In de zeventiende eeuw staat het genreschilderen in Nederland in volle bloei. Wat de Bruegeldynastie voordien al zo royaal bedreven had, wordt een ruim verspreide praktijk: scènes en taferelen uit het leven van het volk. Het zijn momenten uit situaties waarin iets gebeurt - hoe minimaal soms ook: praten, musiceren, dansen, zelfs gewoon kijken is er bij. Het moeten tenslotte niet allemaal huishoudens van Jan Steen zijn.
...

In de zeventiende eeuw staat het genreschilderen in Nederland in volle bloei. Wat de Bruegeldynastie voordien al zo royaal bedreven had, wordt een ruim verspreide praktijk: scènes en taferelen uit het leven van het volk. Het zijn momenten uit situaties waarin iets gebeurt - hoe minimaal soms ook: praten, musiceren, dansen, zelfs gewoon kijken is er bij. Het moeten tenslotte niet allemaal huishoudens van Jan Steen zijn. Telkens levert een enkel beeld de hele vertelling. Hier is de kunst van de beeldende synthese en suggestie primordiaal. Deze meesters, die zelden hun eigen stad verlaten, schilderen nogal eens de korte stilte voor een ontknoping, wanneer de personages in veelzeggende blikken en houdingen op het knooppunt van het gebeuren gericht zijn. Het museum Boijmans-van Beuningen in Rotterdam nam de opmaak van zijn bestandscatalogus 17de-eeuwse genreschilderijen te baat om het leeuwendeel eens te laten zien (tot 28.6), en enkele gehavende broertjes te restaureren. Twee derde van de zeventig tentoongestelde werken zit normaal in de reserves, wachtend op betere tijden. Twee van de opgeknapte schilderijen horen bij de betere uit het genre. Het Meisje aan het venster, boven de pispot en het doek, in een paar vlotte borstelstreken neergezet door Hendrick Maertensz Sorgh uit Rotterdam, maakt ons voor altijd nieuwsgierig naar wat er rechts buiten het beeld voor opwindends te beleven valt. En de fijn gepenseelde, in helder licht badende Jonge Vrouw aan de Kaptafel van Leidenaar Gerard Dou, kijkt ons vanuit de spiegel waarin ze door haar kamenierster aangekeken wordt, diep in de ogen. Wellicht is ze de geboren verleidster, althans dit suggereert de vogelkooi waarvan de deur wijd openstaat - symbool van de verloren maagdelijkheid. Gelukkig is de trend alweer voorbij dat kunsthistorici achter elke omgevallen lampetkan of beschimmeld stuk fruit op een zeventiende-eeuws genrestuk een zwaarwichtige moralistische bedoeling lazen, maar een beetje kennis van symbolen, emblemata en gebruiken is nooit weg. Tentoonstelling èn catalogus houden wat dat betreft de kerk mooi in het midden. Naar het woord van Joshua Reynolds mogen deze werken dan for the eye only bestemd zijn, je weet toch graag waarom het Vrolijk Gezelschap van Richard Brakenburg met z'n allen naar een uil op een stok zit te kijken of waarom die man op het schilderij Handjeklap van Cornelis de Man zijn hoofd in de schoot van een vrouw steekt, zijn rode linkerhand op de rug houdt terwijl een ander klaarstaat om erop te slaan. De verbeelding moet natuurlijk het grote werk blijven doen. Zelf heb ik zo'n idee waarom de man op het Interieur met vrouw aan het virginaal van Emanuel de Witte in het donkerste hoekje van de kamer en het schilderij gekropen is. Jan Braet