Nu hebben we 't over een uitgaansverbod. Dat wil zeggen: durf niet uit je huis te komen! We proberen al een tijd niet meer naar het ziekenhuis te rijden, maar nu kan je niet eens meer buitenkomen en aan een soldaat vragen dat hij je er naartoe laat lopen, want je wordt doodgeschoten.' 'Uitgaansverbod. Dat wil zeggen, geen bevoorrading meer, nergens. Het ziekenhuis in Jenin heeft niets meer. Zuurstof, bloed, geneesmiddelen, alles raakt op. Krijg je een hartaanval, kan je nergens naartoe en niemand raakt tot bij jou. De ambulances mogen niet op straat komen. Doen ze 't wel en ze hebben veel geluk, dan worden ze teruggestuurd. Hebben ze geen geluk, dan worden ze gearresteerd, gefouilleerd, een dag of een halve dag beziggehouden. En als ze echt pech hebben, worden ze beschoten of geramd door tanks. Nog voor de invasie in Ramallah hebben we al doden gehad. Ziekenwagenchauffeurs, verplegers, een dokter. Doodgeschoten. Misschien per vergissing, maar maakt dat uit? Op een gegeven moment telt de bedoeling niet meer mee.' 'Wat kunnen wij doen? We proberen alles. We sturen petities. We spreken het gerecht aan. We hebben het hooggerechtshof gevraagd om een uitspraak, die het leger zou bevelen zich aan de humanitaire wetgeving te houden, de verzorging van zieken en gewonden toe te laten en niet op ziekenwagens te schieten... Het lost allemaal niets op. Wij gebruiken humanitaire hulp meer als een middel om de aandacht te trekken op de fundamentele, systematische inbreuken op de mensenrechten. En om een kanaal van dialoog en samenwerking open te houden tussen Israëli's en Palestijnen.' Het Midden-Oosten is nooit een plek voor gevoelige zielen geweest. Er is, in de woorden van dokter Lubell, in de regio niemand die niet af en toe verschrikkelijke dingen begaat. Het is tegen die achtergrond dat Colin Powell naar Jeruzalem afreisde, om bij Israëls premier Ariel Sharon respect te gaan vragen voor de (voor één keer door de VS mee goedgekeurde) VN-resolutie die Israël vraagt zich onmiddellijk terug te trekken uit de opnieuw bezette gebieden van de Pales-tijnse Autoriteit. Sharon, zoals bekend, weigert dat. Hij stelt na vier uur gesprekken met Powell een internationale conferentie voor, wellicht om tijd te winnen voor zijn eigen plannen. Hij heeft moeten aanzien dat Powell ook een ontmoeting had met de opgesloten en vernederde PA-president Yasser Arafat, die bij zijn Palestijnen populairder is dan hij in jaren is geweest. De VS zouden erover kunnen nadenken troepen voor een vredesmacht te sturen. De Europeanen doen dat al _ nadenken. Er hangt verandering in de lucht, maar ze komt te traag. Zeker voor de doden. Sus van Elzen De notie 'mensenrechten' is in de Israëlische psychologie eigenlijk nooit doorgedrongen.