Volgens de Koninklijke Belgische Golf Federatie (KBGF) telt Vlaanderen ongeveer 22.200 golfspelers, met inbegrip van drie- à zesduizend zogenaamd 'verdoken' spelers, die niet aangesloten zijn bij een van de 40 golfclubs in Vlaanderen of geen federale licentie hebben. In 2000 waren de toen nog 37 golfclubs goed voor 567 holes, de putjes waar de balletjes in moeten. In Vlaanderen zijn die holes vooralsnog gespreid over 6 golfscholen (gemiddeld 15 ha elk), 10 golfbanen met 9 holes (ge...

Volgens de Koninklijke Belgische Golf Federatie (KBGF) telt Vlaanderen ongeveer 22.200 golfspelers, met inbegrip van drie- à zesduizend zogenaamd 'verdoken' spelers, die niet aangesloten zijn bij een van de 40 golfclubs in Vlaanderen of geen federale licentie hebben. In 2000 waren de toen nog 37 golfclubs goed voor 567 holes, de putjes waar de balletjes in moeten. In Vlaanderen zijn die holes vooralsnog gespreid over 6 golfscholen (gemiddeld 15 ha elk), 10 golfbanen met 9 holes (gemiddeld 20 tot 30 ha elk) en 22 golfbanen met 18 holes en meer (gemiddeld 70 ha elk). De Koninklijke Belgische Golf Federatie wil tegen 2010 zeker 477 holes extra; vreemd genoeg in verhouding tot het aantal inwoners, alsof de golfsport iedereen aangaat (zie tabel). De KBGF verwacht tegen die datum 35.000 golfspelers in Vlaanderen. De Golf Federatie wil daarom niet alleen extra golfterreinen (1200 à 1800 ha extra) maar een urbanistisch en ecologisch minder restrictief statuut ervoor. Daarom schreef en herschreef de KBGF vorig jaar zijn 'Golfnota' en kreeg zij Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (VLD) zover dat hij die nota begin dit jaar bijna klakkeloos overnam in 'Het Vlaams Golfmemorandum'. Deze documenten worden in bijgaand verhaal uitgebracht en worden nu bij de minister opgevraagd door de leefmilieucommissie van het Vlaams parlement. In bijgaande tabel inventariseert de Koninklijke Belgische Golf Federatie het bestaande en gewenste aantal holes in Vlaanderen. In zijn ontwerpnota noemt minister Van Mechelen dit 'in het licht van een duurzaam ruimtebeheer een onmogelijke piste (...) teruggekoppeld naar de ruimteboekhouding van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen betekent dit dat de volledige 1000 ha bijkomend recreatiegebied (tot 2007) aan nieuwe golfterreinen zou moeten worden besteed'. Toch denkt minister van Ruimtelijke Ordening Van Mechelen in zijn ontwerpnota aan vijftien bijkomende grote golfterreinen met 18 holes of meer tegen 2010. Hij ziet telkens één extra golfterrein van dit type in de buurt van Kortrijk, Veurne, Oostende, Brugge, Aalst, Sint-Niklaas, Antwerpen, Mechelen, Turnhout, Neerpelt-Bree en Halle-Vilvoorde-Asse. In Gent en Tongeren ziet de minister telkens twee bijkomende golfterreinen met 18 holes of meer. Samen vergen die vijftien golfterreinen minstens 1050 hectare en zo keert de kritiek van de minister op de Koninklijke Belgische Golf Federatie zich ook tegen hem zelf.